← België

Arrest 190647 - Milieuvergunningen - 19/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.647 Rolnummer: A. 165083/VII-34444 Zaak: Arrest 190647 - Milieuvergunningen - 19/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-26 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 18:48 Fiche Arrest nr 190.647 van 19 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.647 van 19 februari 2009 in de zaak A. 165.083/VII-34.

  1. In zake : de VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ, die woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat 165 tegen : de deputatie van de provincie West-Vlaanderen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VLAAMSE LANDMAAT- SCHAPPIJ op 11 augustus 2005 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 2 juni 2005 waarbij het door haar ingediende beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Veurne van 13 december 2004, houdende het verlenen van een milieuvergunning aan Geert DECROOS om een varkens- en rundveefokkerij, gelegen aan de Houtemstraat 22 te Veurne, verder te exploiteren en te veranderen, ongegrond wordt bevonden; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 17 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 januari 2009; VII-34.444-1/7 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. BERGÉ, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van adjunct-adviseur A. VAN RIE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. De feiten 1.
  3. Sedert verscheidene jaren wordt een veehouderij uitgebaat aan de Houtemstraat 22 te Veurne. Deze inrichting wordt aanvankelijk uitgebaat door Yves SELSCHOTTER, en nadien door Geert DECROOS. Ingevolge een aantal vergunningsbesluiten en aktenames was de exploitatie destijds vergund voor 13.000 slachtkippen, 200 varkens en 95 runderen. 1.
  4. Op 30 december 2002 dient Yves SELSCHOTTER een milieuvergunningsaanvraag in om het aantal slachtkippen af te bouwen en het aantal varkens uit te breiden. Op 7 april 2003 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Veurne een vergunning voor de afbouw van 13.000 slachtkippen en de uitbreiding tot een totaal van 525 varkens en 95 runderen, doch op 25 september 2003, na een beroep van de verzoekende partij, weigert de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen de gevraagde vergunning, omdat de vergunning voor de 13.000 slachtkippen was vervallen. 1.
  5. Op 24 november 2003 neemt het college van burgemeester en schepenen van de stad Veurne akte van de overname van de inrichting door Geert DECROOS. Er wordt geen akte genomen van de overname van 13.000 slachtkippen, omdat de vergunning daarvoor was vervallen. VII-34.444-2/7 1.
  6. Op 6 september 2004 dient Geert DECROOS een aanvraag in om het aantal kippen in de veehouderij af te bouwen, het aantal varkens uit te breiden en de milieuvergunning vroegtijdig te hernieuwen. De aanvraag is gelijkaardig aan deze van Yves SELSCHOTTER van 30 december
  7. Het is de bedoeling dat de inrichting 523 varkens en 95 runderen zou omvatten, waarbij de vergunning voor de kippen zou worden omgezet in een vergunning voor varkens. 1.
  8. Op 13 december 2004 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Veurne de gevraagde vergunning. 1.
  9. De verzoekende partij gaat op 6 januari 2005 in beroep tegen deze beslissing. Zij betoogt onder meer dat de vergunning voor de slachtkippen vervallen is en dat de mestproductie dus zou stijgen ingevolge het inwilligen van de aanvraag, wat in strijd is met het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen (hierna : meststoffendecreet). 1.
  10. In het kader van de beroepsprocedure worden een aantal adviezen uitgebracht. De afdeling Milieuvergunningen en de Provinciale Milieuvergun- ningscommissie adviseren ongunstig ten aanzien van de vergunningsaanvraag, en stellen voor de vergunning te weigeren. 1.
  11. Nadat de beslissingstermijn werd verlengd, neemt de verwerende partij op 2 juni 2005 de bestreden beslissing, waarbij het beroep van de verzoekende partij wordt verworpen.
  12. De ontvankelijkheid 2.1.
  13. In de memorie van antwoord betoogt de verwerende partij dat het belang van de verzoekende partij neerkomt op het belang dat iedere burger heeft bij de handhaving van de wet, hetgeen een algemeen belang is. Volgens haar kan zulks niet worden weerhouden als een persoonlijk belang. 2.1.
  14. In de memorie van wederantwoord stelt de verzoekende partij daartegenover dat zij op basis van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij (hierna : decreet van 21 december 1988), het meststoffendecreet en haar vennootschapsstatuten specifieke opdrachten heeft op het vlak van de mestproblematiek en dat zij een VII-34.444-3/7 voorafgaand administratief beroep instelde dat door de verwerende partij in de bestreden beslissing ongegrond werd bevonden. 2.1.
  15. Artikel 6, § 5, van het decreet van 21 december 1988, dat gold op het ogenblik van het instellen van het beroep, bepaalt dat de verzoekende partij wordt belast met de taken die haar overeenkomstig het meststoffendecreet zijn opgedragen. Luidens het toenmalige artikel 11, § 1, 11/, van het meststoffendecreet is de Mestbank, een afdeling van de verzoekende partij, onder meer belast met "het toezicht op en de controle van de naleving van de bepalingen van dit decreet", dus ook op de bepalingen van het decreet waarvan te dezen de schending wordt aangevoerd. De verzoekende partij treedt derhalve op in het kader van de haar opgedragen taken en binnen haar specifieke opdracht. De exceptie wordt verworpen. 2.2.
  16. In de laatste memorie wijst de verwerende partij op de inwerking- treding van het decreet van 22 december 2006 houdende de bescherming van water tegen de verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen waardoor "het beruchte art. 33ter van het vorige mestdecreet" volgens haar sinds 1 januari 2008 niet meer van toepassing is, en er "dus geen vergunningsstop" meer bestaat. Zij wijst er verder op dat de verzoekende partij geen advies meer uitbrengt over milieuvergunningsaan- vragen voor dieren of mestverwerking, en ook geen advies meer wil geven over meetprotocollen. Zij besluit dat het onaanvaardbaar is dat de verzoekende partij zich enerzijds onttrekt aan haar "huidige wettelijke verplichtingen" maar anderzijds "dit ene dossier" niet wil loslaten. 2.2.
  17. De beschouwingen van de verwerende partij hebben betrekking op de weerslag van de gewijzigde regelgeving op de beoordeling van de vergun- ningsaanvraag en niet op het belang dat de verzoekende partij had ten tijde van het indienen van het beroep bij de Raad van State. Volgens de regels die golden op het ogenblik van het nemen van de bestreden beslissing was deze - volgens de verzoekende partij - onwettig. Dit volstond om een ontvankelijk annulatieberoep in te stellen. Ook deze exceptie wordt verworpen. VII-34.444-4/7
  18. Ten gronde 3.
  19. In het verzoekschrift wordt als eerste middel de schending ingeroepen van artikel 30bis, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna : Vlarem I), van artikel 5.9.3.1., §§ 1 en 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (hierna : Vlarem II), van de artikelen 33ter, § 1, 1/, c), en 33ter, § 1, 3/, van het meststoffendecreet, van artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse regering van 5 oktober 2001 tot uitvoering van artikel 33ter van het meststoffendecreet en tot wijziging van Vlarem I, en van het verbod op machtsover- schrijding. In essentie komt het middel er op neer dat de bestreden beslissing ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de middelen in hoger beroep en met het advies van de verzoekende partij, waardoor de beslissingnemende overheid met schending "van alle genoemde bepalingen" de exploitant in het bezit stelt van een onwettige milieuvergunning. In de toelichting bij het middel stelt de verzoekende partij onder meer : "Billijkheidsredenen zijn onafdoende om een onvergunde toestand te regulariseren, zeker wanneer blijkt dat de overnemer-aanvrager van de vergunningstoestand op de hoogte was". 3.
  20. In de memorie van antwoord staat de verwerende partij eerst stil bij wat zij "het globaal kader" noemt. Zij stelt dat de "billijkheid" ook reeds in andere dossiers werd toegepast, zeker in wat zij "schrijnende situaties" noemt. Wat het huidige dossier betreft, meent zij dat de stelling van de verzoekende partij dat zij geen rekening heeft gehouden met de "problematiek inzake mestafzetverleden" niet correct is aangezien, "eenmaal aanvaard wordt dat billijkheidshalve de problemen i.v.m. uitbaten (...) niet aan de huidige aanvrager kunnen toegerekend worden", het logisch is dat zulks ook geldt "i.v.m. mestafzet verleden". 3.
  21. Artikel 5.9.3.
  22. van Vlarem II bepaalt dat het verder exploiteren, het exploiteren en/of het veranderen van een veeteeltinrichting uitsluitend is toegelaten onder de voorwaarden bepaald in het meststoffendecreet. VII-34.444-5/7 Uit het bestreden besluit blijkt dat door de vergunning de mestproductie stijgt. Dit is strijdig met artikel 33ter, § 1, 1/, c), van het meststoffen- decreet, en de verwerende partij betwist dit niet. Uit het bestreden besluit kan bijgevolg worden afgeleid dat overeenkomstig artikel 33ter, § 1, 1/, c), van het meststoffendecreet de gevraagde milieuvergunning niet kan worden toegekend, maar dat de verwerende partij niettemin louter op grond van billijkheidsredenen de vergunning verleent. De vergunningverlenende overheid moet echter dit verbod respecteren en heeft terzake geen discretionaire bevoegdheid. Zij mag niet op grond van billijkheidsredenen de voormelde decretale bepaling buiten toepassing laten en in weerwil van een uitdrukkelijk wettelijk verbod toch een milieuvergunning verlenen. Het eerste middel is gegrond, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  23. Vernietigd wordt het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 2 juni 2005 waarbij het door de VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ ingediende beroep tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Veurne van 13 december 2004, houdende het verlenen van een milieuvergunning aan Geert DECROOS om een varkens- en rundveefokkerij, gelegen aan de Houtemstraat 22 te Veurne, verder te exploiteren en te veranderen, ongegrond wordt bevonden. Artikel
  24. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. VII-34.444-6/7 Artikel
  25. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien februari tweeduizend en negen, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. A. VANDENDRIESSCHE. VII-34.444-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.647 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.