← België

Arrest 190276 - Penitentiair recht - 09/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.276 Rolnummer: A. 191331/IX-6210 Zaak: Arrest 190276 - Penitentiair recht - 09/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-10 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 17:04 Fiche Arrest nr 190.276 van 9 februari 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.276 van 9 februari 2009 in de zaak A. 191.331/IX-6210. In zake : Abdoulmoutalib EL FAKEH, die woonplaats kiest bij advocaat B. VERHAEGEN, kantoor houdende te HERENTALS, Lierseweg 102-104 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Abdoulmoutalib EL FAKEH op 5 februari 2009 heeft ingediend om de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijk- heid en de nietigverklaring te vorderen van de beslissing genomen op 3 februari 2009 door de directeur van de strafinrichting MERKSPLAS, namens de FOD Justitie, Directoraat - generaal Penitentiaire Inrichtingen, aan verzoeker ter kennis gebracht op 3 februari 2009; Gezien het administratief dossier van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 5 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 februari 2009, om 11.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. VERHAEGEN, die verschijnt voor de verzoeker, en van attaché V. ARICKX, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord adjunct-auditeur A. VAN STEENBERGE in zijn eensluidend advies, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal P. DE WOLF van 31 oktober 2008; IX-6210-1/4 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Feiten 1.1. Op dit ogenblik verblijft de verzoeker in de strafinrichting te Merksplas. 1.2. Sedert 18 juli 2008 werkt de verzoeker als “diender” in het opleidingscentrum VIPK, gelegen buiten de muren van de strafinrichting. 1.3. In het VIPK is een “dienstenlokaal” als opbergplaats ingericht voor poetsgerief, voorraden en onderhoudsproducten. Dit lokaal, wordt door verschillende personen gebruikt, wat niet wordt betwist. 1.4. Op 2 februari 2009 stelt een penitentiair beambte een rapport aan de directeur op. Dit rapport luidt als volgt : “Feit(

  1. en)beschouwd als tuchtrechtelijke inbreuk en concrete omstandig- heden waarin dit (deze) plaatsvond(
  2. en): @ Op (datum) : 2 februari 2009 @ om (uur) : 13.20 uur @ op (plaats) : dienderslokaal VIPK @ zijn volgende feiten vastgesteld : Tijdens het onderzoek van dit lokaal stuitte ik op twee emmers die in elkaar stonden. Toen ik deze twee emmers uit elkaar nam stelde ik vast dat er een keuken- handdoek tussen de beide bodems lag. Bij het wegnemen van deze keukenhanddoek stelde ik vast dat er oplaadkaart ter waarde van 10i van BASE op de bodem van de onderste emmer lag. Deze is gevonden op een plaats die het onmogelijk maakt om te kunnen bepalen of deze kaart zijn eigendom is geweest. De gedetineerde maakt gebruik van dit lokaal door zijn werkomstandig- heden. @ waren getuigen (vermelden van de volledige identiteit van de getuigen) : PA Bruno van der Avoort (...)”. IX-6210-2/4 1.5. Op 3 februari 2009 deelt de gevangenisdirecteur van de verzoeker het volgende mee : “Na onderzoek van het rapport dat op 2/2/2009 lastens u werd opgesteld, heb ik besloten om geen tuchtprocedure tegen u op te starten wegens volgende reden : De betrokkene zal via de arbeidsdienst, werkloos, gezet worden. De betrokkene tekent/weigert te tekenen het origineel dat hem ter kennis- name wordt voorgelegd. Hij ontvangt een kopie van dit document”. 2. Ter terechtzitting deelt de verwerende partij mee dat de directeur haar beslissing op 6 februari 2009 heeft ingetrokken. 3. Gelet op die intrekking, zijn de vorderingen tot schorsing en tot nietigverklaring zonder voorwerp geworden. Dienvolgens dienen beide vorderingen te worden verworpen. 4. Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing door de verwerende partij, past het deze partij in de kosten te verwijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel 1. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-6210-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 9 februari 2009, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6210-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.276 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.