id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.472 Rolnummer: A. 190732/X-14008 Zaak: Arrest 190472 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-03 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 17:56 Fiche Arrest nr 190.472 van 16 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.472 van 16 februari 2009 in de zaak A. 190.732/X-14.
- In zake : de n.v. MOLS LOUIS ALGEMENE AANNEMINGEN, die woonplaats kiest bij advocaat C. GYSEN, kantoor houdende te 2800 ANTWERPEN, Antwerpsesteenweg 18 tegen : de deputatie van de provincieraad van ANTWERPEN. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de n.v. MOLS LOUIS ALGEMENE AANNEMINGEN op 17 december 2008 heeft ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 2 oktober 2008 van de deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij aan Frank MOLS namens de n.v. LOUIS MOLS ALGEMENE AANNEMINGEN, een negatief planologisch attest wordt afgeleverd; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 21 januari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 januari 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. RYCKALTS, die loco C. GYSEN verschijnt voor de verzoekende partij, en van afdelingschef H. PETTENS, die verschijnt voor de verwerende partij; X-14.008-1/3 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.
- Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft wordt vastgesteld dat luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, het enig verzoekschrift “een uiteenzetting (bevat) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat een verzoeker in zijn verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan. De verzoeker mag zich daarbij niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat hij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken. 2.
- De verzoekende partij zet in haar verzoekschrift vooreerst uiteen waarom volgens haar de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing tot gevolg zal hebben dat haar omzet met ongeveer 15% zal dalen. X-14.008-2/3 Daargelaten de vraag of aangetoond is dat dit uitgangspunt correct is, dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift geen concrete gegevens naar voor brengt, waaruit zou kunnen blijken dat dit beweerd omzetverlies haar voortbestaan in het gedrang brengt. Zij toont aldus geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan. De tweede constitutieve schorsingsvoorwaarde is derhalve niet vervuld. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien februari 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-14.008-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.472 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.928 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div