← België

Arrest 190653 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 19/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.653 Rolnummer: A. 190343/VII-37283 Zaak: Arrest 190653 - Ziekenfondsen en Landsbonden - 19/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-02-24 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 18:50 Fiche Arrest nr 190.653 van 19 februari 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenfondsen en Landsbonden Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.653 van 19 februari 2009 in de zaak A. 190.343/VII-37.

  1. In zake : Kumar RAGUBIR, die woonplaats kiest bij advocaat M. WILLEMSE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Jozef de Bomstraat 4 tegen : het VLAAMS ZORGFONDS, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Kumar RAGUBIR op 14 november 2008 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, VLAAMS ZORGFONDS, van 15 september 2008 waarbij zijn bezwaarschrift ongegrond wordt verklaard en wordt beslist dat de administratieve geldboete verschuldigd blijft; Gelet op de beschikking van 20 november 2008 waarbij aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging, wat de vordering tot schorsing betreft, wordt verleend; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; VII-37.283-1/4 Gelet op de beschikking van 12 januari 2009 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 12 februari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. GORIS die, loco advocaat M. WILLEMSE verschijnt voor verzoeker, en van advocaat S. CALLENS die, loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. De feiten 1.
  4. Verzoeker ontvangt een aanmaning om de verschuldigde bijdragen voor de Vlaamse zorgverzekering te regulariseren. Het betreft een eenmalige regularisatiemogelijkheid waardoor betrokkene zich in orde kan stellen voor het verleden. Er moet worden betaald vóór 30 april
  5. 1.
  6. Met een op 14 oktober 2006 gedateerde en blijkbaar aangetekend verstuurde brief wordt aan verzoeker meegedeeld dat hij minstens drie verplichte bijdragen niet, onvolledig of te laat heeft betaald. Het gaat om de bijdragen van 2003, 2004 en
  7. Er wordt aan toegevoegd dat voor die kalenderjaren een administratieve geldboete van 250 euro wordt opgelegd en dat nog een totale som van 75 euro verschuldigde bijdragen moet worden betaald. 1.
  8. Verzoeker dient een bezwaar in. Hij stelt dat hij de bijdragen niet heeft kunnen betalen omdat hij onderworpen is aan budgetbegeleiding of -beheer en dat hij de brieven, waarin hij werd uitgenodigd om de bijdragen ten laatste op 30 april 2006 te betalen, niet heeft ontvangen. VII-37.283-2/4 1.
  9. Op 15 september 2008 wordt dan de bestreden beslissing genomen.
  10. De beoordeling 2.
  11. Op grond van artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.
  12. Met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zet verzoeker het volgende uiteen : "Zoals ook reeds bij het belang uiteengezet leeft verzoeker sinds 1/5/2006 van een OCMW-leefloon (...). Aanvankelijk bedroeg dit leefloon 625,60,-i per maand, sinds 1/9/2008 bedraagt het leefloon van verzoeker 711,56,-i per maand. De administratieve geldboete ad. 250,00,-i bedraagt meer dan 1/3 van het budget waarmee verzoeker maandelijks dient rond te komen. De tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zou de levenskwaliteit van verzoeker fundamenteel en onomkeerbaar aantasten. Het nadeel is derhalve niet van louter financiële aard en dient als ernstig en moeilijk te herstellen gekwalificeerd". 2.
  13. Een louter financieel nadeel is in principe niet moeilijk te herstellen, tenzij er bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat dit wel het geval is. Met de verwerende partij moet worden vastgesteld dat verzoeker, ten aanzien van het nadeel dat hij beweert te (zullen) lijden, enkel stelt dat zijn levenskwaliteit fundamenteel en onomkeerbaar zal worden aangetast. Het gaat evenwel slechts om een eenmalig bedrag. Verzoeker zal dan ook niet maandelijks worden geconfronteerd met de te betalen geldboete. Ook stelt de verwerende partij terecht dat verzoeker in zijn bezwaarschrift melding maakte van het feit dat hij onderworpen is aan budgetbegeleiding of -beheer. Verzoeker maakt niet aannemelijk dat het bedrag van de administratieve geldboete niet zou kunnen worden opgevangen binnen datzelfde kader zodat het aangevoerde nadeel niet als ernstig of moeilijk herstelbaar te kwalificeren valt. VII-37.283-3/4 2.
  14. Er is niet voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering te verwerpen, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE: Artikel
  15. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  16. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien februari tweeduizend en negen, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-37.283-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.653 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.755 ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.897 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.