id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.473 Rolnummer: A. 190323/X-13958 Zaak: Arrest 190473 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-04 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 17:56 Fiche Arrest nr 190.473 van 16 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.473 van 16 februari 2009 in de zaak A. 190.323/X-13.
- In zake :
- de b.v.b.a. UNIC AALTER,
- de b.v.b.a. VAN RENTERGHEM - CARTON,
- Jules MOORTGAT, die woonplaats kiezen bij advocaat G. JACOBS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Kortenberglaan 75 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- tussenkomende partij : de n.v. ONVECO, die woonplaats kiest bij advocaat R. SLABBINCK, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de b.v.b.a. UNIC AALTER, de b.v.b.a. VAN RENTERGHEM - CARTON en Jules MOORTGAT op 13 november 2008 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 25 juni 2008 van de viceminister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende inwilliging van het beroep van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Aalter en houdende de afgifte van een voorwaardelijke vergunning aan de n.v. ONVECO voor het bouwen van een winkel met parking aan de Lostraat te Aalter, op een perceel kadastraal bekend sectie D, nrs. 353/g, 349/l, 349/r, 645/k, 645/m en 645/n; Gezien de nota van de verwerende partij; X-13.958-1/5 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 21 januari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 januari 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. TOURY, die loco advocaat G. JACOBS verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat K. DE MULDER, die loco advocaat P. AERTS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat R. SLABBINCK, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Rechtspleging Met een verzoekschrift van 4 december 2008 heeft de n.v. ONVECO gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
- Ontvankelijkheid De verwerende partij en de tussenkomende partij betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. X-13.958-2/5
- De grondvoorwaarden tot schorsing Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 4.
- Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft wordt vastgesteld dat luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, het enig verzoekschrift “een uiteenzetting (bevat) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat een verzoeker in zijn verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan. De verzoeker mag zich daarbij niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat hij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken. 4.2.
- De eerste en de tweede verzoekende partijen zetten in het verzoekschrift vooreerst uiteen waarom volgens hen de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing tot gevolg zal hebben dat “zij een deel van hun cliënteel dreigen te verliezen”. Er dient evenwel te worden vastgesteld dat de verzoekende partijen in het verzoekschrift geen concrete gegevens naar voor brengen, waaruit zou kunnen blijken dat dit niet nader geconcretiseerd verlies aan cliënteel hun X-13.958-3/5 voortbestaan in het gedrang brengt. Zij tonen aldus geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel aan. 4.2.
- De visuele hinder waarop de derde verzoeker zich beroept dient sterk gerelativeerd te worden. Hij toont vooreerst niet concreet aan vanuit zijn appartement, deel uitmakend van de zijde van een langgerekt gebouw die het verst van het bouwterrein is verwijderd, zicht te hebben op het bestreden bouwwerk. Bovendien blijkt deze verzoeker thans wel reeds uit te kijken op een Aldi- en een Sparvestiging. Voorts beroept de derde verzoeker zich op toenemende verkeersdrukte en laad- en losactiviteiten, doch hij toont geenszins aan dat deze bijkomende hinder, gelet op de thans reeds aanwezige hogervermelde supermarkten dermate substantieel is dat dit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in de zin van de Raad van State-wet uitmaakt. 4.2.
- De tweede constitutieve schorsingsvoorwaarde is derhalve in hoofde van geen der drie verzoekende partijen vervuld. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. ONVECO in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. X-13.958-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien februari 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-13.958-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.473 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.179 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div