id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.359 Rolnummer: Zaak: Arrest 190359 - Geneesmiddelen - 12/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-18 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 17:35 Fiche Arrest nr 190.359 van 12 februari 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Geneesmiddelen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.359 van 12 februari 2009 in de zaken A. (I) 140.940/VII-30.587 (II) 140.941/VII-30.588 (III) 140.943/VII-30.589 (IV) 140.944/VII-30.590 (V) 140.945/VII-30.
- In zake : I. + II. + III. + IV. + V. de NV DOCPHARMA, die woonplaats kiest bij advocaat S. CALLENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Tervurenlaan 40 tegen : I. + II. + III. + IV. + V. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten L. DEPRÉ en P. SLEGERS, kantoor houdende BRUSSEL, Terhulpsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV DOCPHARMA op 27 augustus 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing zonder datum van de Minister van Sociale Zaken m.b.t. de aanvraag tot vergoedbaar- heid van de specialiteit DOCSIMVASTA 20, 28 filmomhulde tabletten x 20 mg in de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten" (zaak A. 140.940/VII- 30.587); Gezien het verzoekschrift dat de NV DOCPHARMA op 27 augustus 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing zonder datum van de Minister van Sociale Zaken m.b.t. de aanvraag tot vergoedbaar- heid van de specialiteit DOCSIMVASTA 20, 84 filmomhulde tabletten x 20 mg in de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten" (zaak A. 140.941/VII- 30.588); VII-30.587-30.588-30.589-30.590-30.591-1/5 Gezien het verzoekschrift dat de NV DOCPHARMA op 27 augustus 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing zonder datum van de Minister van Sociale Zaken m.b.t. de aanvraag tot vergoedbaar- heid van de specialiteit DOCSIMVASTA 40, 28 filmomhulde tabletten x 40 mg in de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten" (zaak A. 140.943/VII- 30.589); Gezien het verzoekschrift dat de NV DOCPHARMA op 27 augustus 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing zonder datum van de Minister van Sociale Zaken m.b.t. de aanvraag tot vergoedbaar- heid van de specialiteit DOCSIMVASTA 40, 56 filmomhulde tabletten x 40 mg in de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten" (zaak A. 140.944/VII- 30.590); Gezien het verzoekschrift dat de NV DOCPHARMA op 27 augustus 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing zonder datum van de Minister van Sociale Zaken m.b.t. de aanvraag tot vergoedbaar- heid van de specialiteit DOCSIMVASTA 40, 98 filmomhulde tabletten x 40 mg in de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten" (zaak A. 140.945/VII- 30.591); Gelet op het arrest nr. 181.374 van 20 maart 2008 waarbij de vijf zaken worden gevoegd, de debatten worden heropend en het door de auditeur- generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaken; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT in de vijf zaken; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories in de vijf zaken; Gelet op de beschikking van 15 december 2008 waarbij de terechtzitting in de vijf zaken bepaald wordt op 8 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS in de vijf zaken; VII-30.587-30.588-30.589-30.590-30.591-2/5 Gehoord de opmerkingen van advocaten S. CALLENS en M. GOOSSENS, die verschijnen voor de verzoekende partij in de vijf zaken, en van advocaat P. SLEGERS, die verschijnt voor de verwerende partij in de vijf zaken; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT in de vijf zaken; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Het juridisch kader en de feitelijke gegevens van de zaken werden uiteengezet in het arrest nr. 181.374 van 20 maart 2008 waarbij de zaken werden gevoegd, de debatten werden heropend en een aanvullend onderzoek werd bevolen.
- De verzoekende partij roept als tweede middel de schending in van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat het bestreden besluit haar geneesmiddel DOCSIMVASTA, net als de specialiteit ZOCOR, onder hoofdstuk IV van de lijst van vergoedbare farmaceutische specialiteiten catalogeert, maar onder een andere paragraaf dan paragraaf 260, en dit geneesmiddel aan strengere voorwaarden onderwerpt, zonder dat hiervoor een redelijke verantwoording bestaat, terwijl de overheid verplicht is de aanvragen tot opname van gelijkaardige, bio- equivalente geneesmiddelen in de lijst van de vergoedbare geneesmiddelen op een gelijke wijze te behandelen en aan gelijke voorwaarden te onderwerpen.
- In de memorie van antwoord stelt de verwerende partij, samengevat, enerzijds dat het middel onontvankelijk is omdat door het bestreden besluit precies een gunstiger regime wordt gecreëerd voor DOCSIMVASTA, en anderzijds dat het middel ongegrond is, omdat de stelling dat de terugbetalingsvoor- waarden voor dit geneesmiddel strenger zouden zijn, onjuist is.
- In de memorie van wederantwoord stelt de verzoekende partij dat de opname van "de andere generieken" in dezelfde paragraaf als het merkgeneesmid- del tot gevolg heeft dat een nieuwe machtiging bij het veranderen van het merkgeneesmiddel niet meer nodig is, gelet op de bepaling dat de apotheker de derdebetalersregeling mag blijven toepassen voor de aflevering van een generische VII-30.587-30.588-30.589-30.590-30.591-3/5 specialiteit in plaats van de voorgeschreven merkspecialiteit wanneer die in dezelfde paragraaf is ingeschreven. Zelfs het feit dat ZOCOR na 1 juli 2003 in een andere paragraaf is ondergebracht, verhindert volgens de verzoekende partij de toepassing van de derdebetalersregeling en de verwisseling van ZOCOR door het generisch genees- middel niet, wanneer die verwisseling plaatsvindt gedurende de periode van de oorspronkelijke machtiging, verleend door de adviserende arts bij het voorschrijven van ZOCOR.
- In de laatste memorie voegt de verzoekende partij nog toe dat de discriminatie nog is toegenomen door een wijziging in de regelgeving, na het indienen van het verzoekschrift tot nietigverklaring. Meer bepaald voorzag artikel 80 van het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten (hierna: koninklijk besluit van 21 december 2001), ingevolge de wijziging door een koninklijk besluit van 13 september 2003, volgens de verzoeken- de partij er in, dat wanneer de arts een ander geneesmiddel voorschrijft dan datgene dat voorkomt op de machtiging van de adviserende arts, de apotheker de derdebeta- lersregeling kan toepassen voor de aflevering van het voorgeschreven generisch geneesmiddel indien dit is ingeschreven in dezelfde paragraaf als het geneesmiddel dat voorkomt op de betrokken machtiging. Vermits ZOCOR, aldus de verzoekende partij, vanaf 1 juli 2003 werd overgeheveld van § 79 naar § 260 van hetzelfde hoofdstuk IV van de lijst uit bijlage I bij het koninklijk besluit van 21 december 2001 en de andere generieke simvastatines eerst in § 79 van hoofdstuk IV werden ondergebracht, kon door de nieuwe toevoeging in artikel 80 plots nog worden verzekerd dat de apotheker de derdebetalersregeling zou blijven toepassen voor de aflevering van een generisch geneesmiddel indien de patiënt overschakelde van ZOCOR op een generisch product. Een dergelijke nieuwe regeling gold volgens de verzoekende partij niet wanneer de patiënt overschakelde van ZOCOR naar het generisch geneesmiddel DOCSIMVASTA, vermits dit nooit was opgenomen in dezelfde paragraaf van hetzelfde hoofdstuk IV. VII-30.587-30.588-30.589-30.590-30.591-4/5
- Naar luid van artikel 10 van de Grondwet zijn alle Belgen gelijk voor de wet. Krachtens artikel 11 van de Grondwet moet het genot van de aan de Belgen toegekende rechten zonder discriminatie worden verzekerd. Deze voorschrif- ten verbieden principieel dat een niet-verantwoord verschil in behandeling voor bepaalde categorieën van personen zou worden ingesteld. Deze beginselen slaan dus uiteraard op personen en niet op prestaties, diensten en goederen. Het tweede middel is niet gegrond, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De beroepen worden verworpen. Artikel
- De kosten van de vorderingen tot schorsing, bepaald op 875 euro, komen ten laste van de verzoekende partij De kosten van de annulatieberoepen, bepaald op 875 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf februari tweeduizend en negen, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-30.587-30.588-30.589-30.590-30.591-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.359 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.