id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.368 Rolnummer: A. 70359/VII-14573 Zaak: Arrest 190368 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 12/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-18 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 17:39 Fiche Arrest nr 190.368 van 12 februari 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.368 van 12 februari 2009 in de zaak A. 70.359/VII-14.
- In zake : de Belgische Reumatologenvereniging, die woonplaats kiest bij advocaten W. GONTHIER, K. KAMERS en C. MARICHAL, kantoor houdende te EKEREN, Kapelsesteenweg 195 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaten J. VANDEN EYNDE en B. VAN HYFTE, kantoor houdende te BRUSSEL, Gulden Vlieslaan
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de Belgische Reumatologenvereniging op 14 augustus 1996 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het koninklijk besluit van 10 mei 1996 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 januari 1991 tot vaststelling van de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen bedoeld in artikel 19, lid 3, van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, tot vaststelling van de honoraria en prijzen van die verstrekkingen en tot vaststelling van het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming in die honoraria en prijzen (Belgisch Staatsblad van 20 juni 1996); Gelet op het arrest nr. 176.824 van 14 november 2007 waarbij de debatten worden heropend en het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door adjunct-auditeur I. VOS; VII-14.573-1/3 Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 18 juli 2008; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Gelet op het aangetekend schrijven van de verzoekende partij van 9 oktober 2008, waarbij zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 16 december 2008 houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 22 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. KAMERS, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat B. VAN HYFTE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur I. VOS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : In het aanvullend auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent. De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding. VII-14.573-2/3 De verzoekende partij voert geen enkel concreet element aan ter weerlegging van het wettelijk vermoeden van afstand van het geding. Ter terechtzetting zet haar raadsman nog uiteen dat zij het auditoraatsverslag niet heeft ontvangen. Uit de stukken van het dossier blijkt evenwel dat de kennisgeving van het auditoraatsverslag wel degelijk is geschied op de door de verzoekende partij gekozen woonplaats en dat, tot op dat ogenblik, aan de Raad van State geen uitdrukkelijke wijziging van deze woonplaatskeuze werd meegedeeld. Overigens werd ook de kennisgeving op grond van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent verzonden naar dezelfde gekozen woonplaats en betwist de verzoekende partij niet deze kennisgeving wél te hebben ontvangen. Het wettelijk vermoeden van afstand van het geding moet te dezen dan ook onverkort worden toegepast, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf februari tweeduizend en negen, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-14.573-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.368 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div