id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.315 Rolnummer: A. 75012/X-7557 Zaak: Arrest 190315 - Monumenten en Landschappen - 10/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-18 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 17:16 Fiche Arrest nr 190.315 van 10 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.315 van 10 februari 2009 in de zaak A. 75.012/X-
- In zake : de stad RONSE, die woonplaats kiest bij advocaat B. VAN DORPE, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, Loofstraat 39 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Gerard Davidstraat 46, bus
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de stad RONSE op 17 juli 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 25 februari 1997 van de Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn houdende bescherming als monument van “het schip, de zuilen van de viering, het vroeg- XIXde-eeuws koor en transept van de oude Sint-Martinuskerk” te Ronse, kadastraal bekend sectie E, nrs. 946/f (deel m en w); Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 6 november 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 10 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 januari 2009; X-7557-1/9 Gehoord het verslag van staatsraad P. LEFRANC; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. VAN DORPE, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat S. CALLENS, die loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Feiten 1.
- In een motiveringsnota stelt het bestuur Monumenten en Landschappen voor het schip, transept en koor van de oude Sint-Martinuskerk te Ronse als monument te beschermen “met uitzondering van de XXste eeuwse aanbouwsels, als uitbreiding van de bescherming van de toren tot het gehele kerkgebouw, omwille van het algemeen belang gevormd door de historische waarde als in oorsprong XI-eeuwse romaanse parochiekerk, in de XVde eeuw in gotische stijl herbouwd met twee beuken en met vroeg-XIXde-eeuwse uitbreidingen die bestaan uit een derde beuk, een transept en een koor met kelder, naar ontwerp van architect Roelandt en gekenmerkt door een strenge classicistische vormgeving en volumewerking”. Dit voorstel wordt geformuleerd na de evaluatie in de nota die als volgt luidt: “Van de XIde-eeuwse romaanse parochiekerk van Sint-Martinus resten nog de funderingen van de romaanse westtoren. In de XVde eeuw werd een tweebeukige gotische hallenkerk gebouwd met vier gildenkapellen in plaats van een zijbeuk op het zuiden. Van deze kerk resten nog de zuilen met hun bogen en de dakstructuur. In 1807 werden de vier gildenkapellen door een bakstenen derde zijbeuk vervangen en werd tegen de westgevel een doopkapel opgetrokken. In 1822 werden door architect L. Roelandt een transept en een onderkelderd koor in baksteen opgetrokken, waarbij het oude gotische koor verdween. In de XXste eeuw werden diverse annexen tegen de zuidmuur aangebouwd. De historische waarde van de romaanse en gotische delen van de kerk is zeer aanzienlijk: Sint-Martinus was immers gedurende tien eeuwen de belangrijkste parochie van de stad. Anderzijds bezitten de bewaarde gedeelten X-7557-2/9 van de classicistische binnendecoratie is de oostpartij historische en artistieke waarde en valt de buitenarchitectuur van transept en koor op door een imporende strengheid en soberheid van volumewerking en vormgeving”. 1.
- Op 24 juni 1993 beslist de Vlaamse minister van Verkeer, Buitenlandse Handel en Staatshervorming om “het schip, transept en koor met kelder van de oude Sint-Martinuskerk te Ronse, met uitzondering van de XXe eeuwse aanbouwsels, als uitbreiding van de bescherming van de toren tot het gehele kerkgebouw” op een voorontwerp van lijst van een voor bescherming vatbaar monument te plaatsen. 1.
- Met het ministerieel besluit van 20 juli 1993 worden de rechtsgevolgen van artikel 5 van het monumentendecreet “van onmiddellijke toepassing verklaard voor een eenmalige termijn van 120 dagen (...) omwille van (...) de geplande afbraak- en verbouwingswerken (die) (...) de historische waarde van dit pand (bedreigen)”. 1.
- Het college van burgemeester en schepenen brengt met het besluit van 20 september 1993 een ongunstig advies uit: “Aangezien ingevolge vroegere ondeskundige opgravingen voor archeologisch onderzoek de funderingen, zuilen en kolommen werden ondergraven zodat de stabiliteit van het gebouw zeer slecht is en instortingsgevaar niet uitgesloten is; Gezien er scheuren zijn over de volledige breedte van het gebouw en verscheidene vensters dienden toegemetst te worden; Aangezien het gebouw geen enkele archeologische, noch historische, noch architectonische waarde heeft; Aangezien aan het gebouw geen enkele efficiënte functie kan gegeven worden in het centrum van de stad; Aangezien de kosten voor restauratie enorm hoog zullen zijn en onverantwoord; Aangezien de v.z.w. De Vrienden van het Ronsese Cultuurpatrimonium eigenaar is van het achterste gedeelte en onmogelijk de lasten van de restauratie kan dragen en de vraag wordt gesteld wat er zal gebeuren wanneer deze v.z.w. zal ontbonden worden; BESLIST : Aan het voorontwerp van lijst van voor bescherming vatbare monumenten, stads- en dorpsgezichten, waarbij de voormalige Sint-Martinuskerk werd opgenomen voor bescherming als monument, wordt ongunstig advies verleend. Het advies zal samen met de stukken van het onderzoek, overgemaakt worden aan de Provinciale Dienst voor Monumenten en Landschappen”. 1.
- Na onderzoek van de bezwaarschriften en het voormelde advies stelt het bestuur Monumenten en Landschappen op 2 maart 1995 voor het beschermingsvoorstel als volgt aan te passen: X-7557-3/9 “a – Met de reeds beschermde toren zal ook het schip van de XVde-eeuwse tweebeukige hallenkerk en de in 1807 door een zuidelijke zijbeuk met doopkapel vervangen voormalige gildenkapellen als monument worden beschermd. Deze bescherming behelst ook de er nog bewaarde restanten van kolommen. b – De bescherming als monument van het perceel van het vroeg-XIXde-eeuws transept en oostpartij blijft behouden, meer bepaald wat betreft de funderingen en de zuilen van de viering, alsook de funderingen van het gesloopte XVde-eeuwse koor”. Het bestuur Monumenten en Landschappen besluit dan met volgend gemotiveerd advies: “Dient te worden beschermd als monument: het schip, de zuilen van de viering en de funderingen van het laatgotische en het vroeg-XIXde-eeuws koor en van het transept van de oude Sint-Martinuskerk te Ronse (...) als uitbreiding van de bescherming van de toren, omwille van het algemeen belang gevormd door de historische waarde als in oorsprong XIde-eeuwse romaanse parochiekerk, in de XVde eeuw in gotische stijl herbouwd met twee beuken en met vroeg-XIXde-eeuwse uitbreidingen in classicistische stijl, die bestaan uit een derde beuk, een transept en een koor met kelder, naar ontwerp van architect Roelandt”. 1.
- Met het ministerieel besluit van 29 mei 1995 wordt het ontwerp van lijst vastgesteld van volgend voor bescherming vatbaar monument: “het schip, de zuilen van de viering en de funderingen van het laatgotische en het vroeg-XIXde-eeuwse koor en van het transept van de oude Sint-Martinuskerk te Ronse (...) als uitbreiding van de bescherming van de toren, omwille van het algemeen belang gevormd door de historische waarde als in oorsprong XIde-eeuwse romaanse parochiekerk, in de XVde eeuw in gotische stijl herbouwd met twee beuken en met vroeg-XIXde-eeuwse uitbreidingen in classicistische stijl, die bestaan uit een derde beuk, een transept en een koor met kelder, naar ontwerp van architect Roelandt”. 1.
- Op 2 mei 1996 brengt de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Vlaamse Gewest, “na kennis te hebben genomen van de adviezen en bezwaren, waarbij ze de beoordeling ervan door de bestuursentiteit Monumenten en Landschappen tot de hare maakt” een gelijkluidend advies met navolgende motivering: “Meer algemeen stelt de KCML dat een bescherming in de eerste plaats het behoud van de waarde van het monument in zijn totaliteit beoogt. Het integrale behoud kan dan getoetst worden n.a.v. concrete herbestemmingsprojecten. X-7557-4/9 De KCML onderschrijft dan ook enkel de bescherming van de gehele voormalige Sint-Martinuskerk”. 1.
- Met het ministerieel besluit van 28 augustus 1996 wordt de geldigheidsduur van het ministerieel besluit van 29 mei 1995 verlengd met 6 maanden “teneinde het onderzoek van de bezwaarschriften te kunnen vervolledigen en afsluiten”. 1.
- Met het bestreden besluit van 25 februari 1997 beschermt de Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn als monument “het schip, de zuilen van de viering, het vroeg-XIXde-eeuws koor en transept van de oude Sint-Martinuskerk te Ronse (...) als uitbreiding van de bescherming van de toren, omwille van het algemeen belang gevormd door de historische waarde als in oorsprong XIde-eeuwse romaanse parochiekerk, in de XVde eeuw in gotische stijl herbouwd met twee beuken en vroeg-XIXde-eeuwse uitbreidingen in classicistische stijl, die bestaan uit een derde beuk, een transept en een koor met kelder, naar ontwerp van architect Louis Roelandt”.
- Ten gronde 2.
- Het enige middel is afgeleid uit de schending van artikel 7 van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten (hierna: monumentendecreet), het beginsel “patere legem quam ipse fecisti”, de formele motiveringsplicht en van de beginselen van behoorlijk bestuur. De verzoekende partij betoogt in een eerste onderdeel dat het bestreden besluit “het schip, de zuilen van de viering, het vroeg-XIXde-eeuws koor en transept van de oude Sint-Martinuskerk” beschermt terwijl het ontwerp van lijst enkel voorstelt “het schip, de zuilen van de viering, en de funderingen van het laatgotische en het vroeg-XIXde-eeuws koor en transept van de oude Sint-Martinuskerk” te beschermen als monument. In een tweede onderdeel stelt zij dat het bestuur Monumenten en Landschappen bij brief van 17 juli 1996 “de slopingswerken aanvaardde” mits het eerbiedigen van de bepalingen van het ontwerp van lijst zodat naderhand de tegenpartij “het met haar instemming gesloopte deel niet kan beschermen, met de verplichting tot instandhouding en beveiliging”. In een derde onderdeel argumenteert zij dat de talrijke bezwaren en haar ongunstig advies “de historische en architecturale waarde betwistten” en gewezen hadden “op de bouwvallige toestand en de enorme kosten van instandhouding (...) zowel voor het thans afgebroken deel 946 w (voormalige filmzaal) als 946 m (het schip; huidige X-7557-5/9 garage)”, het bestreden besluit de bescherming enkel motiveert omwille van de historische waarde van het beschermde voorwerp zonder de historische waarde af te wegen tegen de instandhoudingskosten en zonder aan te duiden waarin die historische waarde bestaat. In een vierde onderdeel betoogt de verzoekende partij dat er een tegenstrijdigheid is tussen de kadastrale omschrijving en het beschrijvend deel van het bestreden besluit dat het perceelsnummer 946/f niet vermeldt terwijl het voorontwerp wel “de XXste aanbouwsels” uit het voorstel tot bescherming sluit. 2.
- De verwerende partij repliceert met betrekking tot de eerste drie onderdelen van het enig middel dat “de bestreden beslissing (...) zo (moet) gelezen worden dat enkel de funderingen worden beschermd van het koor en transept. Enkel bij wege van een puur materiële vergissing verviel een deel van de tekst bij de opmaak van de bestreden beslissing”. Zij stelt voorts de vraag welk belang de verzoekende partij nog kan hebben bij het aanvoeren van deze onderdelen van het enig middel nu “de betwiste bescherming van koor en transept (...) werd gesloopt”. Voorts stelt de verwerende partij dat de bestreden beslissing duidelijk en afdoende is gemotiveerd. Tot slot laat zij gelden dat een tikfout is geslopen in het bestreden besluit. Men dient “946f/deel, m, w” te lezen in plaats van “946 f (deel m, w)”. Zij betwist dat de verzoekende partij hierdoor zou zijn misleid. 2.
- De verzoekende partij dupliceert dat “het bestreden besluit de draagwijdte heeft die in de tekst is uitgedrukt, dat uit geen element van die tekst kan afgeleid worden dat het zou gaan om een verschrijving of een ‘materiële vergissing’”, het monumentendecreet “niet alle(e)n de bescherming, de instandhouding en het onderhoud, maar ook het herstel regelt van de beschermde monumenten” zodat zij belang heeft, meer bepaald “dat zij als gemeentelijke overheid niet zou worden verplicht financieel tussen te komen in het herstel van de gesloopte delen”. 2.
- In de laatste memorie laat de verwerende partij nog gelden dat haar “bekentenis” in deze procedure ertoe leidt dat de verzoekende partij “niet te vrezen heeft voor herstelmaatregelen” en “dat een vergissing geen formele erkenning behoeft in een erratum-besluit om als een materiële vergissing te worden erkend”. X-7557-6/9 2.
- Artikel 7, eerste zin van het monumentendecreet bepaalt wat volgt: “De Vlaamse Regering, de Koninklijke Commissie gehoord, stelt het besluit tot definitieve bescherming van de op de ontwerp van lijst voorkomende monumenten en stads- en dorpsgezichten vast”. Uit deze bepaling volgt dat de Vlaamse regering in de lopende beschermingsprocedure enkel de op de ontwerp van lijst voorkomende monumenten definitief kan beschermen. Monumenten die niet op het ontwerp van lijst voorkomen kunnen enkel definitief worden beschermd als resultaat van een daarvoor overeenkomstig het monumentendecreet specifiek opgestarte beschermingsprocedure. 2.
- Uit de feitenuiteenzetting hiervoor blijkt dat het bestreden besluit zich niet beperkt heeft tot de definitieve bescherming van de bij het ministerieel besluit van 29 mei 1995 op het ontwerp van lijst (onder meer) voorkomende “funderingen van het laatgotische en het vroeg-XIXde-eeuwse koor en van het transept van de oude Sint-Martinuskerk te Ronse” door (onder meer) “het vroeg-XIXde-eeuwse koor en transept van de oude Sint-Martinuskerk te Ronse” in de definitieve bescherming op te nemen. De verwerende partij betwist dit niet. Het bestreden besluit schendt aldus artikel 7 van het monumentendecreet. Het feit dat zulks op een materiële vergissing zou berusten doet niets af aan deze vaststelling en spoort overigens niet met het advies van de KCML, dat enkel de bescherming van de gehele voormalige Sint-Martinuskerk onderschrijft. De verzoekende partij wijst er terecht op dat de bescherming krachtens het monumentendecreet de instandhouding, het onderhoud en het herstel van de beschermde monumenten beoogt. Zij behoudt derhalve het belang bij de nietigverklaring van het bestreden besluit dat onder meer een gesloopt gedeelte bevat. 2.
- Het middel is in zoverre gegrond. 2.
- Het verzoek van de verwerende partij om het bestreden besluit “slechts gedeeltelijk te vernietigen”, meer bepaald “voor zover er meer wordt beschermd dan ‘het schip, de zuilen van de viering en de funderingen van het vroeg-XIXde-eeuws koor en transept van de oude Sint-Martinuskerk” wordt afgewezen. Uit de beschermingsprocedure blijkt immers dat het voorwerp van de X-7557-7/9 bescherming in het bestreden besluit niet berust op een louter materiële vergissing, maar het resultaat is van het advies van de KCML dat enkel de bescherming van de gehele voormalige Sint-Martinuskerk onderschrijft. Het bestreden besluit dient in zijn geheel te worden vernietigd. 2.
- Het beroep is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 25 februari 1997 van de Vlaamse minister van Cultuur, Gezin en Welzijn houdende bescherming als monument van “het schip, de zuilen van de viering, het vroeg-XIXde-eeuws koor en transept van de oude Sint-Martinuskerk” te Ronse, kadastraal bekend sectie E, nrs. 946/f (deel m en w). Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien februari 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, P. LEFRANC, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. R. STEVENS. X-7557-8/9 X-7557-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.315 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div