id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.184 Rolnummer: A. 190218/VII-37278 Zaak: Arrest 190184 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 05/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-09 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 16:32 Fiche Arrest nr 190.184 van 5 februari 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.184 van 5 februari 2009 in de zaak A. 190.218/VII-37.
- In zake : Peter DE BRUYN, die woonplaats kiest bij advocaten P. ROOSENS en L. te RIJDT, kantoor houdende te LEUVEN, Maria-Theresiastraat 34 A tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat J.-F. DE BOCK, kantoor houdende te BRUSSEL, Waterloosesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Peter DE BRUYN op 3 november 2008 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het koninklijk besluit van 12 augustus 2008 tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 september 2006 tot oprichting van een Impulsfonds voor de huisartsengeneeskunde en tot vaststelling van de werkingsregels ervan; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur I. VOS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 16 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-37.278-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat L. te RIJDT, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaten J.-F. DE BOCK en J. MOENS, die verschijnen voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur I. VOS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De gegevens van de zaak Het bestreden besluit voorziet in een tussenkomst van het Impulsfonds in de loonkost van een bediende die samenwerkende huisartsen bijstaat in het onthaal in en het beheer van hun huisartsenpraktijk. Die tussenkomst geldt enkel voor groeperingen van huisartsen. Dit begrip wordt als volgt gedefinieerd in het bestreden besluit : "groepering : hergroepering van algemeen geneeskundigen die minstens twee erkende huisartsen bevat zoals bepaald in punt 1/ die in een schriftelijk samenwerkingsakkoord bevestigen dat ze samenwerken, hetzij op dezelfde installatieplaats, zoals bedoeld in 2/, hetzij op verschillende installatieplaatsen die zich bevinden in dezelfde huisartsenzone of in twee aan elkaar grenzende huisartsenzones zoals bepaald in uitvoering van artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 juli 2002 tot vaststelling van de opdrachten verleend aan de huisartsenkringen". Daarnaast bepaalt het bestreden besluit ook de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een tussenkomst, de wijze waarop de aanvraag tot tussenkomst moet worden ingediend en het bedrag van de tussenkomst.
- In rechte De schorsingsvoorwaarden 2.
- Op grond van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van VII-37.278-2/5 de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 2.
- Verzoeker voert in dit verband vooreerst aan dat hij, als de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit niet wordt geschorst, niet alleen voor 2007 maar ook voor de volgende jaren, in afwachting van de vernietiging van de bestreden beslissing, geen tegemoetkoming zal krijgen voor de kosten van het onthaal in en het beheer van zijn praktijk. Aangezien de overheid maar over een beperkt budget beschikt waarmee ze de huisartsengeneeskunde kan bevorderen, zal dit financiële nadeel volgens verzoeker niet kunnen worden hersteld eens de bestreden beslissing zou zijn vernietigd. Daarnaast beroept verzoeker zich ook op een moreel nadeel omdat het bestreden besluit volgens hem als een promotie door de overheid voor de huisartsengeneeskunde in groepspraktijk dient te worden aangemerkt, in strijd met de doelstellingen van de wet. Dat het bestreden besluit een ernstig discriminatoir karakter vertoont in het kader van zijn persoonlijke keuze voor een solopraktijk, vormt volgens hem tevens een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel aangezien deze discriminatie niet nuttig of tijdig kan worden vernietigd. Een dergelijke discriminatie, die "ondanks de duidelijke boodschap van de afdeling wetgeving van de Raad van State bewust gehandhaafd werd", vormt volgens verzoeker een ernstige aanslag tegen de openbare orde die onmogelijk afdoende kan worden hersteld door een latere vernietiging van de bestreden beslissing "of een vergoeding bij equivalent". Verzoeker verwijst hierbij naar de rechtspraak van de Raad van State waarbij zou worden geoordeeld "dat grove onwettigheden het nadeel zo zeer kunnen verergeren dat het, naar alle redelijkheid, niet gepast is om een verzoeker langer dan strikt nodig te belasten met de nadelige gevolgen van de bestreden beslissing". 2.
- De verwerende partij merkt vooreerst op dat zij niet inziet in welke zin het door verzoeker aangehaalde financieel nadeel moeilijk te herstellen zou zijn. Het verdere bestaan van de solopraktijk van verzoeker wordt door het bestreden besluit immers geenszins in het gedrang gebracht. Evenmin ziet zij in hoe verzoeker een moreel nadeel zou kunnen lijden door het bestreden besluit. Volgens de verwerende partij is het niet omdat de groepspraktijk wordt gestimuleerd, dat de solopraktijk daardoor een moreel nadeel zou lijden of dat een oordeel zou worden geveld over verzoekers persoonlijke keuze om een dergelijke solopraktijk uit te VII-37.278-3/5 oefenen. Integendeel zal ook deze vorm van uitoefening van de huisartsen- geneeskunde in de toekomst worden aangemoedigd. 2.
- Een financieel nadeel is in beginsel geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel, tenzij bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat dit wel het geval is. Aldus zal het nadeel meer dan louter financieel zijn wanneer wordt aangetoond dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing tot gevolg heeft dat de activiteit van verzoeker op een definitieve wijze in gevaar wordt gebracht of wanneer een belangrijk deel van de activiteiten van verzoeker moet worden stopgezet waardoor hij op het faillissement afstevent. Te dezen voert verzoeker als financieel nadeel enkel aan dat hij geen tegemoetkoming zal krijgen voor de kosten van het onthaal in en het beheer van zijn praktijk, en zulks niet alleen voor 2007, maar ook voor de volgende jaren, in afwachting van de vernietiging van de bestreden beslissing. Een dergelijk nadeel is een puur financieel nadeel. Verzoeker brengt geen gegevens aan waaruit zou blijken dat het voortbestaan van zijn praktijk als dusdanig in het gedrang wordt gebracht door het bestreden besluit en dat het aangevoerde financieel nadeel aldus moeilijk te herstellen zou zijn. Het aangevoerde moreel nadeel is evenmin als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel te beschouwen omdat een dergelijk nadeel, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, die verzoeker evenwel niet aannemelijk maakt, kan worden goedgemaakt door de morele voldoening die een annulatiearrest biedt. De voorwaarden van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel en van het aanvoeren van ernstige middelen zijn twee duidelijk onderscheiden schorsingsvoorwaarden. Het moeilijk te herstellen en ernstig karakter van het nadeel kan niet worden afgemeten aan de ernst van de middelen. De schorsingsvoorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is dus een constitutieve en autonome voorwaarde. De aard, evenals de graad van ernst van de ingeroepen middelen, en met andere woorden de graad van onwettigheid van een bestreden beslissing, zijn in principe abstracte gegevens die op zichzelf geen nadelige gevolgen met zich brengen. Het verwijzen naar de beweerde ernst of de gegrondheid van het middel vermag te dezen dan ook niet het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan te tonen. VII-37.278-4/5 2.
- Verzoeker maakt niet aannemelijk dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing hem een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel dreigt te berokkenen. Er is bijgevolg niet voldaan aan één van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties te onderzoeken, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf februari tweeduizend en negen, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-37.278-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.184 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.501 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div