id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.211 Rolnummer: A. 190180/VII-37276 Zaak: Arrest 190211 - Milieuvergunningen - 05/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-16 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 16:33 Fiche Arrest nr 190.211 van 5 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.211 van 5 februari 2009 in de zaak A. 190.180/VII-37.
- In zake : de VZW NATUUR LANDSCHAP KLEINE NETE, die woonplaats kiest bij advocaat P. VERPOORTEN, kantoor houdende te HERENTALS, Lierseweg 102-104 tegen : de deputatie van de provincie Antwerpen, die woonplaats kiest bij advocaat E. EMPEREUR, kantoor houdende te ANTWERPEN, Uitbreidingstraat
- tussenkomende partij : de BVBA AQUAREIN, die woonplaats kiest bij advocaat F. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW NATUUR LANDSCHAP KLEINE NETE op 31 oktober 2008 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 31 juli 2008 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk van 17 maart 2008, houdende het verlenen van de vergunning aan de BVBA AQUA- REIN voor het exploiteren van een saunacomplex, gelegen aan de Herentalsesteen- weg 2 te Grobbendonk, ongegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd, mits aanpassing van het voorwerp van de omschrijving en de voorwaarden; Gezien de nota van de verwerende partij; VII-37.276-1/6 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 10 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 15 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. VERPOORTEN, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat E. EMPEREUR, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat K. BULKMANS die, loco advocaat F. SEBREGHTS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT:
- De tussenkomst Met een verzoekschrift van 19 november 2008 vraagt de BVBA AQUAREIN, begunstigde van de bestreden vergunning, om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Dit verzoek kan worden ingewilligd.
- De feiten 2.
- De verzoekende partij is een VZW met onder meer als doel het opkomen voor natuurbehoud en kansen te scheppen voor natuurontwikkeling in de vallei van de Kleine Nete en aangrenzende gebieden, meer bepaald op het grondgebied van de gemeenten Kasterlee, Geel, Olen, Herentals, Herenthout, Vorselaar en Grobbendonk. VII-37.276-2/6 De tussenkomende partij wil te Grobbendonk, aan de Herentalse- steenweg 2, een sauna exploiteren. De inrichting zal gelegen zijn in woongebied, doch achter en naastliggend bevinden zich een natuurgebied en een beschermd landschap. Uit het dossier, en inzonderheid uit de aanhef van de bestreden beslissing, blijkt dat een wezenlijk punt bij de beoordeling van de in het geding zijnde vergunningsaanvraag de waterproblematiek is. 2.
- Voor het bouwen van het saunacomplex met zwembaden, wat in casu gepaard moet gaan met het slopen van een aantal gebouwen, verkrijgt de tussenkomende partij op 17 maart 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk een stedenbouwkundige vergunning. 2.
- Op 11 oktober 2007 dient de tussenkomende partij de milieuver- gunningsaanvraag in die aanleiding zal geven tot de thans bestreden beslissing. 2.
- Op 17 maart 2008 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk aan de tussenkomende partij de milieuvergunning voor de exploitatie van een saunacomplex. Aan de vergunning zijn verschillende voorwaarden gekoppeld, die ten dele betrekking hebben op de afvalwaterproblematiek. 2.
- Tegen dit vergunningsbesluit worden een aantal administratieve beroepen ingesteld. Met het bestreden besluit worden de beroepen ongegrond verklaard en wordt de door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Grobbendonk afgeleverde vergunningsbeslissing bevestigd, mits aanpassing van het voorwerp van de omschrijving en de voorwaarden.
- De ontvankelijkheid 3.
- De verwerende partij betwist het belang van de verzoekende partij. De tussenkomende partij betwist ook nog de tijdigheid van de vordering en de procesbevoegdheid van de verzoekende partij. 3.
- Er is hic et nunc geen reden om over deze excepties uitspraak te doen, aangezien de vordering verworpen wordt omdat niet voldaan is aan een van de grondvoorwaarden om de schorsing te bevelen. VII-37.276-3/6
- De voorwaarden voor de schorsing Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.
- Wat de eerste voorwaarde betreft, voert de verzoekende partij in een enig middel de schending aan van het standstillbeginsel, vervat in artikel 1.2.1, § 2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (hierna : milieubeleidsdecreet). Zij stelt dat de bestreden beslissing de milieuregels die van toepassing waren op de betrokken locatie versoepelt, terwijl krachtens het standstillbeginsel slechts beleidsbeslissingen mogelijk zijn wanneer er ter plaatse of elders een compensatie gebeurt, wat hier niet het geval is. De standstillverplichting ligt ook vervat in artikel 23 van de Grondwet en het milieubeleidsdecreet moet grondwetsconform geïnterpreteerd worden. 4.
- De verwerende partij antwoordt dat de verzoekende partij niet aanduidt in welke zin de milieuregels in dit geval versoepeld zouden worden, noch op welke wijze het bestaand beschermingsniveau geschonden zou worden of waarom die schending in dit concreet geval onaanvaardbaar zou zijn. Zij voegt daaraan toe dat het standstillbeginsel een algemeen beleidsbeginsel is dat zonder nadere uitwerking niet direct afdwingbaar is, terwijl de bestreden beslissing voldoet aan de bestaande normgeving, aan de bestaande codes van goede praktijk en aan de Beste Beschikbare Technieken. 4.
- Ook de tussenkomende partij stelt dat een vergunning, die voldoet aan de bestaande regels, niet voor onwettig gehouden kan worden wegens de miskenning van het standstillbeginsel vervat in artikel 1.2.1, § 2, van het milieubeleidsdecreet, omdat die bepaling geen directe werking heeft en zij slechts een leidraad vormt voor de interpretatie van andere milieuvoorschriften. Bovendien laat het standstillbeginsel een ruime appreciatiebevoegdheid aan het bestuur en is de bestreden beslissing niet kennelijk onredelijk, zoals blijkt uit de motivering en de unaniem positieve adviezen. VII-37.276-4/6 4.
- De verzoekende partij zet niet uiteen welke milieuregels door de bestreden beslissing versoepeld zouden worden. Voorts is artikel 1.2.1, § 2, van het milieubeleidsdecreet geen regel die, op zich, de rechter toelaat de onwettigheid vast te stellen van een beslissing waarbij de milieureglementering in een individueel geval wordt toegepast. Het standstillbeginsel wordt daar ingevoerd als een algemeen principe op het vlak van het milieubeleid, dat nadere uitwerking behoeft in direct afdwingbare normen. 4.
- De raadsman van de verzoekende partij wijst er ter terechtzitting op dat de genoemde decretale bepaling, wanneer zij gelezen wordt in het licht van artikel 23, derde lid, 4/, van de Grondwet waarin het beginsel van het recht op een gezond leefmilieu ingeschreven is, wel degelijk een verplichting voor het bestuur instelt die hij voor de rechter kan afdwingen. Met die uiteenzetting toont de verzoekende partij evenwel niet aan dat de decretale bepaling de rechtsgrond biedt voor de schorsing van een milieuvergunning. De raadsman vraagt dat de Raad van State daarover een vraag aan het Grondwettelijk Hof zou stellen. Hij heeft zijn vraag mondeling en bovendien weinig precies geformuleerd op de openbare terechtzitting. Daarmee ontneemt hij de andere partijen in het geding en de auditeur-verslaggever de mogelijkheid om ter- zake doordacht een standpunt in te nemen. Op het verzoek wordt niet ingegaan. 4.
- Het enige middel is niet ernstig. Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging te verwerpen, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de BVBA AQUAREIN in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. VII-37.276-5/6 Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf februari tweeduizend en negen, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. A. VANDENDRIESSCHE. VII-37.276-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.211 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.198.250 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div