← België

Arrest 190638 - Diploma’s - 19/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.638 Rolnummer: A. 167727/XII-4581 Zaak: Arrest 190638 - Diploma's - 19/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-28 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 18:46 Fiche Arrest nr 190.638 van 19 februari 2009 Onderwijs en cultuur - Diploma's Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.638 van 19 februari 2009 in de zaak A. 167.727/XII-

  1. In zake : Natalie QUETS, wonende te Turnhout, Fonteinstraat 73-1 tegen : de VZW VORMINGSCENTRUM HOGER INSTITUUT VOOR VERPLEEGKUNDE SINT ELISABETH TURNHOUT. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Natalie Quets op 15 november 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing d.d. 26.6.2005 waarbij [zij] ‘niet geslaagd’ werd verklaard voor het behalen van het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad in de studierichting ‘leefgroepenwerking’ [...] bevestigd in de beslissingen van 29.6.2005 en 16.9.2005”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur J. Neuts; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 15 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. Vliegen, die loco advocaat A. Van Deun verschijnt voor verzoekster, en van advocaat J. Bergé, die verschijnt voor de verwerende partij; XII-4581-1\8 Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur J. Neuts bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur-generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  2. Verzoekster is voor het schooljaar 2004-2005 als leerling ingeschreven voor het derde leerjaar van de derde graad, studierichting “Leefgroepenwerking” (TSO) aan het Hoger Instituut voor Verpleegkunde Sint- Elisabeth te Turnhout. Einde juni 2005 ontvangt zij haar jaarrapport, waaruit blijkt dat zij door de delibererende klassenraad “niet geslaagd” wordt verklaard; zij behaalt een jaartotaal van 53,7%, met twee tekorten : voor het opleidingsonderdeel “project” (49%) en voor de stage (20%). In de notulen van de delibererende klassenraad van 27 juni 2005 staat over verzoekster vermeld : “Volgende studenten zijn niet geslaagd : [...] Quets Natalie: een ernstig tekort op stage. 4 van de 5 doelstellingen werden niet behaald namelijk: - een groep zelfstandig hanteren - rekening houden met elk individu en inspelen op zijn specifieke behoeften - samenwerken - reflecteren over zichzelf en het eigen optreden”. Dit vormt de eerste bestreden beslissing. 1.
  3. Op 28 juni 2005 richt verzoekster zich tot de directeur van de betrokken onderwijsinstelling met de vraag om het resultaat van de stage te bespreken. XII-4581-2\8 Als gevolg van dat overleg komt de delibererende klassenraad op 29 juni 2005 een tweede maal samen, waarbij verzoekster opnieuw “niet geslaagd” wordt verklaard “wegens ernstig tekort voor stage”. Dit is de tweede bestreden beslissing. Van deze beslissing wordt verzoekster in kennis gesteld bij brief van 1 juli
  4. 1.
  5. Op diezelfde datum - 1 juli 2005 - richt verzoekster zich schriftelijk tot de beroepscommissie. Deze laat haar met brief van 26 augustus 2005 weten dat de zitting over verzoeksters zaak zal plaatsvinden op 31 augustus
  6. Naar aanleiding van die zitting bezorgt verzoekster de beroepscommissie een uitgebreid document waarin zij de (ongunstige) evaluatie van haar stage door de stagebegeleidster tracht te weerleggen. Van die zitting wordt tevens een verslag opgemaakt. Het resultaat van die zitting, namelijk het advies van de beroeps- commissie, wordt door geen van de partijen meegedeeld, net zo min als de beslissing van het bevoegde gezag om de delibererende klassenraad terug samen te roepen. 1.
  7. De delibererende klassenraad is alleszins wel opnieuw samengekomen, want bij brief van 16 september 2005 deelt de directeur van het Instituut aan verzoekster het volgende mee : “Hierbij verklaren wij dat de delibererende klassenraad van LGW in een derde zitting van 16 september 2005 de beslissing van de delibererende klassenraad van 26 juni aangaande Quets Natalie unaniem bevestigde. Natalie Quets is dus niet geslaagd voor het zevende jaar LGW. Deze beslissing wordt gemotiveerd omwille van een tekort op stage, dat zich situeert binnen vier van de vijf competenties”. Dit is de derde bestreden beslissing. XII-4581-3\8 XII-4581-4\8 De rechtsmacht van de Raad van State
  8. In de memorie van antwoord werpt verwerende partij op, onder verwijzing naar het arrest Deschutter, nr. 93.289, van 13 februari 2001 van de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de Raad van State niet bevoegd is om kennis te nemen van het voorliggend beroep dat gericht is tegen een beslissing uitgaande van een vrije onderwijsinstelling. Op de zitting doet zij van die exceptie evenwel afstand. De ontvankelijkheid van het beroep
  9. De artikelen 68 en volgende van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (hierna: het organisatiebesluit) organiseren een beroep binnen de school tegen beslissingen van de delibererende klassenraad, dat moet worden uitgeput alvorens de Raad van State kan worden geadieerd. De Raad van State herinnert ambtshalve aan de redengeving die hij heeft ontwikkeld, onder meer in de arresten Labaere, nr. 103.155, van 5 februari 2002 en Verlende, nr. 126.481, van 16 december 2003, dat de beslissing waarmee die beroepsprocedure wordt afgesloten, de eindbeslissing is, vatbaar voor beroep voor de Raad van State en dat die eindbeslissing kan zijn, ofwel de “definitieve beslissing ten aanzien van de betrokken leerling” van de delibererende klassenraad (artikel 74 van het organisatiebesluit), ofwel de beslissing van het bevoegd gezag dat de delibererende klassenraad niet opnieuw dient samen te komen met het oog op het nemen van een definitieve beslissing (artikel 73, tweede lid, van het organisatiebesluit). Zulks betekent te dezen dat de beslissingen van de delibererende klassenraad van 27 juni 2005 en van 29 juni 2005 zijn vervangen door de beslissing van de delibererende klassenraad van 16 september 2005, die de te bestrijden en bestreden eindbeslissing vormt en dat de voorliggende vordering niet ontvankelijk is voor zover ze is gericht tegen de eerste en de tweede bestreden beslissing. XII-4581-5\8 De gegrondheid van het beroep Standpunt van de partijen
  10. Verzoekster voert als eerste middel de schending aan van de motiveringsplicht. Zij stelt dat de beslissing een foutieve feitelijke grondslag heeft, dat zij meermaals, uitgebreid en schriftelijk geargumenteerd heeft waarom de beoordeling van de stagebegeleider waarop de klassenraad is voortgegaan louter subjectief is en haaks staat op de beoordeling van de stagementor en om welke andere redenen zij de slaagcriteria en de eindbeoordeling in vraag heeft gesteld en dat op haar argumentatie gewoonweg niet geantwoord wordt.
  11. Verwerende partij voert in de memorie van antwoord geen enkel verweer op het vlak van de door verzoekster geformuleerde middelen. In de laatste memorie ontzegt verwerende partij aan verzoekster belang bij het middel, omdat de delibererende klassenraad bij een eventuele vernietiging toch tot eenzelfde beslissing zou besluiten. Zij legt uit wat de redenen zijn waarom verzoekster alsnog niet geslaagd verklaard zou moeten worden. Het gegeven dat de beslissing van de delibererende klassenraad “niet met geschreven motieven werd omkleed” spreekt volgens haar voorts niet tegen dat hij “zeker de motieven [van verzoekster] zal gelezen hebben” en op basis daarvan geoordeeld om zijn eerdere beslissing niet te herzien. Beoordeling
  12. Verzoekster heeft gebruik gemaakt van het recht om de beslissing van de delibererende klassenraad, waarbij deze haar op grond van haar resultaten niet geslaagd verklaarde, te betwisten. Die beroepsprocedure voorziet in de mogelijkheid om een bezwaar bij een beroepscommissie aan te brengen, wat verzoekster ook heeft gedaan. Zij heeft aan de beroepscommissie een uitgebreide nota bezorgd waarin haar tekort op stage werd bekritiseerd. Als de delibererende klassenraad dan opnieuw moet samen komen en vervolgens toch bij zijn oorspronkelijke beslissing blijft, dan mag verzoekster verwachten dat zij in de loop van de beroepsprocedure verneemt waarom haar bezwaren niet tot een gunstiger resultaat kunnen leiden. Zelfs als moet worden aangenomen dat de formele- motiveringsplicht de overheid er niet toe verplicht om te antwoorden op elk voor XII-4581-6\8 haar aangevoerd argument, dan moet uit de beslissing toch blijken dat de argumentatie daadwerkelijk in de besluitvorming werd betrokken en waarom de argumenten niet werden aanvaard. Wil een administratieve beroepsprocedure zinvol zijn, dan dient ze er immers op gericht te zijn een antwoord te verschaffen op de elementen die een bestuurde tegen een voor hem ongunstige beslissing aanbrengt.
  13. Zelfs na daar in het auditoraatsverslag op te zijn gewezen, is door verwerende partij aan de Raad van State, noch aan verzoekster, afschrift bezorgd van de bestreden beslissing van 16 september
  14. Haar bestaan en de inhoud ervan is maar af te leiden uit de brief van dezelfde datum, waarin wordt “verklaard” dat de delibererende klassenraad opnieuw is samengekomen en dat hij “de beslissing van de delibererende klassenraad van 26 [lees: 27] juni aangaande Quets Natalie unaniem bevestigde”. Deze beslissing wordt, nog steeds volgens dezelfde mededeling, slechts “gemotiveerd omwille van een tekort op stage, dat zich situeert binnen vier van de vijf competenties”. Met die louter affirmatieve “motivering” van het tekort - tekort dat verzoekster precies aanvecht - beantwoordt de delibererende klassenraad geenszins de door verzoekster opgeworpen grieven. Er dient vastgesteld dat de grieven van verzoekster terzake, volstrekt onbesproken zijn gebleven. De redenen die verwerende partij in haar laatste memorie aanbrengt om de grieven van verzoekster te weerleggen, mag de Raad van State niet in het debat betrekken. Vooreerst miskent verwerende partij het procedureverloop voor de Raad van State, door in haar memorie van antwoord zich eerst van elk verweer ten gronde te onthouden en pas in haar laatste memorie een stelling in te nemen die dan niet meer door het bevoegde lid van het auditoraat onderzocht is kunnen worden en waartegen verzoekster in de schriftelijke procedure evenmin nog kan reageren. Vooral echter, blijkt niet dat de thans door verwerende partij in de huidige procedure opgegeven argumenten toe te schrijven zijn aan de delibererende klassenraad, het enige orgaan dat autonoom over het al dan niet slagen van verzoekster mag beslissen én zijn die argumenten niet in de loop van de georganiseerde beroepsprocedure aan verzoekster ter kennis gebracht op de plaats en de wijze zoals het hoort. XII-4581-7\8 Het middel is gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  15. Vernietigd wordt de beslissing van 16 september 2006 waarbij de delibererende klassenraad van het derde jaar van de derde graad leefgroepenwerking van het Hoger Instituut voor Verpleegkunde Sint-Elisabeth te Turnhout Natalie Quets niet geslaagd verklaart. Artikel
  16. Het beroep wordt verworpen voor het overige. Artikel
  17. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien februari 2009, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4581-8\8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.638 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.