← België

Arrest 190692 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.692 Rolnummer: A. 189808/X-13903 Zaak: Arrest 190692 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-03 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 19:00 Fiche Arrest nr 190.692 van 19 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.692 van 19 februari 2009 in de zaak A. 189.808/X-13.

  1. In zake :
  2. Erwin PRIEELS,
  3. Hilde DAEM,
  4. David VAN NOYEN,
  5. Christian ANDRIES,
  6. Christel ANDRIES,
  7. Maria JANSSENS, die woonplaats kiezen bij advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat M. van DIEVOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
  8. tussenkomende partij : de gemeente ZEMST, die woonplaats kiest bij advocaten H. SEBREGHTS en F. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  9. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Erwin PRIEELS, Hilde DAEM, David VAN NOYEN, Christian ANDRIES, Christel ANDRIES en Maria JANSSENS op 22 september 2008 hebben ingediend en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van het besluit van 7 juli 2008 van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar waarbij aan de gemeente ZEMST de stedenbouw- kundige vergunning wordt verleend voor het aanleggen van een landbouw- en fietsweg op percelen gelegen te Zemst, Werfheide/Witveldstraat, kadastraal bekend sectie A, nrs. 33, 34/c, 34/e en 35/d; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; X-13.903-1/8 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 9 december 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 9 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. CLEMENT; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. VERHELST, die loco advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat F. van DIEVOET, die loco advocaat M. van DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat H. SEBREGHTS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  10. Rechtspleging Met een verzoekschrift van 16 oktober 2008 heeft de gemeente ZEMST gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  11. Feiten 2.
  12. Op 31 maart 2008 vraagt de gemeente Zemst bij de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar een stedenbouwkundige vergunning aan voor “de aanleg van een landbouw- en fietsweg in de Witveldstraat - Werfheide” op percelen kadastraal bekend sectie A, nrs. 33, 34/c, 34/e en 35/d. De aanleg van de weg komt neer op een verharding en verbreding van een bestaande weg die reeds kon gebruikt worden door landbouwvoertuigen en niet-gemotoriseerd verkeer. Langs de 215 m lange weg bevinden zich akkers en weiden - waaronder de percelen van de derde, vierde, vijfde en zesde verzoekende partijen - en - ongeveer in het midden - één woonperceel, zijnde het woonperceel van de eerste en de tweede verzoekende X-13.903-2/8 partijen dat zij bereiken via een erfdienstbaarheid van uitweg over het achter- liggende perceel van Walter Meynaerts naar de Heuvelstraat. Alle voornoemde percelen zijn volgens de bestemmings- voorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 maart 1977 vastgestelde gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse gesitueerd in agrarisch gebied. De percelen zijn niet gelegen binnen het gebied van een bijzonder plan van aanleg of een niet-vervallen verkaveling. Op 17 november 1992 had de gemeente Zemst ter plaatse een onteigeningsmachtiging bekomen. Op 28 september 2001 heeft de rechtbank van eerste aanleg te Brussel de onteigening evenwel afgewezen omdat “het beoogde doel van de onteigening, de beëindiging van het gebruik van een erfdienstbaarheid, niet het algemeen nut dient”. 2.
  13. Op 7 juli 2008, na gunstige adviezen van de afdeling Monumenten en Landschappen, het departement Landbouw en Visserij en de gemeente Zemst, verleent de gemachtigde ambtenaar de stedenbouwkundige vergunning. Dit is het bestreden besluit waarin onder meer het volgende wordt gesteld: “Watertoets Het voorliggende project heeft een vrij omvangrijke verharde oppervlakte, maar deze oppervlakte is lineair uitgespreid over een lengte van 215 meter. De aanvraag ligt niet in een recent overstroomd gebied of een overstromings- gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt. Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening De aanleg van een landbouw en fietsweg is eensdeels in overeenstemming met het planologische voorschrift van agrarisch gebied omdat landbouw- voertuigen gebruik zullen maken van de weg, maar anderdeels is het gebruik van de weg als fietsverbinding strijdig met het planologische voorschrift omdat het fietsen geen betrekking heeft op landbouw, zelfs niet in de ruime zin. Evenwel kan van het gewestplan worden afgeweken volgens artikel 20 van het KB van 28 december
  14. In dat artikel wordt het volgende bepaald: ‘Bouwwerken voor openbare diensten en gemeenschapsvoorzieningen kunnen ook buiten de daartoe speciaal bestemde gebieden worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de algemene bestemming en met het architectonisch karakter van het betrokken gebied’. Omdat de werken grotendeels het bestaande wegpatroon volgen, zijn zij zowel verenigbaar met de algemene bestemming als met het architectonische karakter van het betrokken gebied. Daarom kan hier toepassing gemaakt worden van het genoemde is artikel
  15. Bovendien kan van het gewestplan ook worden afgeweken volgens de bepalingen van artikel 145sexies van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. In dat artikel wordt het volgende bepaald: ‘In alle gebieden die op de gewestplannen zijn aangewezen, kunnen naast de werkzaamheden, handelingen en wijzigingen die gericht zijjn op de realisatie van de bestemming ook werkzaamheden, handelingen en wijzigingen, activiteiten of inrichtingen worden toegestaan die gericht zijn op het sociaal- X-13.903-3/8 culturele of recreatieve medegebruik, voorzover ze door hun beperkte impact de realisatie van de algemene bestemming niet in het gedrang brengen.’ De aanwezigheid van de fietsverbinding brengt de algemene bestemming (agrarisch) niet in het gedrang, omdat de weg ook nuttig is voor landbouw- voertuigen. Daardoor is de aanvraag in overeenstemming met het genoemde artikel 145quinquies. Algemene conclusie De aanvraag is om bovenvermelde redenen planologisch en stedenbouw- kundig verantwoord”. 2.
  16. Voor het indienen van het verzoekschrift was de vergunning reeds uitgevoerd voor wat betreft het deel van de Witveldstraat tot aan het woonperceel van de eerste en de tweede verzoekende partijen. Het wordt niet betwist dat de aangelegde weg aansluit op een oprit van het laatstgenoemde perceel.
  17. Ontvankelijkheid De verwerende en de tussenkomende partij betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen exceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze exceptie dringt zich immers slechts op indien zou blijken dat de grond- voorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
  18. Grondvoorwaarden voor de schorsing - moeilijk te herstellen ernstig nadeel 4.
  19. Algemeen Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Bijgevolg moet een verzoeker in zijn verzoekschrift duidelijk en concreet aangeven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel gelegen is dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoer- legging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan. De verzoeker mag zich daarbij niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat hij X-13.903-4/8 persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. 4.
  20. Het in het verzoekschrift aangevoerde nadeel De verzoekende partijen formuleren het moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt: “
  21. Zoals reeds werd toegelicht onder het feitenrelaas zijn de percelen van verzoekers allen gelegen langsheen het door de gemeente Zemst aangevraagde wegtracé; in het geval van vierde, vijfde en zesde verzoekers werd de wegenis zelfs ingetekend tot op hun percelen. Eerste en tweede verzoekers zijn ter plaatse woonachtig; de wegenis wordt volgens de plannen en het reeds afgepaalde tracé (...) voorzien tot vlak naast hun woning en tuin.
  22. Verzoekende partijen zullen ten gevolge van de inplanting van de weg naast en op hun percelen de volgende gecumuleerde nadelen ondervinden. Ten eerste staat het vast dat het mooie zicht dat verzoekers thans nog hebben op een open agrarisch landschap onherroepelijk zal aangetast worden door de aanleg van een nieuwe zonevreemde weg. De weg wordt immers voorzien langsheen de woning en de tuin van verzoekers, pal in het zicht van hun woning en tuin, met visuele vernieling van het landschap tot gevolg. Uit de foto’s blijkt dat de woning van eerste en tweede verzoekers gelegen is aan de rand van een open landbouwlandschap, waarop thans nog vrij zicht kan worden genomen. Door de aanleg van een nieuwe verkeersweg wordt het zicht aangetast, en wordt derhalve ook de bestemming volgens het gewestplan gehypothekeerd. Niet alleen zullen verzoekers moeten uitkijken op een lelijke betonweg, ook zal door de verplaatsing van het verkeer tot naast hun deur hun privacy worden aangetast. Vanop de aan te leggen weg kan men immers even vrijelijk zicht nemen in de woning en tuin van verzoekers, als verzoekers uitzicht zullen hebben op het verkeer. Verder zal de aanleg van een bijkomende weg ook het rustig woongenot verstoren door het lawaai dat gepaard gaat met het bijkomend verkeer langs de woning van verzoekers. Op heden kunnen verzoekers genieten van de rustige en rustieke omgeving zowel in hun tuin als in hun woning. Ingevolge de aanleg van een nieuwe verbindingsweg tussen de Witveldstraat en de Werfheide, zal een belangrijk gedeelte van het verkeer dat thans gebruik maakt van de Witveldstraat zich verplaatsen naar de nieuw aan te leggen buurtweg, waardoor de eens nog rustige woonomgeving wordt aangetast. Ten slotte brengt elk verkeer ook een welbepaald en aanzienlijk risico op ongevallen met zich mee. De woningen van verzoekers zijn niet gelegen binnen de bebouwde kom, zodat voertuigen er soms met aanzienlijke snelheden rijden, met alle gevaar vandien. Op heden loopt alle verkeer in de omgeving op veilige afstand van de woning van verzoekers; door de aanleg van de nieuwe weg wordt het verkeer tot nagenoeg op hun drempel getrokken, met een verkeersonveilige situatie tot gevolg. De aan te leggen weg heeft immers slechts een X-13.903-5/8 breedte van 3m, zodat twee voertuigen er nog geeneens kunnen kruisen zonder in de berm te rijden.
  23. De aanleg van een nieuwe weg zal derhalve gepaard gaan met een aantasting van het mooie agrarische landschap dat zo kenmerkend is voor de omgeving, zal eveneens de rust en privacy van verzoekers teniet doen, en zal bovendien aanleiding geven tot een verhoogde verkeersdruk op de landelijke omgeving en in het bijzonder op de woning van eerste en tweede verzoekers, hetgeen onvermijdelijk gepaard gaat met verkeersonveiligheid.
  24. Het nadeel, bestaande in visuele hinder, lawaaihinder en verkeers- onveiligheid heeft ook een evident onherstelbaar karakter. Het is immers evident dat een aantasting in levenskwaliteit achteraf niet meer kan ongedaan gemaakt worden door de toekenning van een schadevergoeding. Bovendien zal het voor verzoekende partijen als belanghebbenden zeer moeilijk zoniet onmogelijk zal zijn om het complex en zijn aanhorigheden te doen verwijderen éénmaal deze zijn opgericht”. 4.
  25. Beoordeling van het aangevoerde nadeel 4.3.
  26. In hoofde van de derde, vierde, vijfde en zesde verzoekende partijen De derde, vierde, vijfde en zesde verzoekende partijen stellen niet ter plaatse te wonen. De eigendommen van deze partijen bestaan uit onbebouwde percelen landbouwgrond. Een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan voor hen dan ook niet aangenomen worden, aangezien niet kan worden ingezien hoe hun uitzicht, privacy en rustig woongenot door de weg worden aangetast. Ook het aangevoerde nadeel betreffende de verkeersveiligheid is om dezelfde reden niet van toepassing. 4.3.
  27. In hoofde van de eerste en tweede verzoekende partijen Uit de gegevens van de zaak blijkt dat de wegverharding bij het instellen van het verzoekschrift reeds voltooid was ter hoogte van het woonperceel van de eerste en de tweede verzoekende partijen. Betreffende het reeds aangelegde stuk van de weg is de schorsingsvordering bijgevolg niet dienstig, aangezien het beweerde nadeel zich reeds voltrokken heeft. Wat betreft het nog aan te leggen stuk weg (voorbij het woon- perceel van de eerste en tweede verzoekende partijen tot Werfheide), verschaffen de verzoekende partijen in hun verzoekschrift te weinig gegevens die aantonen hoe zij hinder lijden. Zo leggen zij geen van op hun woonperceel gemaakte foto van de ter plaatse bestaande weg neer. In die omstandigheden blijkt niet dat de vervanging van dit gedeelte van een niet-verharde weg die in gebruik is voor landbouw- X-13.903-6/8 voertuigen en niet-gemotoriseerd verkeer door de vergunde landbouw- en fietsweg voldoende ernstige nadelen inzake uitzicht en verkeershinder zou veroorzaken. 4.
  28. Besluit Er is niet voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te bevelen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  29. Het verzoek tot tussenkomst van de gemeente ZEMST wordt ingewilligd. Artikel
  30. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  31. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. X-13.903-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien februari 2009, door : de H. J. CLEMENT, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. J. CLEMENT. X-13.903-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.692 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.975 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.