← België

Arrest 190474 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.474 Rolnummer: A. 190510/X-13972 Zaak: Arrest 190474 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-03 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 17:57 Fiche Arrest nr 190.474 van 16 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.474 van 16 februari 2009 in de zaak A. 190.510/X-13.

  1. In zake : Geert WITPAS, die woonplaats kiest bij advocaat J. STIJNS, kantoor houdende te 3001 LEUVEN, Philipssite 5 tegen :
  2. de gemeente HERENT, die woonplaats kiest bij advocaat W. DE CUYPER, kantoor houdende te 9100 SINT-NIKLAAS, Vijfstraten 57,
  3. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
  4. tussenkomende partij : de v.z.w. OOSTREM, die woonplaats kiest bij advocaat L. LEYS, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Koning Leopold I-straat
  5. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Geert WITPAS op 14 november 2008 heeft ingediend, en waarin hij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 15 september 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Herent waarbij aan Piet COCKX (voor OOSTREM v.z.w.) de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het bouwen van een verzorgingstehuis op een perceel gelegen te Herent, Oostremstraat 26, kadastraal bekend sectie G, nrs. 428/k2 en 428/n2; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; X-13.972-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 21 januari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 januari 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. CORNELISSEN, die loco advocaat J. STIJNS verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat K. DE MULDER, die loco advocaat W. DE CUYPER verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat F. van DIEVOET, die loco advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat L. LEYS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  6. Rechtspleging Met een verzoekschrift van 19 december 2008 heeft de v.z.w. OOSTREM gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  7. Ontvankelijkheid De tweede verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. X-13.972-2/5
  8. De grondvoorwaarden tot schorsing Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  9. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 4.
  10. Wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft wordt vastgesteld dat luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, het enig verzoekschrift “een uiteenzetting (bevat) van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijk nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat een verzoeker in zijn verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan. De verzoeker mag zich daarbij niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat hij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken. 4.2.
  11. De verzoeker voert in essentie het volgende aan : “De tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing brengt verzoeker onmiskenbaar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel toe. De bestreden beslissing laat immers toe dat ter plaatse een grootschalig verzorgingstehuis zal worden georganiseerd. Er zullen aan de bestaande 15 woningen, 11 verblijfsgelegenheden worden toegevoegd, met personeel, bezoekers, leveringen en verzorgingsfaciliteiten, dewelke het verkeer in de ‘speelstraat’ Oostremstraat aanzienlijk zal doen toenemen, alsook de verkeersonveiligheid. X-13.972-3/5 Voorgaande zal het woongenot van de voorliggende woonentiteiten, waaronder verzoekers woning, ernstig in het gedrang brengen. Het risico op verkeersongevallen, waarin jonge spelende kinderen betrokken zijn zal aanzienlijk toenemen. Minstens zal een sociaal speelterrein worden afgenomen. De woonkwaliteit van verzoeker zal ongetwijfeld geschaad worden. De impact van de uitvoering van het project voor de omgeving is niet te onderschatten. Het nadeel dat zal bestaan uit het dagelijks gestoord worden in de levensgang en rust, zal quasi onmogelijk te herstellen zijn. De vernietiging van het bestreden besluit zal alleen een werkelijk nuttig effect kunnen ressorteren, wanneer ook de schorsing wordt uitgesproken. Immers, de loutere vordering tot vernietiging verhindert niet dat de bouwwerken worden aangevat, waardoor het nadeel zich reeds zou voltrekken en onmogelijk nog hersteld kan worden. Tegen de tijd dat een arrest nopens het verzoek tot vernietiging zou zijn tussengekomen, zouden de bouwwerken reeds afgerond zijn, het volledige complex zou reeds ingericht zijn en de verblijfseenheden zouden reeds bewoond worden. Verzoeker zou voor een voldongen feit komen te staan, aangezien de bouwwerken reeds ruim, te ruim, gevorderd zouden zijn. Het bekomen van de aanleg van een alternatieve toegang vanaf de Bijlokstraat zou zo volledig mogelijk gemaakt worden. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan dan ook onmogelijk ontkend worden. Rekening houdend met het hierboven weergegeven feitenrelaas en de datum van neerlegging van huidig verzoekschrift, staat het onbetwistbaar vast dat verzoekster werkelijk zo snel mogelijk het nodige heeft gedaan om deze zaak aanhangig te maken”. 4.2.
  12. Aldus beroept de verzoeker zich hoofdzakelijk op de hinder voortvloeiend uit de gevreesde bijkomende verkeersdrukte en -onveiligheid. Gelet op de aard van het betrokken bouwwerk -een verzorgingstehuis-, zijn bewoners -hulpbehoevende personen verblijvend in individueel ingerichte woongelegenheden-, de personeelsleden die er werken, en de potentiële bezoekers, moet de gevreesde verkeersonveiligheid en toename van verkeershinder sterk gerelativeerd worden. Van dergelijk publiek mag in redelijkheid verwacht worden dat het van de nodige voorzichtigheid en rust getuigt. Bovendien wordt het argument van de tweede verwerende partij en de tussenkomende partij dat de Oostremstraat geen recreatief speelterrein is, noch een “speelstraat” in de zin van de wegcode, door de verzoeker niet tegengesproken. Aldus toont de verzoeker niet aan dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in de zin van de Raad van State-wet dreigt te berokkenen. 4.2.
  13. De tweede constitutieve schorsingsvoorwaarde is derhalve niet vervuld. X-13.972-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  14. Het verzoek tot tussenkomst van de v.z.w. OOSTREM in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  15. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  16. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien februari 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-13.972-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.474 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.151 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.