id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.519 Rolnummer: A. 185992/XII-5291 Zaak: Arrest 190519 - Diploma's - 17/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-24 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-29 18:09 Fiche Arrest nr 190.519 van 17 februari 2009 Onderwijs en cultuur - Diploma's Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.519 van 17 februari 2009 in de zaak A. 185.992/XII-
- In zake : UNIVERSITEIT GENT, die woonplaats kiest bij advocaat P. Devers, kantoor houdende te Gent, Kouter 71-72 tegen : Kelly VANBRABANT, wonende te Gent, Sparrestraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Universiteit Gent op 23 november 2007 heeft ingediend om een administratief cassatieberoep in te stellen tegen het besluit nr. 2007/046 van 23 oktober 2007 van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen; Gelet op de beschikking nr. 1.707 van 11 december 2007 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gezien de toelichtende memorie van verzoekster; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur J. Neuts; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoekster die als een verzoek tot voortzetting wordt begrepen; Gelet op de beschikking van 15 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 november 2008; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5291-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Devers, die verschijnt voor verzoekster; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur J. Neuts bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur-generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak 1.
- De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen heeft in het bestreden besluit nr. 2007/046 van 23 oktober 2007 de volgende feitelijke gegevens in overweging genomen : “3.1 Verzoekende partij [Kelly Van Brabant], houdster van het hogeronder- wijsdiploma ‘Master in het vertalen: Engels-Tsjechisch’, wenst zich in te schrijven in het academiejaar 2007-2008 aan de Universiteit Gent voor het schakel/voorbereidingsjaar tot de masteropleiding ‘Master in de politieke wetenschappen, afstudeerrichting internationale politiek’. 3.2 De facultaire trajectbegeleider, de voorzitter van de Geïndividualiseerd Traject (GIT) Commissie en de voorzitter van de opleidingscommissie weigeren de inschrijving. 3.3 Op 13 september 2007 verstuurde verzoekende partij een elektronisch verzoek en op 17 september 2007 ontving de betrokken hogeronderwijsinstelling de aangetekende bevestiging van het intern beroep. 3.
- De hogeronderwijsinstelling maakte dit verzoek over aan de institutionele ombudspersoon en niet aan de Interne Beroepscommissie, omdat volgens verwerende partij het interne verzoekschrift geen betrekking heeft op het opleggen van een individueel voorbereidings- of schakelprogramma maar wel op de toelatingsvoorwaarden tot een voorbereidings- of schakelprogramma. Daarom kan, volgens verwerende partij, de beslissing niet beschouwd worden als een studievoortgangsbeslissing in de decretale betekenis van het woord waardoor de Interne Beroepscommissie in casu niet bevoegd is. 3.
- Op 21 september 2007 bevestigt de institutionele ombudspersoon dat de hogeronderwijsinstelling verzoekende partij niet kan inschrijven voor de masteropleiding ‘Master in de politieke wetenschappen, afstudeerrichting internationale politiek’. 3.
- Verzoekende partij stelt bij brief van 24 september 2007, aangetekend verstuurd op 25 september 2007, een beroep in bij de Raad”. XII-5291-2/6 1.
- In het bestreden besluit nr. 2007/046 van 23 oktober 2007 oordeelt de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen als volgt over de grond van de zaak : “De Raad stelt vast dat in voorliggend geval de weigeringsbeslissing werd gemotiveerd enkel en alleen door de verwijzing naar de lijst van diploma’s die werd vastgesteld door het bestuurscollege van 12 april 2007, waarin de toelatingsvoorwaarden tot de masteropleiding politieke wetenschappen afstudeerrichting internationale politiek werden goedgekeurd evenals de diploma’s die toegang verlenen tot het voorbereidingsprogramma. Het diploma van verzoekende partij wordt niet vermeld in deze lijst. De Raad beschouwt deze lijst van diploma’s als een richtsnoer bij de beoordeling van de individuele aanvragen tot toelating tot het voorbereidingsprogramma maar ontslaat de hogeronderwijsinstelling in genen dele van het geïndividualiseerd onderzoek van de aanvraag met inbegrip van de bijzonderheden eigen aan het individuele dossier”. De Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen vernietigt “de studievoortgangsbeslissing en de beslissing van de institutionele ombudspersoon van 21 september 2007”. 1.
- Bij brief, gedateerd 16 november 2007, deelt de rector van de Universiteit Gent aan verwerende partij mee dat haar geen toelating tot inschrijving in het voorbereidingsprogramma tot de Master in de politieke wetenschappen, afstudeerrichting internationale politiek, wordt gegeven. De ontvankelijkheid van het beroep
- Met de oorspronkelijk vernietigde beslissing heeft verzoekster aan K. Van Brabant de inschrijving geweigerd in het schakel/voorbereidingsjaar tot de masteropleiding “Master in de politieke wetenschappen, afstudeerrichting internationale politiek”. Die weigeringsbeslissing is vernietigd door het bestreden besluit van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen. De finaliteit van een cassatieberoep bestaat er in om de vermeend onwettige beslissing van een administratief rechtscollege teniet te doen, waarna de zaak voor een nieuwe beoordeling aan het -anders samengesteld- rechtscollege wordt voorgelegd zodat de verzoeker in cassatie een nieuwe kans verwerft op een voor hem gunstiger beslissing van dat rechtscollege. XII-5291-3/6
- Vastgesteld moet worden evenwel, dat de rector van de Universiteit Gent reeds op 16 november 2007 een nieuwe beslissing heeft genomen waarbij K. Van Brabant geen toelating wordt gegeven tot inschrijving in het voorbereidingsprogramma tot de Master in de politieke wetenschappen, afstudeerrichting internationale politiek. Bovendien heeft K. Van Brabant op 23 juli 2008 aan het bevoegde lid van het auditoraat meegedeeld dat zij niet van plan is tegen die beslissing van 16 november 2007 in beroep te gaan, dat zij zich voor het academiejaar 2007-2008 heeft ingeschreven voor de manama Conflict & Development aan de Universiteit Gent, dat zij haar thesis indient in december 2008 en begint te werken in augustus
- Verzoekster betoogt dat de nieuwe beslissing géén uitvoering geeft aan het besluit nr. 2007/046, dat de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen haar had opgedragen tot een geïndividualiseerd onderzoek over de aanvraag over te gaan en dat zij “helemaal niet conform” andermaal de rigueur van het reglement heeft toegepast. Vastgesteld wordt derhalve dat reeds ten tijde van het instellen van het cassatieberoep door verzoekster zelf een nieuwe, autonome beslissing was genomen waarvan de strekking overeenstemt met datgene wat zij van in den beginne beoogde, namelijk de weigering tot toelating van K. Van Brabant tot het bedoelde opleidingsprogramma. Die beslissing is ook definitief geworden. De bij het besluit nr. 2007/046 vernietigde beslissingen waren derhalve reeds achterhaald toen verzoekster huidig cassatieberoep instelde, en zulks door haar eigen démarche. K. Van Brabant, die heeft berust in de nieuwe weigerings- beslissing, kan alzo harerzijds geen voordeel meer putten uit het besluit nr. 2007/
- Verzoekster betoogt in haar laatste memorie nog dat zij er niettemin een moreel belang bij heeft dat de bestreden beslissing uit het rechtsverkeer verdwijnt, “zodat voor éénieder [...] duidelijk is welke de grenzen van de bevoegdheid van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen XII-5291-4/6 zijn” en “zoniet blijft een sententie van [die] Raad [...] bestaan, de officiële publicatie ervan op de website van het departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap en in een jaarlijks verslagboek inbegrepen”. Daarmee steunt verzoekster haar moreel belang op de precedentwaarde van de uitspraken van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen. Nochtans moet, met toepassing van artikel 6 van het Gerechtelijk Wetboek, een bindende precedentwaarde ook aan de uitspraken van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen worden ontzegd. Niet alleen kan die Raad zelf niet gebonden zijn door eerder door hem gedane uitspraken in een zeker typegeval. De Raad van State is - uit zijn aard zelf van cassatierechter- allerminst gebonden door die rechtspraak. Het moreel belang waarnaar verzoekster in haar laatste memorie verwijst, kan dus niet worden aangenomen.
- Conclusie van wat voorafgaat is, dat verzoekster bij het instellen van voorliggend cassatieberoep zonder belang is. De kosten
- Verzoekster stelt dat -zo de stelling wordt gevolgd dat het teloorgaan van haar belang pendente lite het gevolg is van het stilzitten van verwerende partij ten aanzien van de nieuwe voor haar negatieve beslissing van de rector, waardoor zij al evenmin het beoogde resultaat verkreeg- het behoort dat verwerende partij tot de kosten wordt veroordeeld. Zoals hiervoor is overwogen, is het belang van verzoekster niet hangende het geschil door de houding van verwerende partij verloren gegaan, maar reeds met de beslissing van 16 november 2007 van verzoekster zelf. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het cassatieberoep wordt verworpen. XII-5291-5/6 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de Universiteit Gent. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien februari 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5291-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.519 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.