← België

Arrest 190650 - Natuurbehoud - Vergunningen - 19/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.650 Rolnummer: A. 187764/VII-37170 Zaak: Arrest 190650 - Natuurbehoud - Vergunningen - 19/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-26 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 18:49 Fiche Arrest nr 190.650 van 19 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.650 van 19 februari 2009 in de zaak A. 187.764/VII-37.170. In zake : Viviane LEYMAN, die woonplaats kiest bij advocaat I. ROGIERS, kantoor houdende te KALKEN, Kalkendorp 17 A tegen : de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN ALSENOY, kantoor houdende te BRUSSEL, A. Dansaertstraat 92. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Viviane LEYMAN op 19 mei 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant van 20 maart 2008 waarbij het beroep, ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise van 22 oktober 2007, houdende het gedeeltelijk verlenen van de natuurvergunning aan Mathilde DE WIT voor het wijzigen van kleine landschapselementen, meer bepaald het verbreden van een gracht en het gedeeltelijk dempen van een poel, op percelen gelegen aan de Slozenstraat te Meise (Wolvertem), niet wordt ingewilligd en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gelet op het arrest nr. 182.114 van 17 april 2008 waarbij de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van het bestreden besluit wordt bevolen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. SOURBRON; VII-37.170-1/11 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 17 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat Gw. VERMEIRE die, loco advocaat I. ROGIERS verschijnt voor verzoekster, en van advocaat K. VAN ALSENOY die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. De feiten 1.1. Op 24 juli 2007 dient Mathilde DE WIT bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise een natuurvergunningsaanvraag in voor het wijzigen van kleine landschapselementen op percelen land gelegen aan de Slozenstraat te Meise. De gevraagde wijziging van kleine landschapselementen bestaat er concreet in dat een poel die eigendom is van Mathilde DE WIT en die is gelegen naast de woning van verzoekster, zou worden gedempt. Luidens de aanvraag zou een "drassige zone" die thans ongeschikt is voor landbouwdoeleinden worden opgehoogd tot dezelfde hoogte als de naastliggende akker. De nieuwe vergunningsaanvraag wordt door Mathilde DE WIT ingediend nadat de Raad van State bij arrest nr. 173.394 van 12 juli 2007 een voordien verleende natuurvergunning voor het volledig dempen van de betrokken poel had vernietigd. 1.2. Op 4 september 2007 geeft het Agentschap voor Natuur en Bos een voorlopig ongunstig advies over de aanvraag wegens het ontbreken in het dossier van een aanvraag tot het verkrijgen van de vereiste stedenbouwkundige vergunning. VII-37.170-2/11 1.3. Met een besluit van 22 oktober 2007 geeft het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise een vergunning voor het verbreden van een gracht en het gedeeltelijk dempen van de bestaande poel tot maximaal de helft. Aan de vergunning worden een aantal voorwaarden verbonden die het verlies aan buffercapaciteit en natuurwaarden moeten compenseren. 1.4. Verzoekster stelt samen met een aantal andere buurtbewoners bij de verwerende partij een administratief beroep in tegen die verleende vergunning. In het beroepschrift van 23 november 2007 wordt onder meer aangevoerd dat verscheidende diensten en instanties in het verleden gewezen hebben op het waardevol en buitengewoon karakter van de betrokken poel. Het zou meer in het bijzonder gaan om een waardevolle moerasbiotoop met een specifieke vegetatie bestaande uit riet, lisdodde, zuring, smeerwortel, brandnetel, paarse dovenetel, boerenwormkruid, smalle weegbree, walstro en vogelkers. Bruine kikkers, vlinders, verschillende soorten libellen, blauwe reigers, torenvalken, waterhoenderen, eenden, watersalamanders en een ijsvogel zouden de biodiversiteit ter plaatse gestalte geven. 1.5. Met het te dezen bestreden besluit van 20 maart 2008 willigt de verwerende partij het beroep niet in en wordt de beroepen beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise bevestigd. 2. Ten gronde 2.1. In een tweede middel voert verzoekster de schending aan van de artikelen 13, § 5, en 16, § 4, van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (hierna : besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998), van artikel 13, § 5, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (hierna : natuurbehouddecreet), van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen (hierna : motiveringswet) en van de verplichting die op elke administratieve overheid rust om haar beslissingen te steunen op in rechte en in feite aanvaardbare motieven. Verzoekster zet in essentie uiteen dat de verwerende partij volledig voorbijgaat aan de belangrijke natuurwaarde van de bestaande poel, dat het bestreden besluit daaromtrent niet afdoende is gemotiveerd en geen antwoord bevat op de in het beroepschrift naar voor gebrachte argumenten, en dat de opgegeven VII-37.170-3/11 motieven niet in functie staan van de beoordelingscriteria die daartoe zijn opgenomen in artikel 13, § 5, van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998 en het standpunt dat verschillende instanties hebben uitgedrukt in adviezen die werden uitgebracht naar aanleiding van de vorige natuurvergunnings- aanvraag. 2.2. De verwerende partij antwoordt hierop dat het bestreden besluit een uitvoerige motivering bevat die de uitdrukking vormt van een appreciatie die niet kennelijk onredelijk is, dat verzoeksters inhoudelijke kritiek gericht is tegen de beslissing die het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise in eerste aanleg heeft genomen, dat er geen rekening moest worden gehouden met de adviezen die werden uitgebracht naar aanleiding van de vorige natuurver- gunningsaanvraag die heeft geleid tot het vernietigingsarrest van de Raad van State, dat in het advies van de gemeentelijke milieudienst wordt verwezen naar de beoordelingscriteria van artikel 13, § 5, van het besluit van de Vlaamse regering van 23 juli 1998, en dat het aspect betreffende het waardevol karakter van de poel doorheen de administratieve procedure voldoende aandacht heeft gekregen. 2.3. In de memorie van wederantwoord benadrukt verzoekster dat uit het tussengekomen schorsingsarrest nr. 182.114 van 17 april 2008 zeer duidelijk blijkt dat de beroepsargumenten niet werden beantwoord en dat de verwijzing door de verwerende partij naar de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise en naar diverse uitgebrachte adviezen bijgevolg irrelevant is. 2.4. In haar laatste memorie beklemtoont de verwerende partij nog dat het waardevol karakter van de poel in het bestreden besluit niet wordt betwist en dat rekening moet worden gehouden met de redenen opgenomen in de rubriek "(

  1. de)adviezen, (het) onderzoek en (
  2. de)motivering" van het besluit. 2.5.1. De motiveringsverplichting, zoals opgelegd door de in het middel aangehaalde reglementaire bepalingen, heeft tot doel de bestuurde in de mogelijkheid te stellen om in de beslissing zelf de motieven te vinden op grond waarvan de beslissing is genomen derwijze dat blijkt of minstens kan worden nagegaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in feite en in rechte juist zijn, of zij die juist heeft beoordeeld, en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar beslissing is kunnen komen. De beslissing moet dus op een duidelijke wijze de VII-37.170-4/11 fundamentele redenen weergeven die haar verantwoorden en die motivering moet voldoende draagkrachtig zijn om de beslissing te schragen. 2.5.2. Verzoekster heeft in haar beroepschrift op omstandige wijze de bijzondere natuurwaarde van de te dempen poel omschreven en beklemtoond. Die uiteenzetting vindt steun in de adviezen die de bevoegde overheidsinstanties hebben verleend in het kader van de eerste aanvraag tot demping. De verwerende partij betwist dit gegeven ook niet. Het kan derhalve als vaststaand worden beschouwd dat de poel een waardevolle moerasbiotoop is met een specifieke vegetatie, die ook van belang is als voedsel- en voortplantingsgebied voor dieren en die derhalve een belangrijke natuurwaarde heeft. Er mocht dan ook worden verwacht dat de verwerende partij met concrete en ter zake relevante gegevens zou aanwijzen waarom dat gegeven haar niet moest beletten de bestreden vergunning, waarbij de poel gedeeltelijk wordt gedempt, te verlenen. 2.5.3. Het verzoekschrift waarmee verzoekster een administratief beroep heeft ingediend tegen de vergunningsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise is quasi identiek aan het bezwaarschrift dat zij tijdens het openbaar onderzoek in eerste aanleg heeft ingediend. Zij pleitte daarin voor het behoud van de bestaande toestand en wees erop dat de aangevraagde werken de buffercapaciteit inzake de opvang van regenwater wegens het verkleinen van de poel drastisch zou verminderen en dat het verlies van natuurwaarde door het verdwijnen van de actuele fauna en flora niet kon worden gecompenseerd door de aanplanting van wat riet en knotwilgen, zoals voorgesteld in de vergunningsaanvraag. In zijn beslissing van 22 oktober 2007 heeft het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise het bezwaar onder ogen genomen en daar het volgende uitvoerig antwoord op gegeven : "Overwegende dat de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren als volgt kunnen worden samengevat: het waardevol karakter van de poel de waterbufferende functie, reeds in 2005 aangevraagd, de wijze van uitvoering Overwegende dat de tijdens het openbaar onderzoek ingediende schriftelijke en mondelinge bezwaren als volgt kunnen worden geëvalueerd: - Het waardevol karakter van de poel * De poel is gelegen in agrarisch gebied volgens het gewestplan. De bemerking heeft betrekking op het landelijk en landschappelijk waardevol karakter van het landschap, hetgene een beoordeling is. VII-37.170-5/11 * Het feit dat de poel ontstaan is uit een illegaal gegraven kleiput doet niets af van de natuurwaarde en neemt niet weg dat het dempen ervan toch vergunningsplichtig is. * Het waardevol karakter van de poel bleek reeds uit de eerdere adviezen van de milieudiensten en het Agentschap voor Natuur en Bos (toen nog Afd. Natuur): een waardevolle moerasbiotoop met specifieke vegetatie, een standplaats en verbindingsweg, ... * Ook de landschappelijke waarde werd eerder in de externe adviezen bevestigd. * De poel met moeraszone hypothekeert het verdere gebruik van het perceel als akker niet. - De waterbufferende functie * Het waterophoudend karakter van de centrale poel kon ter plaatse vastgesteld worden (2/10/07). * Door het gedeeltelijk dempen van de poel zal het waterbergend vermogen voor water afkomstig van de omliggende akker enigszins verminderen. * De op het plan voor het perceel aangeduide afspoelrichting stemt niet overeen met de algemene topografie van het gebied, met name een afspoeling in zuidoostelijke richting. De voorgestelde aanhoging, met name uniform tot niveau 10.30m, zal hier een impact op uitoefenen. Het waterpeil in de poel zal sneller verhogen, zodat de vertraagde afvloei sneller op gang komt. De verbreding van de open gracht (grens met 2 C 40b) heeft precies tot doel het verlies aan buffercapaciteit enigszins op te vangen en niet om de afvloei te versnellen (de buisgrootte blijft trouwens behouden). De aangevraagde activiteiten zullen normalerwijze geen significant ongunstig effect hebben op het overstromingsregime van de aanpalende percelen 2 C 41g en 2 C 41f aangezien de stroomrichting er ongewijzigd blijft (richting zuid). Een geul ter hoogte van perceel 2 C 44p is zelfs geheel overbodig. Het ongunstig effect op de bestaande gracht ter hoogte van perceel 2 C 40b wordt enigszins gecompenseerd door deze uit te diepen en te verbreden. - Reeds in 2005 aangevraagd De aanvraag komt in grote lijnen overeen met deze van 2005, al zijn er toch verschillen: * de aanvraag werd verduidelijkt: de aanhoging is beter beschreven (terreinverhoging tot 10.30m, oppervlakte 12a60 en volume ± 1.000 m³), waardoor meteen bepaalde onzekerheden wegvallen (nu is duidelijk dat niet het ganse perceel zal aangehoogd worden en dat er geen werken zullen uitgevoerd worden nabij de randen van de perceelsgrens) * de aanvraag voorziet nu wel bepaalde vormen van compensatie m.b.t. de voornaamste aangehaalde opmerkingen bij vorige aanvraag: de verminderde natuurwaarde wordt enigszins gecompenseerd (aanplant wilgen en riet) de verminderde buffercapaciteit wordt enigszins gecompenseerd door een deel van de poel-moeraszone te behouden, een deel uit te graven, de gracht uit te diepen en een geul te voorzien. * de enigste reden die ter verantwoording worden opgegeven zijn het landbouw-economisch niet kunnen benutten van een deel van het perceel (bvb. als maïsakker) * De poel is geleidelijk geëvolueerd van put naar de huidige vorm. De reden van de actuele hoogdringendheid is onduidelijk. - De wijze van uitvoering is vooralsnog onvoldoende verduidelijkt. Wellicht zal gebruik gemaakt kunnen worden van het braakliggende aanpalende perceel (2 C 40b) want rond het gebruik van de losweg loopt momenteel nog steeds een rechtszaak. VII-37.170-6/11 Het aanvoeren van grond valt onder de Vlarebo-regeling (regels m.b.t. grondverzet). Wellicht wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van niet-verontreinigde opvulgrond". Vervolgens heeft het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise, voortbouwend op het advies van de gemeentelijke milieudienst van 24 oktober 2007, onderzocht of de vergunningsaanvraag kaderde in de decretaal vastgestelde vereisten en heeft het de aanvraag gedeeltelijk ingewilligd en een aantal compenserende maatregelen bevolen. De beslissing bevat te dien aanzien de volgende motieven : -
  3. a)wat de "watertoets" betreft : "Overwegende dat in uitvoering van de watertoets (decreet van 18/07/2003 integraal waterbeleid), de overheid er zorg dient voor te dragen dat een schadelijk effect aan het watersysteem, inzonderheid aan de kwantitatieve toestand van het grondwater, dient vermeden te worden; dat hiertoe de vergunning kan geweigerd of aan voorwaarden onderworpen worden. Overwegende dat de poel fungeert als tijdelijke opvang voor afspoelend oppervlaktewater dat dan vertraagd ontwatert naar de eerst open en verder ingebuisde gracht; dat elke aanvulling met grond van een zone met waterbergende functie een ongunstige invloed heeft op het waterbufferend vermogen, het afstroomregime, de hoeveelheid stilstaand water en dus de infiltratiecapaciteit. Overwegende dat de exploitant volgende compensatie voorziet: uitdiepen van de zone, grenzend aan percelen 2 C 40b en 38r (groen op plan bij aanvraag), dieper uitgraven van de gracht tussen de akker en perceel 2 C 40b, voorzien van een geul op de grens met de percelen 41g, 41f en 44p, behouden van de stroomrichting, uitvoering in overleg met de milieudienst en technische dienst van de gemeente. Overwegende dat de voorgestelde aanhoging overal niveau l0.30m voorstelt, dat aldus een horizontale oppervlakte ontstaat die weliswaar lager is gelegen dan op de grens met 2 C 43h (zodat hier alvast geen water zal stagneren), maar dat aldus anderzijds de richting van de oppervlakkige afspoeling wel beïnvloedt wordt; dat het bijgevolg past de aanhoging dusdanig te doen aanpassen dat de stroomrichting - met name in de richting van de poel - behouden blijft. Overwegende dat het effect op het watersysteem als voldoende kan beschouwd worden onder de voorgestelde voorwaarden en beperkingen. Overwegende dat de gemeente deze werken op privaat domein niet zelf zal uitvoeren, zoals foutief aangehaald, maar wel richtlijnen dienaangaande kan geven". -
  4. b)wat de "natuurtoets" betreft : "Overwegende dat in uitvoering van artikel 8 van het decreet op het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van 21 oktober 1997 het stand-stillbeginsel dient toegepast te worden; dat in uitvoering van artikel 14 van hetzelfde decreet iedereen verplicht is om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijze van hem kunnen worden gevergd om de vernietiging of de schade aan de natuurelementen in de onmiddellijke omgeving te voorkomen, te beperken of te herstellen; dat de vergunningverlenende overheid er voor dient te zorgen dat geen vermijdbare schade aan de natuur ontstaat, door de VII-37.170-7/11 vergunning of toestemming te weigeren of door redelijkerwijze voorwaarden op te leggen om de schade te voorkomen, te beperken of te herstellen; dat de natuurvergunningplicht werd uitgewerkt in een besluit van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het voornoemde decreet. Overwegende dat een gedeeltelijke demping enige negatieve impact heeft op de natuurwaarde van de poel met moerassige zone, maar dat de exploitant volgende compensatie voorziet: beperking van de aanhoging, behoud en zelfs uitdieping van een deel van de poel, aanplant van 3 knotwilgen of gelijkwaardig, behoud van de grassen, aanplant van lisdodde en riet en dit overeenkomstig de richtlijnen van de gemeente. Overwegende dat de drassige zone tussen de feitelijke poel met moeras en de perceelsgrens met 2 C 43h momenteel braak ligt, dat er zich een verwilderde ruigtekruidenvegetatie heeft ontwikkeld met o.a. zuring, smeerwortel, brandnetel, ...; dat mits een beperkte aanhoging deze zone in agrarisch gebruik kan genomen worden; dat de impact ervan op het watersysteem en de natuurwaarde zeer beperkt is. Overwegende dat, mits de ingebruikname van het perceel kan uitgebreid worden volgens een lijn parallel met de grens t.a.v. perceel 2 C 44p, de landbouwgebruikswaarde aanzienlijk verhoogt; dat het verlies aan buffercapaciteit kan gecompenseerd worden door afgraving ter hoogte van de grens met perceel 2 C 38r, gecombineerd met de voorgestelde compensaties; dat het verlies aan natuurwaarde kan gecompenseerd worden mits uitvoering van de voorgestelde compensaties en natuurvriendelijke invulling van de afgegraven zone". -
  5. c)wat het "natuurbeleid" betreft : "Overwegende dat de beslissing dient gebaseerd te zijn op volgende beoordelingscriteria: de bestaande toestand van de natuur ongeacht de bestemming van het gebied; de huidige toestand van de vegetaties of de kleine landschapselementen; de maatregelen tot herstel en ontwikkeling van habitats en ecosystemen; de abiotische elementen. Overwegende dat het voorzien van voldoende ruimte voor verhoging van de bergingscapaciteit van waterlopen en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van kleine landschapselementen als beleidsstrategieën zijn opgenomen in het gemeentelijk milieubeleidsplan; dat ophogingen en verhardingen belangrijke oorzaken zijn van de toenemende wateroverlast. Overwegende dat het huishoudelijk afvalwater van de aanpalende woning, Slozenstraat 36, geloosd wordt in de poel; dat deze woning volgens het ontwerp van zoneringsplan zelf zal moeten instaan voor de zuivering van het huishoudelijk afvalwater; dat hiertoe een individuele installatie voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater (IBA) zal dienen aangelegd te worden. Overwegende dat de IBA normalerwijze aangelegd wordt op het eigen perceel, maar dat het anderzijds ook mogelijk is om de zuivering te laten plaatsvinden in het rietveld naast de woning; dat de aanpassingskosten om hier op aan te sluiten aanzienlijk kleiner zijn; dat het dan wel past om de eigenaar hiervoor een gebruiksvergoeding te verlenen. Overwegende dat de gemeente nog dient vast te stellen welk aandeel van de aanlegkost en onderhoudskost van een IBA de gemeente zal dragen en welk deel door de burger dient gedragen te worden; dat het in eigen handen nemen van het onderhoud door de gemeente de beste garantie biedt voor een blijvende kwalitatieve zuivering". VII-37.170-8/11 Ondanks die uitvoerige redengeving en weerlegging van de bezwaren door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise, heeft verzoekster haar beroepschrift beperkt tot de herhaling van haar bezwaarschrift, zonder de bezwaren te nuanceren en desgevallend aan te passen in functie van het antwoord dat zij van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise gekregen had. In die omstandigheden kan verzoekster de verwerende partij moeilijk verwijten dat zij enkel nagegaan heeft of de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise van 22 oktober 2007 haar goedkeuring kon wegdragen en dat zij die beslissing uiteindelijk ook is bijgevallen. De motieven daarvoor heeft zij in het bestreden besluit vermeld in de rubriek "verslag van het onderzoek". Zij luiden : "Op 22 oktober 2007 verleende het college van burgemeester en schepenen van Meise gedeeltelijk de vergunning voor het verbreden van een gracht en gedeeltelijk dempen van een poel tot een maximum van de helft onder volgende voorwaarden: 1. de waterbuffercapaciteit blijft behouden en het verlies aan buffercapaciteit dient gecompenseerd te worden; 2. de natuurwaarden blijven behouden en het verlies aan natuurwaarden dient gecompenseerd te worden. Als passende compensatie wordt hierbij aanvaard: 3. het aanvullen van het terrein op perceel 2 C nr. 42 c wordt beperkt tot een welomschreven gedeelte: vanaf het punt 40b-40g wordt een lijn getrokken parallel met 44p (20m breed) en vanuit punt 38r-38p wordt een lijn getrokken parallel met 43h; de zone tussen deze lijnen en de percelen 38r-40b moet behouden blijven (dikke lijnen op het plan) 4. ter compensatie van de afgenomen buffercapaciteit wordt de zone tussen de poel en perceel 38r afgegraven, zonder evenwel stabiliteits- of andere problemen te veroorzaken; 5. ter compensatie van de afgenomen natuurwaarden worden knotwilgen aangeplant en/of de zone tussen de poel en perceel 38r dusdanig ingericht dat de natuurwaarde verhoogt; 6. het slib vrijkomende uit de afgraving zoals hierboven gesteld en de uitdieping van de gracht op de grens met perceel 2 C 40b, zoals voorgesteld door de aanvrager, wordt als eerste aanvulgrond aangewend; 7. de bovenvermelde aanhoging wordt beperkt tot 500 m³ grond, in overeenstemming met de regels van grondverzet conform het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering van 5 maart 1996; 8. de afstroomrichting van het aangehoogde terrein blijft behouden, hiertoe dient een minimaal verval in de richting van de poel gerespecteerd te blijven. De aanvrager wenst een verlande poel te dempen. Op een oppervlakte van 12a60ca zal ong. 1000 m³ grond worden aangevoerd en open gespreid worden wat overeenkomt met een gemiddelde ophoging van 80cm. De poel is volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse (KB van 7 maart 1977) gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied en is natuurvergunningsplichtig. In tegenstelling tot vorige aanvraag zal niet het ganse perceel 42c opgehoogd worden maar slechts een deel en zullen er geen werken uitgevoerd worden tot tegen de rand van het perceel. De aanvrager wil het minst waardevolle stuk landbouwgrond dat zich het meest aan het oostelijke gedeelte van perceel 42c bevindt aanhogen tot dezelfde VII-37.170-9/11 hoogte als de akker ernaast (perceel 41b). Op dit perceeldeel staan brandnetels en te bestrijden akkerdistel die de grond verzuren en voor de natuur geen meerwaarde bieden. De grond is momenteel drassig en niet bewerkbaar als landbouwgrond. Het overblijvende deel van de poel zal uitgediept worden en er zal riet en lis aangeplant worden om de natuurwaarde te verhogen. Om afspoelingsproblemen van regenwater naar naburige percelen te vermijden zal tussen het overblijvende poelgedeelte van perceel 42 c en perceel 38 r waarop een woning staat, een strook afgegraven worden en wordt op het belendende perceel 41b rondom een geul gegraven van 20cm. Deze maatregelen ter vrijwaring van de buffercapaciteit en ter compensatie van het mogelijke verlies aan natuurwaarden in het gebied zijn duidelijk verwoord in bovenvermelde bijzondere vergunningsvoorwaarden opgenomen in het vergunningsbesluit van het college. Bovendien heeft het college de zone die moet behouden blijven duidelijk afgebakend tov het gedeelte dat mag opgevuld worden tot bestemming landbouwgrond. Ook wordt de aanhoging door het college beperkt tot 500m grond (ipv de gevraagde 1000 m³) cf. de reglementering van het Vlarebo. Globaal kan gesteld worden dat in toepassing van het natuurdecreet door de aanvrager en door het college alle mogelijke maatregelen voorzien werden om de vernietiging of de schade van natuurelementen in de onmiddellijke omgeving te voorkomen, te beperken of in stand te houden zodat mag aangenomen worden dat er geen vermijdbare schade aan de natuur wordt aangericht. Er bestaat bijgevolg aanleiding toe het beroep van omwonenden niet in te willigen en de bestreden beslissing van het college van Meise te bevestigen". De verwerende partij heeft vervolgens ook nog uitdrukkelijk de bezwaren uit het beroepschrift besproken met inachtneming van de beperkingen en de voorwaarden vermeld in de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meise van 22 oktober 2007. 2.5.4. Met die gegevens voor ogen wordt vastgesteld dat de verwerende partij in het bestreden besluit wel degelijk heeft geantwoord op de bezwaren die waren geuit tegen het dempen van de poel en dat het bestreden besluit ook de met de opdracht van het bestuur verband houdende redenen vermeldt waarom de vergunning kan worden verleend. Het middel is niet gegrond. 2.6. Het auditoraatsverslag is beperkt tot het onderzoek van het tweede middel. Het onderzoek van de zaak moet worden voortgezet, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. De debatten worden heropend. VII-37.170-10/11 Artikel 2. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek van de zaak. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien februari tweeduizend en negen, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, B. THYS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. A. VANDENDRIESSCHE. VII-37.170-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.650 Gerelateerde publicatie(
  6. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.114 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.206.376 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.