id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.597 Rolnummer: A. 190121/XII-5602 Zaak: Arrest 190597 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 17/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-20 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 18:19 Fiche Arrest nr 190.597 van 17 februari 2009 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.597 van 17 februari 2009 in de zaak A. 190.121/XII-
- In zake : Marleen ZANDERS, die woonplaats kiest bij advocaat M. Deckx, kantoor houdende te Halle, Kasteelbrakelsesteenweg 702 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep 14, dat woonplaats kiest bij advocaat R. Rombaut, kantoor houdende te Hove, Lintsesteenweg
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marleen Zanders op 27 oktober 2008 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 29 augustus 2008 van de algemeen directeur van de scholengroep 14 van het Gemeenschapsonderwijs, waarbij met ingang van 1 september 2008 haar definitieve ambtsneerlegging wordt uitgesproken; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 13 januari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 februari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5602-1\7 Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Deckx, die verschijnt voor verzoekster, en van advocaat I. Cooreman, die loco advocaat R. Rombaut verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : De feitelijke gegevens van de zaak 1.
- Verzoekster is sedert 1 september 1987 vast benoemd als leraar algemene vakken SO van de hogere graad. In die hoedanigheid is zij sedert 1 juni 2007 voor 12 u. vast benoemd in het KTA Maaseik en voor 8 u. in het KA Maaseik. 1.
- Op 25 juni 2007 kent de directeur van het KTA Maaseik aan verzoekster de evaluatie “onvoldoende” toe. Op 12 september 2007 beslist het college van directeurs van de scholengroep 14 ter uitvoering van artikel 8, § 5, van het besluit van de Vlaamse regering van 22 mei 1991 omtrent de evaluatie, maatregelen van orde en de tucht in het gemeenschapsonderwijs om de pedagogisch adviseur te belasten met het begeleiden van verzoekster en met het toekennen van een nieuwe evaluatie. Op 25 juni 2008 kennen zowel de pedagogisch adviseur als de directeur van het KTA Maaseik verzoekster de evaluatie “onvoldoende” toe. In fine van zijn verslag maakt de directeur er melding van dat verzoekster tegen de evaluatie binnen twintig kalenderdagen beroep kan aantekenen bij de raad van beroep voor het personeel van het Gemeenschapsonderwijs. XII-5602-2\7 1.
- Op 29 augustus 2008 beslist de algemeen directeur van de scholengroep bij hoogdringendheid, met toepassing van artikel 88, eerste lid, 5/, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs (hierna : het rechtspositiedecreet), de definitieve ambtsneerlegging uit te spreken ten aanzien van verzoekster, voor haar ambt van vast benoemd leraar (12u.) KTA Maaseik. Dit is de bestreden beslissing. Ze wordt nog diezelfde dag aan verzoekster overhandigd tegen ontvangstbewijs. 1.
- Op 10 september 2008 tekent verzoekster bij de kamer voor het Gemeenschapsonderwijs van het college van beroep bezwaar aan tegen de door de directeur op 25 juni 2008 verleende evaluatie met als eindconclusie ‘onvoldoende’. 1.
- Op 24 september 2008 beslist de raad van bestuur van de scholengroep om de beslissing van 29 augustus 2008 van de algemeen directeur te bekrachtigen en te bevestigen. 1.
- Op 13 oktober 2008 beslist de kamer voor het Gemeenschaps- onderwijs van het college van beroep het beroepsschrift van verzoekster niet ontvankelijk te verklaren. 1.
- Bij aangetekend schrijven van 3 november 2008 wordt verzoekster afschrift gegeven van de voormelde beslissing van 29 augustus 2008 van de algemeen directeur en van de bekrachtigingsbeslissing van 24 september 2008 van de raad van bestuur. Bij aangetekend schrijven van 6 november 2008 wordt verzoekster een uittreksel van de notulen van de raad van bestuur van 24 september 2008 overgezonden. Bij schrijven van 7 november 2008 wordt verzoekster kennis gegeven van de beslissing van 13 oktober 2008 van de kamer voor het Gemeenschapsonderwijs van het college van beroep. XII-5602-3\7 De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de aangevoerde middelen Uiteenzetting van het eerste middel
- Het eerste middel is geput uit de schending van artikel 88, tweede lid, van het rechtspositiedecreet, doordat krachtens die bepaling de definitieve ambtsneerlegging na twee opeenvolgende evaluaties “onvoldoende” bedoeld in artikel 88, eerste lid, 5/, met ingang van 1 september 2007 niet meer van toepassing is op personeelsleden aangesteld in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, zodat de bestreden beslissing tot definitieve ambtsneerlegging niet over een geldige decretale rechtsgrond beschikt. Weliswaar bij de toelichting van het vierde middel dat “in subsidiaire orde” is aangevoerd, betoogt verzoekster dat artikel 100bis, § 3, van het rechtspositiedecreet geen grond biedt voor het toepassen van de “oude” procedures omdat er ten onrechte wordt van uitgegaan dat in het geval van een evaluatie met als resultaat “onvoldoende” ook de daaropvolgende tweede evaluatie en ook de beroepsprocedure bij de raad van beroep tot dezelfde evaluatieprocedure behoren. Beoordeling
- Artikel 100bis, § 3, van het rechtspositiedecreet, ingevoegd bij decreet van 13 juli 2007, bepaalt : “§
- De beoordelings- en evaluatieprocedures ingezet in toepassing van artikel 22 of 41 en de beroepsprocedure ingezet in toepassing van artikel 24 en artikel 61, 6/, moeten verder worden gezet overeenkomstig de decreets- en reglementsbepalingen die golden op het ogenblik van het opstarten van deze procedures. Hiertoe blijft een raad van beroep fungeren. Deze raad van beroep is samengesteld uit : [...] ”. XII-5602-4\7 Voor de huidige zaak blijft de Raad van State er bij, zoals hij reeds eerder heeft uiteengezet in, onder meer, het arrest Theys, nr. 171.225, van 15 mei 2007, dat slechts na de tweede evaluatieronde en na de uitspraak door de raad van beroep een definitieve eindbeslissing wordt genomen met betrekking tot de evaluatie van het personeelslid. In de huidige stand van de procedure wordt aangenomen dat de voorliggende evaluatieprocedure ingezet is met toepassing van artikel 41 van het rechtspositiedecreet en dat de aan verzoekster toegekende evaluaties moeten worden toegekend en in voorkomend geval door haar worden bestreden overeenkomstig de bepalingen die golden bij het opstarten van de procedure. Mét de parlementaire bespreking van deze overgangsbepaling (Parl. St. Vl. Parl. 2006-2007, nr. 1246/1, blz. 16) wordt vooralsnog aangenomen dat de procedure ook moet worden “af- gewerkt” volgens de voorheen geldende bepalingen, inclusief de toepassing derhalve van het bepaalde in artikel 88, eerste lid, 5/, van het rechtspositiedecreet. Het middel is niet ernstig. Uiteenzetting van het tweede middel
- Het tweede middel wordt geput uit de schending van artikel 87 van het rechtspositiedecreet, omdat de bestreden beslissing op 29 augustus 2008 aan verzoekster persoonlijk en tegen ontvangstbewijs werd overgemaakt, terwijl de ingeroepen bepaling voorschrijft dat deze kennisgeving enkel kan geschieden, hetzij bij ter post aangetekende brief, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot, met dien verstande dat het personeelslid die nietigheid niet kan dekken en dat ze door de rechter van ambtswege wordt vastgesteld. Het afleveren van de beslissing tegen ontvangstbewijs is geen rechtsgeldige vorm van betekening, zodat een substantiële vormvoorwaarde is geschonden. Beoordeling
- Artikel 87 van het rechtspositiedecreet bepaalt wat volgt : “De beslissing waarbij een personeelslid in toepassing van artikel 86 of artikel 88, 3/ of 5/, wordt ontslagen, wordt met redenen omkleed en ter kennis gebracht van de betrokkenen. Een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan het instellingshoofd. XII-5602-5\7 Onverminderd artikel 88bis kan deze kennisgeving enkel geschieden hetzij bij ter post aangetekende brief die uitwerking heeft op de derde werkdag na de datum van verzending, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot, met dien verstande dat het personeelslid die nietigheid niet kan dekken en dat ze door de rechter van ambtswege wordt vastgesteld”. De beslissing van de algemeen directeur is aan verzoekster bij ter post aangetekende brief aangezegd op 3 november 2008, samen met de beslissing van 24 september 2008 van de raad van bestuur van de scholengroep ter bekrachtiging van de bestreden beslissing. Het middel mist feitelijke grondslag. Uiteenzetting van het derde middel
- In het derde middel wordt de schending aangevoerd van artikel 30, § 2, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het Gemeenschaps- onderwijs, doordat de bestreden beslissing van 29 augustus 2008 bij hoogdringendheid werd genomen door de algemeen directeur van de scholengroep, terwijl hij in dat geval krachtens de ingeroepen bepaling dient te worden bekrachtigd, herroepen of gewijzigd door de raad van bestuur. Beoordeling
- Ook dit middel mist feitelijke grondslag, aangezien de beslissing van de algemeen directeur op 24 september 2008 door de raad van bestuur werd bekrachtigd. Uiteenzetting van het vierde middel
- Verzoekster voert “in subsidiaire orde” de schending aan van de evaluatieprocedure uit hoofdstuk VIIIter van het rechtspositiedecreet, omdat de “oude” evaluatieprocedure verkeerd is toegepast. Beoordeling
- Bij de bespreking van het eerste middel is vooralsnog aangenomen dat krachtens artikel 100bis, § 3, van het rechtspositiedecreet niet de nieuwe, maar nog wel de oude reglementering betreffende de evaluatie van toepassing was. Het middel is alleen reeds om die reden niet ernstig, zonder dat nog moet worden onderzocht of verzoekster de beweerde onwettigheid van de gevolgde XII-5602-6\7 evaluatieprocedure wel ontvankelijk kan aanvoeren tegen het hier bestreden ontslagbesluit.
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien februari 2009, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5602-7\7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.597 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.210.980 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.