id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.270 Rolnummer: A. 189867/IX-6088 Zaak: Arrest 190270 - Varia (justitie) - 09/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-16 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 17:02 Fiche Arrest nr 190.270 van 9 februari 2009 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.270 van 9 februari 2009 in de zaak A. 189.867/IX-
- In zake : BASSAM HOESSEIN NOURI TAY, die woonplaats kiest bij advocaat F. TEERLINCK, kantoor houdende te ANTWERPEN, Wouter Haecklaan 2, bus 39 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten S. VERBOUWE en F. CHAFFART, kantoor houdende te BRUSSEL, Tervurenlaan
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat BASSAM HOESSEIN NOURI TAY op 30 september 2008 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoer- legging en de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, Dienst Voogdij, van 30 juli 2008 “houdende verval van de plaatsing van verzoeker onder de hoede van de Dienst Voogdij van de FOD Justitie”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State, opgemaakt door auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op de beschikking van 9 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 februari 2009; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; IX-6088-1/6 Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. TEERLINCK, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat F. CHAFFART, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten. 1.
- Op 3 juli 2008 komt verzoeker zonder enig identiteitsdocument, België binnen en dient een asielaanvraag in op 4 juli
- Verzoeker verklaart van Iraakse nationaliteit te zijn en geboren te zijn op 15 april
- Hij wordt onder de hoede geplaatst van de Dienst Voogdij. 1.
- De identiteit van de minderjarige wordt vastgesteld aan de hand van zijn verklaringen en een kopie van een identiteitskaart. Er is twijfel in verband met de ingeroepen minderjarigheid op basis van uiterlijke kenmerken. Aan de Dienst Voogdij wordt gevraagd om een leeftijdsonderzoek te laten uitvoeren. 1.
- Op 17 juli 2008 ondergaat verzoeker in het Universitair Ziekenhuis Brussel een lichamelijk, tandheelkundig en radiologisch onderzoek teneinde zijn chronologische leeftijd te kunnen bepalen. De conclusie van de leeftijdsschatting luidt als volgt: “Op basis van het voorgaande onderzoek kunnen we besluiten met een redelijke wetenschappelijke zekerheid dat bij HOESSEIN NOURI TAY BASSAM op datum van 17 juli 2008 de leeftijd op 20 jaar kan geschat worden met een standaarddeviatie van 1,5 jaar.” 1.
- Op 30 juli 2007 beslist de Dienst Voogdij dat verzoeker niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over IX-6088-2/6 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de programmawet van 24 december
- Bijgevolg vervalt de plaatsing onder de hoede van de Dienst Voogdij van mijnheer Bassam HOESSEIN NOURI TAY van rechtswege op de datum van de kennisgeving van deze beslissing. 1.
- Dit is de thans bestreden beslissing die berust op de volgende motieven: “(...) Overwegende dat de Dienst Vreemdelingenzaken op 4 juli 2008 twijfel omtrent de leeftijd van betrokkene heeft geuit; Overwegende dat de Dienst Voogdij een medisch onderzoek liet uitvoeren op 17 juli 2008 door het Universitair Ziekenhuis Brussel, Laarbeeklaan 101, 1090 Brussel, teneinde na te gaan of betrokkene al dan niet jonger is dan 18 jaar; Overwegende dat de conclusie van het medisch onderzoek als volgt luidt: ‘Op basis van het voorgaande onderzoek kunnen we besluiten met een redelijke wetenschappelijke zekerheid dat bij HOESSEIN NOURI TAY BASSAM op datum van 17 juli 2008 de leeftijd op 20 jaar kan geschat worden met een standaarddeviatie van 1,5 jaar.’ Overwegende dat uit het medisch onderzoek blijkt dat betrokkene meer dan 18 jaar oud is. (...)” Ontvankelijkheid van het beroep. 2.
- De verwerende partij werpt een exceptie van niet ontvankelijkheid op. Volgens haar werd het verzoekschrift laattijdig ingediend. Zij schrijft dat verzoeker niet aantoont dat hij de vordering heeft ingesteld binnen de zestig dagen, zoals bepaald door artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 14 januari
- Zij preciseert dat tussen 30 juli 2008, datum van kennisname van de bestreden beslissing door verzoeker en 30 september 2008, datum van verzending van het verzoekschrift naar de Raad van State er tweeënzestig dagen zijn verlopen. 2.
- Uit het administratief dossier blijkt dat de bestreden beslissing van 30 juli 2008 op dezelfde datum werd verstuurd naar het opvangcentrum voor asielzoekers te Steenokkerzeel, waar verzoeker zich op dat ogenblik bevond. IX-6088-3/6 Het staat niet vast, en de verwerende partij toont niet aan, dat verzoeker op 30 juli 2008 in kennis werd gesteld van de bestreden beslissing, aangezien niet blijkt dat verzoeker het ontvangstbewijs, dat met de bestreden beslissing werd verstuurd voor ontvangst heeft ondertekend en gedateerd. Bijgevolg wordt de verzoeker geacht tijdig zijn verzoekschrift te hebben ingediend en wordt de exceptie verworpen. Gegrondheid van het beroep. 3.
- Verzoeker voert in een enig middel de schending aan van de materiële motiveringsplicht, waaruit hij het bestaan van machtsoverschrijding afleidt. Hij stelt dat de motivering van de bestreden beslissing geen informatie bevat over de aard van het onderzoek dat hij onderging. Hij kent evenmin de motieven, op grond waarvan tot “redelijk wetenschappelijke zekerheid”, werd besloten, in verband met zijn leeftijd. Hij voegt daaraan toe dat uit de bestreden beslissing geenszins kan worden afgeleid dat zij al dan niet werd genomen “op grond van de enkele resultaten van een botonderzoek, hetgeen niet toegelaten is.” Hij besluit dat het identiteitsdocument dat hij heeft voorgelegd aan het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen zijn minderjarig- heid bewijst, wat door geen enkel element van het dossier wordt weerlegd. 3.
- Uit het medisch verslag van 22 juli 2008, van het Universitair Ziekenhuis Brussel, waarvan verzoeker kennis kon nemen, blijkt dat dit steunt op een viervoudig medisch onderzoek. In de eerste plaats wordt een fysiek onderzoek uitgevoerd, in de tweede plaats wordt een handpolsradiografie genomen, in de derde plaats een radiografie van het sleutelbeen en tenslotte wordt een tandonderzoek met name een orthopantomogram uitgevoerd en wordt een radiografie van de cervicale wervelzuil en het polsgewricht genomen. IX-6088-4/6 Bij elk van de uitgevoerde onderzoeken wordt uitleg verstrekt, met verwijzing naar de gehanteerde wetenschappelijke methoden en modellen. Tevens wordt verwezen naar de terzake relevante wetenschappelijke literatuur. Op basis van voornoemde onderzoeken besluit het verslag dat “met een redelijk wetenschappelijke zekerheid (...) bij HOESSEIN NOURI TAY BASSAM op datum van 17 juli 2008 de leeftijd op 20 jaar kan geschat worden met een standaarddeviatie van 1,5 jaar.” Bijgevolg steunt de bestreden beslissing op pertinente draag- krachtige en deugdelijke motieven, die afdoend zijn. Het stuk nr. 6 van het dossier van verzoeker, zijnde een kopie van zijn origineel identiteitsdocument, doet niets af aan wat voorafgaat. 3.
- Het enig middel van de verzoeker is kennelijk ongegrond, zodat er aanleiding is om artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toe te passen. Bijgevolg is er geen grond meer om over de vordering tot schorsing uitspraak te doen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. KAMERVOORZITTER : Artikel
- De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-6088-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 9 februari 2009, door : de H D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6088-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.270 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.