← België

Arrest 190213 - Varia (onderwijs en cultuur) - 05/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.213 Rolnummer: A. 189769/XII-5560 Zaak: Arrest 190213 - Varia (onderwijs en cultuur) - 05/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-12 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 16:34 Fiche Arrest nr 190.213 van 5 februari 2009 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.213 van 5 februari 2009 in de zaak A. 189.769/XII-

  1. In zake : Bert BULTERYST, die woonplaats kiest te Ninove, Lavendelstraat 23, bus 8 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Bert Bulteryst op 9 september 2009 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen “van deze terugvordering [van beweerd teveel ontvangen studietoelagen] aan de Afdeling Studietoelagen en eis ik de som van 116,43 EUR”; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 5 december 2008, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 januari 2009; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van adviseur M. Broucke, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; XII-5560-1/3 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. Op aanvraag van verzoeker beslist verwerende partij hem voor het academiejaar 2005-2006 een studietoelage toe te kennen. Met schrijven van 25 juli 2008 deelt de afdeling studietoelagen aan verzoeker mee dat bij nazicht van verzoekers inkomsten gebleken is dat hij ten onrechte een bedrag van 408,34 euro heeft ontvangen. Verzoeker betwist dit, maar op 2 september 2008 deelt de dienst studietoelagen aan verzoeker mee, na controle van het dossier, op het standpunt te blijven dat 408,34 euro teveel werd betaald. Zij vordert die som terug met een afbetalingsplan van 50 euro per maand.
  3. Voor zoveel verzoeker met het voorliggende beroep de nietigverklaring vordert van de beslissing tot gedeeltelijke terugvordering van een studietoelage, heeft het geschil als werkelijk voorwerp de betwisting betreffende het bestaan en de omvang van een subjectief recht op studiefinanciering. Het komt de judiciële rechter toe vast te stellen of verzoeker zich op goede gronden op een dergelijk recht kan beroepen, inzonderheid dan door na te gaan en vast te stellen hoe, voor het concrete geval, de reglementair vastgelegde toekenningsvoorwaarden, bedoeld in de te dezen nog toepasselijke artikelen 29 en volgende van het decreet van 30 april 2004 betreffende de studiefinanciering en studentenvoorzieningen in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, uitgelegd en toegepast dienen te worden. De bevoegdheid van de gewone rechter sluit uit dat de Raad van State van het geschil kennis zou mogen nemen. Evenmin en om dezelfde redenen is de Raad van State bevoegd om, in de plaats van het bestuur, te beslissen om aan verzoeker een studietoelage -in casu de gevorderde 116,43 euro- toe te kennen.
  4. Het beroep is bijgevolg niet ontvankelijk. Verwerende partij heeft verzoeker echter in dwaling gebracht met betrekking tot de hem ter beschikking staande beroepsmogelijkheden, zodat de kosten van het geding haar ten laste gelegd worden. XII-5560-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf februari 2009, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5560-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.213 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.