id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.360 Rolnummer: A. 145638/VII-31277 Zaak: Arrest 190360 - Geneesmiddelen - 12/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-23 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 17:36 Fiche Arrest nr 190.360 van 12 februari 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Geneesmiddelen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.360 van 12 februari 2009 in de zaak A. 145.638/VII-31.277. In zake : de BV MERCK SHARP & DOHME, vennootschap naar Nederlands recht, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken, die woonplaats kiest bij advocaten L. DEPRÉ en P. SLEGERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 178. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de BV MERCK SHARP & DOHME, vennootschap naar Nederlands recht, op 22 december 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "het ministerieel besluit van 21 oktober 2003 tot wijziging van de lijst (wat betreft DOCSIMVASTA 20 en 40) gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten, (gepubliceerd in het B.S. van 23 oktober 2003, 2/ ed., bl. 51786)"; Gelet op het arrest nr. 181.375 van 20 maart 2008 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; VII-31.277-1/8 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 15 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. JUDO die, loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat P. SLEGERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. Het juridisch kader en de feitelijke gegevens Het juridisch kader en de feitelijke gegevens van de zaak werden uiteengezet in het arrest van de Raad van State nr. 181.375 van 20 maart 2008 waarbij de debatten werden heropend en een aanvullend onderzoek werd bevolen. 2. De ontvankelijkheid 2.1. In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij drie excepties op, die als volgt kunnen worden samengevat : - De verzoekende partij vordert de nietigverklaring van een beslissing die inmid- dels werd "opgeheven". Op 23 oktober 2003 heeft de verwerende partij immers een groepsgewijze herziening van de vergoedingsmodaliteiten doorgevoerd, die nadien werd opgenomen in een ministerieel besluit van 19 november 2003. De verzoekende partij heeft geen belang bij de vernietiging van een beslissing die voordien reeds was opgeheven en nooit uitwerking kreeg. VII-31.277-2/8 - De verzoekende partij heeft geen belang bij een vernietiging omdat haar geneesmiddel ZOCOR geregistreerd is voor andere indicaties dan het geneesmiddel DOCSIMVASTA. De verzoekende partij is derhalve geen rechtstreekse mededinger van de NV DOCPHARMA. Zij is niet de bestemmeling van de bestreden beslissing, noch in haar individuele, noch in haar verordenende vorm. - De verzoekende partij heeft geen actueel belang bij de voorliggende procedure. Zelfs al zou de groepsgewijze herziening "van eind 2003" worden vernietigd, kan de bestreden beslissing, die dan "opnieuw in het leven (wordt) geroepen", geen uitvoering krijgen. De onontbeerlijke uitvoeringsmodaliteiten werden in de groepsgewijze herziening opgenomen. Ofwel, zo meent de verwerende partij, blijft de groepsgewijze herziening voortbestaan, en bestaat de thans bestreden beslissing niet, ofwel wordt de groepsgewijze herziening ingetrokken of vernietigd, en verdwijnen tevens de onontbeerlijke uitvoeringsmodaliteiten van de thans bestreden beslissing. 2.2. In de memorie van wederantwoord stelt de verzoekende partij, samengevat, dat de minister met het bestreden besluit aan de NV DOCPHARMA een onrechtmatige voorkeursbehandeling gaf voor het geneesmiddel DOCSIMVASTA, zodat de verzoekende partij, die zich voor haar product ZOCOR benadeeld ziet, een rechtstreeks belang heeft bij de nietigverklaring van het bestreden besluit. Dat de verzoekende partij geen mededinger zou zijn van de NV DOCPHARMA, omdat ZOCOR voor meer indicaties zou zijn geregistreerd dan DOCSIMVASTA, houdt volgens de verzoekende partij geen steek. Naast die meerdere indicaties zijn beide producten immers voor dezelfde indicaties geregistreerd. ZOCOR is hierbij de referentiespecialiteit "in 20 mg" voor statines. Nog volgens de verzoekende partij worden met de bestreden beslissing inderdaad voorwaarden opgelegd waaronder de terugbetaling van DOCSIMVASTA mogelijk is, maar zijn sommige van die voorwaarden onuitvoerbaar. De verzoekende partij meent dat zij onmogelijk kan onderzoeken of een concurrerend product onder de wettelijke voorwaarden wordt terugbetaald, omdat die wettelijke voorwaarden zouden verwijzen naar onbestaande normen. 2.3. Het ministerieel besluit van 19 november 2003 tot wijziging van de lijst gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 december 2001 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten VII-31.277-3/8 van farmaceutische specialiteiten (hierna : ministerieel besluit van 19 november 2003), werd door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. 181.377 van 20 maart 2008, en kan dan ook het belang van de verzoekende partij niet doen verdwijnen. De verzoekende partij, die het geneesmiddel ZOCOR produceert, en de NV DOCPHARMA, die het geneesmiddel DOCSIMVASTA produceert, staan in een concurrentiële positie ten opzichte van elkaar, vermits zij zich beiden begeven op de markt van de cholesterolverlagende geneesmiddelen. De verzoekende partij heeft belang bij het annulatieberoep, vermits door de bestreden beslissing haar geneesmiddel ZOCOR onderworpen is aan een controle a priori door de adviserende geneesheer en het geneesmiddel DOCSIMVASTA door de bestreden beslissing wordt onderworpen aan een controle achteraf. De verzoekende partij stelt terecht dat zij in de praktijk geen enkele controlemogelijkheid heeft om na te gaan of DOCSIMVASTA wel onder de wettelijke voorwaarden wordt terugbetaald. De verwerende partij kan zich niet op haar eigen tekortkoming beroepen om de verzoekende partij het belang bij de vordering te ontzeggen. Dat de voorwaarden zouden zijn opgenomen in het voormelde ministerieel besluit van 19 november 2003 verandert hier niets aan, vermits dit ministerieel besluit is vernietigd, zoals bij de bespreking van de eerste exceptie werd aangegeven. 3. Ten gronde 3.1. In het verzoekschrift wordt het tweede middel genomen : "(...) uit de schending van artikel 35bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 ('ZIV-wet'), van art. 32 van het Koninklijk Besluit tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden inzake de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen in de kosten van farmaceutische specialiteiten ('Tegemoetkomingsbesluit'), doordat de terugbetaling in categorie A mogelijk wordt gemaakt wanneer het voorschrift dat aanleiding geeft tot vergoeding opgesteld is conform aan (onder meer) de voorwaarde dat 'de voorschrijvende arts rekening houdt met het feit dat de vergoeding is toegestaan voor zover de behandeling onder meer beoogt', 'de behandeling in associatie waarin aan een voorafgaande behandeling van minstens 3 maanden met simvastatine, een resinaat is toegevoegd, in toepassing van punt I
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.