id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.253 Rolnummer: A. 45253/V-1297 Zaak: Arrêt / Arrest 190253 - Militaires et corps spéciaux - Règlements / Leger en bijzondere korpsen - Reglementen - 06/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-19 Raadplegingen: 70 - laatst gezien 2026-06-29 16:50 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 190.253 van 6 februari 2009 Openbaar ambt - Leger en bijzondere korpsen - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.253 van 6 februari 2009 in de zaak A. 45.253/V-
- In zake :
- Philippe VANDE CASTEELE, wonende te SCHOTEN, Klamperdreef 7
- Didier BILLE, wonende te Les Breviaires, (Frankrijk) Paris France Résidence, 32 bis Rue Neuve
- Kurt VERSTAPPEN, wonende te Heist-op-den-Berg, Mechelsesteenweg 175
- Dominique STOCKMAN, wonende te Harelbeke, Stasegemsesteenweg
- tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Landsverdediging. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Ve K A M E R, Gezien het verzoekschrift van 29 oktober 1991 waarin Philippe Vande Casteele, Kurt Verstappen en Dominique Stockman, alsdan beroepsofficieren die een grondige kennis van het Nederlands bezitten, en Didier Bille, alsdan beroepsofficier, die de grondige kennis van het Frans bezit, de vernietiging vragen van het eerste en tweede lid van artikel 18 van de Franse tekst van het reglement A 12/1, met uitzondering van de eerste zin “Tout militaire (...) à cet effet” en van het tweede en derde lid van artikel 18 van de Nederlandse tekst van het reglement A 12/1, zoals gewijzigd bij erratum nr. 2; Gelet op het arrest nr. 38.111 van 14 november 1991 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden reglement wordt verworpen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur F. GEENS; V-1297n-1/5 Gelet op de beschikking van 15 september 1997 die de neer- legging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de eerste drie verzoekers; Gelet op de beschikking van 24 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 december 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. MENSCHAERT die, loco advocaat M. FORGES, verschijnt voor de verzoekers, en van kapitein V. DE SAEDELEER, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het behalve wat de kosten betreft eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De ontvankelijkheid van de vordering. De vier verzoekers waren, op het tijdstip van het indienen van hun verzoekschrift tot nietigverklaring beroepsofficieren van het actief kader van de krijgsmacht. 1.
- Eerste verzoeker is op 1 september 1980 kandidaat-beroepsofficier van de landmacht geworden. Hij wordt op 26 september 1991 benoemd tot de graad van kapitein. V-1297n-2/5 Op 1 juli 1994 werd hij op eigen aanvraag uit het kader der beroepsofficieren ontslagen en op dezelfde datum in disponibiliteit gesteld. Hij wordt opgenomen in het kader van reserveofficieren. 1.
- Tweede verzoeker wordt op 18 augustus 1986 kandidaat- beroepsofficier. Op 26 september 1992 wordt hij tot de graad van luitenant benoemd. Op 1 oktober 1992 wordt hij op eigen aanvraag ontslagen uit het kader van de beroepsofficieren en wordt hij in disponibiliteit gesteld. Hij wordt opgenomen in het kader van de reserveofficieren. 1.
- Derde verzoeker is op 30 augustus 1982 kandidaat-beroepsofficier van de luchtmacht geworden. Hij wordt op 26 september 1988 benoemd tot de graad van luitenant van het vliegwezen in het kader der beroepsofficieren. Op 1 januari 1993 wordt hij op eigen aanvraag ontslagen uit het kader der beroepsofficieren en wordt hij in disponibiliteit gesteld. 1.
- Vierde verzoeker wordt op 26 december 1986 benoemd tot onderluitenant van het vliegwezen en opgenomen in het kader der beroepsofficieren. Op 1 april 1993 wordt hij op eigen aanvraag ontslagen uit het kader der beroepsofficieren en gaat hij over naar het kader der reserveofficieren. Op dezelfde datum wordt hij in disponibiliteit gesteld. 2.
- Luidens artikel 24, tweede lid, van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut der beroepsofficieren van de land-, de lucht-, de zeemacht en de medische dienst en der reserveofficieren van alle krijgsmachtdelen en van de medische dienst, zoals vervangen door artikel 14 van de wet van 20 mei 1994 inzake de rechtstoestanden van het militair personeel kunnen, voor zover zij de leeftijd van oppensioenstelling niet hebben bereikt, de beroepsofficieren die sinds ten hoogste één jaar op hun verzoek hun ontslag verkregen hebben en die naar het reservekader zijn overgegaan, van de Koning de toestemming verkrijgen om opnieuw in het kader V-1297n-3/5 van de beroepsofficieren opgenomen te worden met de graad waarmee zij in dit kader bekleed waren op het ogenblik van hun overgang naar het reservekader. 2.
- Geen van de verzoekers blijkt van die mogelijkheid gebruik te hebben gemaakt. 3.
- Met een schrijven van 14 maart 2007 meldt de eerste verzoeker dat hij thans geen belangstelling meer heeft voor de voorliggende zaak. 3.
- In de laatste memorie namens de eerste, tweede en derde verzoeker wordt gesteld dat het ontslag van de tweede en derde verzoeker definitief is zodat deze vaststelling het uitdoven van hun belang bevestigt. 3.
- Met een brief van 29 januari 1997 gericht aan het auditoraat verklaart vierde verzoeker uitdrukkelijk dat hij geen belang meer heeft.
- Uit wat voorafgaat volgt dat geen der verzoekers nog een actueel belang heeft. Zulks leidt tot de conclusie dat de vordering niet langer ontvankelijk is. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 396,64 euro, komen ten laste van de verzoekers, elk voor een vierde. V-1297n-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes februari 2009, door de Ve kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, J. JAUMOTTE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De Griffier, De Voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. V-1297n-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.253 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.