id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.693 Rolnummer: A. 189768/X-13898 Zaak: Arrest 190693 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-06 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-29 19:00 Fiche Arrest nr 190.693 van 19 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Vernietiging Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.693 van 19 februari 2009 in de zaak A. 189.768/X-13.898. In zake : 1. Paul D’HAUWER, die woonplaats kiest te 9550 STEENHUIZE, Tolstraat 30, 2. Lucrèce BEERENS, die woonplaats kiest te 9550 STEENHUIZE, Korrestraat 11 tegen : 1. de gemeente HERZELE, die woonplaats kiest bij advocaat P. LACHAERT, kantoor houdende te 9820 MERELBEKE, Hundelgemsesteenweg 166, bus 5-6, 2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan 128. tussenkomende partijen : 1. Michel D’HOKER, 2. Hilda DE SCHAMPHELEER, die woonplaats kiezen bij advocaten B. ROELANDTS en W. THYSSEN, kantoor houdende te 9000 GENT, Kasteellaan 141. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Paul D’HAUWER en Lucrèce BEERENS op 19 september 2008 hebben ingediend en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring vorderen van het besluit van 25 juni 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente HERZELE waarbij enerzijds aan Michel D’HOKER en Hilda DE SCHAMPHELEER de vergunning wordt verleend voor het wijzigen van een verkavelingsvergunning, wijziging die bestaat in het oprichten van een paardenstal met een oppervlakte van 54 m² (hoogte maximum 3 m), voor een perceel gelegen te Herzele, Korrestraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 171/h en waarbij anderzijds de vergunning van 16 april 2008 wordt ingetrokken en vervangen door de beslissing van 25 juni 2008; X-13.898-1/10 Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. CLEMENT; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partijen, van advocaat E. VAN BOGAERT, die loco advocaat P. LACHAERT verschijnt voor de eerste verwerende partij en van advocaat L. DU GARDEIN, die loco advocaat B. ROELANDTS verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. Rechtspleging Met een verzoekschrift van 9 oktober 2008 hebben Michel D’HOKER en Hilda DE SCHAMPHELEER gevraagd om in het geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen. 2. De feiten 2.1. Op 5 september 2007 (datum van het ontvangstbewijs) dienen Michel D’Hoker en Hilda De Schampheleer bij het college van burgmeester en schepenen van Herzele een aanvraag in voor een wijziging van de verkavelings- vergunning van 16 mei 1978 voor het perceel gelegen te Herzele, Korrestraat, X-13.898-2/10 kadastraal bekend sectie A, nr. 171/h. De wijziging bestaat in het oprichten van een paardenstal met een oppervlakte van 54 m² (hoogte maximum 3m) op een afstand van 16,5 m van het bestaande werkhuis/garage. De verzoekende partijen zijn mede-eigenaars van een aanpalend perceel. De tweede verzoekster heeft er eveneens haar woonst. 2.2. Blijkens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 30 mei 1978 vastgestelde gewestplan Aalst-Ninove-Geraardsbergen- Zottegem is het betrokken perceel gelegen in woongebied met landelijk karakter. 2.3. Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek, georganiseerd van 5 september 2007 tot 5 oktober 2007, worden 3 bezwaarschriften ingediend, onder meer door de verzoekende partijen. 2.4. Op 31 januari 2008 organiseert het gemeentebestuur van Herzele een overlegvergadering met de aanvragers en de verschillende aanpalenden/bezwaarindieners. Op die vergadering wordt voorgesteld de stal te verplaatsen door ze aanpalend aan het bestaande werkhuis/garage in te planten, in plaats van op 16,5 m ervan. 2.5. Respectievelijk op 4 februari 2008 en op 5 februari 2008 dienen de eerste en de tweede verzoekende partijen bij het college van burgemeester en schepenen een bezwaarschrift in tegen de gewijzigde inplanting. 2.6. Op 6 februari 2008 bevindt het college van burgemeester en schepenen de oorspronkelijke bezwaren deels gegrond en adviseert het de aanvraag gunstig onder de navolgende voorwaarden: “- de stal zal worden opgericht op min. 4m van de linkerperceelsgrens en aansluitend aan de bestaande garage/hobbyruimte. (zie tekening volgens overeenkomst op 31.1.2008 en akkoord van de aanvrager); - deuropeningen halverwege volgens pijlaanduiding op toegevoegde schets - gesloten muur kant D’Hauwer/Beerens - Gemetste constructie i.p.v. een houten, esthetische afwerking; - Regenwaterput te steken onder het gebouw. - de bestaande stal op het terrein (vergund als tuinhuis/schuthok) zal worden afgebroken zeker wanneer de ruwbouw van de nieuwe stal is voltooid. - de nodige schikkingen zullen worden getroffen om gier en tijdelijke mestopslag adequaat op te bergen en de mestopslag zal wekelijks worden afgevoerd van het terrein”. X-13.898-3/10 2.7. Op 2 april 2008 adviseert de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar de aanvraag gunstig: “Het ingediende verkavelingsaanvraagdossier is volledig en de procedure tot behandeling van deze aanvraag is correct verlopen. Ik sluit mij volledig aan bij de planologische en ruimtelijke motivering van deze aanvraag, zoals opgebouwd door het college van burgemeester en schepenen”. 2.8. In zitting van 16 april 2008 vergunt het college van burgemeester en schepenen van Herzele de gevraagde verkavelingswijziging, onder meer onder de volgende voorwaarde: “de stal zal meer centraal op het perceel worden opgericht en zo mogelijk dichter aansluiten bij de voorliggende woning”. 2.9. Op 21 mei 2008 richt de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar het volgende schrijven aan het college van burgemeester en schepenen van Herzele: “Op 16.5.2008 werd, in het kader van openbaarheid van bestuur, door de heer en mevrouw P. D’Hauwer het in referte beschreven aanvraagdossier ingekeken op mijn dienst. Daarbij bleek het navolgende. In het pré-advies van 6.2.2008 van uw college werden een aantal voorwaarden opgelegd. Mijn bestuur sloot zich op 2.4.2008 bij uw advies aan. In de vergunning opgesteld met formulier L met datum 16.4.2008 werden evenwel andere voorwaarden dan die van uw advies van 6.2.2008 opgelegd. Daarmede werd voorbijgegaan aan het bindend karakter van mijn advies van 2.4.2008 dat integraal uw advies, inbegrepen de daarin gestelde voorwaarden, overnam. De beslissing van 16.4.2008 is mijn inziens daarmede op een essentieel punt aangetast. Op datum van 16.5.2008 was voor mijn bestuur de schorsingstermijn verlopen. Gezien de ernst van het beschreven gebrek wens ik u evenwel te vragen de beslissing van 16.4.2008 alsnog in te trekken”. 2.10. Bij besluit van 25 juni 2008 trekt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Herzele de vergunning van 16 april 2008 in en geeft het de stedenbouwkundige vergunning opnieuw af onder de volgende voorwaarden: “- de stal zal worden opgericht op min. 4m van de linkerperceelsgrens en aansluitend aan de bestaande garage/hobbyruimte. (zie tekening volgens overeenkomst op 31.1.2008 en akkoord van de aanvrager); - deuropeningen halverwege volgens pijlaanduiding op toegevoegde schets - gesloten muur kant D’Hauwer/Beerens - Gemetste constructie i.p.v. een houten, esthetische afwerking; - Regenwaterput te steken onder het gebouw X-13.898-4/10 - De bestaande stal op het terrein (vergund als tuinhuis/schuthok) zal worden afgebroken zeker wanneer de ruwbouw van de nieuwe stal is voltooid. - De nodige schikkingen zullen worden getroffen om gier en tijdelijke mestopslag adequaat op te bergen en de mestopslag zal wekelijks worden afgevoerd van het terrein”. Dit is het bestreden besluit, waarin onder meer het volgende wordt overwogen: “HET OPENBAAR ONDERZOEK Wettelijke bepalingen De aanvraag dient openbaar gemaakt te worden ingevolge art. 109 § 1 van het decreet van 5 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en zijn wijzigingen. Evaluatie van de procedure/aantal bezwaren De voorgeschreven procedure werd gevolgd. De aanvraag werd openbaar gemaakt van 05-09-2007 tot 05-10-2007. Er werden 3 bezwaarschriften ingediend. Inhoud van de bezwaren Er werden 3 bezwaarschriften ingediend met de volgende argumenten: - de stallingen staan 3 m verder van de scheiding, maar zal hierdoor de hinder zoals paardenvliegen, geur- en lawaaihinder niet verminderen. Uiteindelijk zou de paardenstal volgens inplantingsplan tegenover de woning van de aanvrager op 50 m bouwdiepte staan, maar voor de aanpalende buurt op ongeveer 10 m. - bezwaarindiener heeft bedenkingen over de oppervlakte van de stal 54 m² dit is niet zomaar een oppervlakte voor één stel paarden, voor hoeveel dieren is deze stal bestemd, wat met de mestopslag en de milieu- vergunning? - bezwaarindieners denken dat de aanvrager niet over de wettelijke voorziene oppervlakte beschikt voor zijn aantal paarden die hij nu reeds lopen heeft. - als buur moet men er niet meer aan denken nog een venster open te zetten, noch van de tuin te genieten bij zomerweer gezien de windrichting steeds naar de huizen toekomt (westelijke richting); - aangezien er nu reeds een paardenhok op 75 cm van de perceelsgrens staat, zijn de bezwaarindieners reeds verschillende nachten wakker geworden van het lawaai die de paarden veroorzaken (stampen voort- durend tegen de houten wanden van het hok). - Het groenscherm kan de schade, die aan het landschappelijke karakter zou toegebracht worden, wel wat beperken, maar dit zal zeker niet de geur- en geluidshinder, alsook de grote overlast van paardenvliegen tegenhouden. - Is stedenbouwkundig onaanvaardbaar, aangezien er reeds een bijgebouw van ongeveer 110 m² staat, dit werd aangevraagd als een garage en opslagplaats, maar wordt momenteel gebruikt als schrijnwerkerij, er werd nooit een stedenbouwkundige functiewijziging aangevraagd, zodat hij hiervoor geen milieuvergunning heeft en dus niet in orde is met de brandveiligheid, daarenboven staat het volledig in bouwovertreding. - De gemeente zal verantwoordelijk worden gesteld indien één klacht- indiener of toekomstige huisbewoners gezondheidsproblemen mocht(
- en)ondervinden van welke aard ook; X-13.898-5/10 - Weigering voor het bouwen van een stal aan de woning; vraag om terug te komen op deze beslissing Evaluatie van de bezwaren : Inplanting stal: De stal wordt opgericht op de huiskavel binnen het 50m diepe woongebied met landelijk karakter. De constructie is derhalve in overeenstemming met de voorzieningen van het geldend gewestplan. De stal wordt voorzien op het einde van de bouwzone op 3m van de laterale perceelsgrenzen , wat overeenkomt met de opgelegde voorwaarde in de eerdere verkavelingswijziging voor de oprichting van een tuinhok. De voorziene stal leunt dichter aan bij de woningen van de klagers dan deze van aanvrager D’Hoker zodat de hinder inherent aan een stal voor dieren meer gericht wordt naar de woningen van de klagers (zie ook windrichting). Bezwaar = een vaststelling van een feitelijk gegeven. Gegrond. Geurhinder : Er kan worden gesteld dat paarden een specifieke geur verspreiden. Het probleem bestaat in het feit dat er geen wettelijke basis is om die hinder te meten of te bepalen. Vlarem voorziet immers op dat vlak geen voorschriften noch de regelgeving op vlak van mestopslag. Er kunnen echter voorwaarden worden opgelegd om bv de mestopslag op regelmatige tijdstippen te ruimen en af te voeren. Bezwaar : gedeeltelijk gegrond, voor een deel op te vangen met voorwaarden. Aantal paarden : De aanvraag geeft wel duiding naar het aantal paarden (3 paarden in eigendom) ; de ter beschikking zijnde graasweiden staan in verhouding tot 4 paarden. (zie omzendbrief) Bezwaar : ongegrond. Milieuvergunning : Een onderzoek van de gemeentelijke dienst Leefmilieu wijst uit dat er voor deze constructie met het beoogde aantal dieren geen milieuvergunning noodzakelijk is en dat voor de mestopslag meer een praktische regeling dient uitgewerkt op vlak van regelmatige afvoer en ruiming van de stal. Beide aspecten behoren echter meer tot de sector milieu dan tot de sector stedenbouw. Bezwaar : gedeeltelijk gegrond, voor een deel op te vangen met voor-waarden. Lawaai: Is periodiek en wordt van persoon tot persoon verschillend ervaren . Het is een gegeven dat meer behoort tot de sector milieu en/of burgerlijk wetboek en is niet echt een strikt stedenbouwkundig element. Hierbij dient het ook te gaan om overmatige burenhinder die het evenwicht zou verstoren. Bezwaar : ongegrond. Oppervlakte graasweiden : Wat de bewezen oppervlakte aan graasweide betreft beschikt de aanvrager over een gebruiksrecht van zijn schoonouders voor de percelen kadastraal gekend onder sectie A nrs 36a, 35/02 ,35 en 181p (9.234m²); daarnaast eigen bezit t.h.v. de Korrestraat (perceel 173b : 715m² en grafisch gemeten van eigen terrein 171h/dl - 22,50 x 50m = 1125m², samen goed voor 1840m²) ; wat infeite voldoende is als richtnorm voor het houden van 4 paarden. De aanvrager verwijst ook naar de percelen eigendommen Spiliers (181c² - 3.441m²) en 181n en m (groot 5.757m²) doch hiervan zijn er geen toelatingen tot gebruik in het bundel voorhanden. Een plaatsbezoek wees uit dat de 2 laatstgenoemde percelen niet afgesloten zijn en momenteel niet dienst doen als graasweide (zijn trouwens bemest - zie fotoserie n.a.v. het plaatsbezoek). Er kan worden gesteld dat op vlak van graasweiden er voldoende bewijslast is geleverd dat de aanvrager aan de gestelde normen ruimschoots voldoet. Bezwaar ongegrond. Groenscherm : X-13.898-6/10 Het aanbrengen van een groenscherm zal inderdaad de geurhinder of de hinder van vliegen niet verhinderen, wel houdt het een zekere afscherming / demping in en is dit ter plaatse als buffering te verantwoorden. Bezwaar : gedeeltelijk gegrond Bestaande garage/stapelplaats : De bestaande garage/stapelplaats is eerder aan een plaatsbezoek onder- worpen (eveneens op vraag van de klager). Toen is gebleken dat het gebouw aangewend werd als beperkte stapelplaats en stalling van een wagen met aanhangwagen. Er waren toen geen machines aanwezig die noopten tot de aanvraag van een milieuvergunning (enkel kleine houtbewerkingsmachine met beperkt vermogen). Aangezien het hier niet direct een ambachtelijk gebruik betrof, is er toen geen advies van de brandweer gevraagd. Wat het facet van de bouwovertreding betreft is voorheen door de aanpalers aangedrongen op de sloop van achterste berging. Die berging is op aandringen van het gemeentebestuur verwijderd en ook de vrijgekomen gevels zijn volgens ingewonnen inlichtingen afgewerkt. Een bijkomend onderzoek hiervoor kan op het terrein worden uitgevoerd, alsmede kan voor de zekerheid het advies van de brandweer vooralsnog worden aangevraagd. Bezwaar : vergt een bijkomend onderzoek en adviesvraag. Constructie staat evenwel los van het gegeven van de paardenstal. Mogelijke gezondheidsproblemen : Het aspect van verantwoordelijkheid van het schepencollege voor eventuele toekomstige gezondheidsproblemen te wijten aan de oprichting van de stal, is een ver gezocht element. Hierbij spelen fout -schade- oorzakelijk verband ; dit is momenteel niet bewezen en is meer van burgerlijke dan stedenbouwkundige aard. Bezwaar : niet gegrond Stal aan de woning : Weigering van de te bouwen stal aan de woning, vraag terug te komen op de eerdere beslissing. Bezwaar : zal het voorwerp uitmaken van het onderzoek van deze aanvraag. Onvolledigheid aanvraag (ontbreken schets / plan): De combinatie van ingediend plan en voorschriften laten toe een degelijk oordeel te vellen over dit dossier. (zie ook historiek : vorig dossier tuinhok) Bezwaar ongegrond. Verkavelingsvoorschriften laten buiten het hoofdgebouw geen verdere uitbreiding meer mogelijk. Dit gegeven wordt achterhaald door de toegestane verkavelingswijziging dd. 15.03.2006 voor de oprichting van een tuinhok. Een eigenaar van een kavel kan vrijblijvend een wijziging van de oorspronkelijke verkavelingsvoorschriften aanvragen. De plaatselijke overheid dient na te gaan in hoeverre de wijziging op die plaats en in die uitvoering aanvaardbaar is . Bezwaar : ongegrond Voldoende alternatieven voor de oprichting van de stal . De stal dient op de huiskavel te worden voorzien . Gelet op de plaatselijke toestand is er een alternatieve opstelling van de stal mogelijk. Dit gegeven zal bij de beoordeling van de aanvraag verder worden besproken. Bezwaar : gedeeltelijk gegrond. (...) BESCHRIJVING VAN DE BOUWPLAATS, DE OMGEVING EN DE AANVRAAG De aanvraag is een kavel uit een goedgekeurde verkaveling en situeert zich aan de rand van de kern van de deelgemeente Steenhuize-Wijnhuize langs een voldoende uitgeruste gemeenteweg. X-13.898-7/10 De omgeving is vrij heterogeen opgebouwd. De omgeving wordt geken- merkt door louter residentiële bebouwing. De aanvraag beoogt het oprichten van een houten paardenstal met een oppervlakte van 54 m² (hoogte maximum 3
- m)op ca 30 m van de voorliggende woning en op 3 m van de linkerperceelsgrens. Ter hoogte van de linkerperceels- grens wordt een streekeigen groenscherm voorzien die doorloopt achter de achtergevel van het gebouw. De bestaande stal op die plaats wordt gesloopt. BEOORDELING VAN DE GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING Gelet op de bestemming van het gebied en de plaatselijke toestand; Overwegende dat de stal op de huiskavel wordt voorzien en dit binnen het woongebied met landelijk karakter ; Gelet dat tijdens het openbaar onderzoek 3 bezwaren werden ingediend ; Gelet op de evaluatie van deze bezwaren ; Gelet op de motiveringsnota gevoegd bij het dossier en de aanvullende elementen als bewijs van gebruik van de nodige graasweiden ; Gelet op de richtlijnen geschetst in de van toepassing zijnde omzendbrief ; Gelet op de grootte van het gebouw, de materiaalkeuze en het bouwconcept; Overwegende dat 3 m afstand van de zijdelingse perceelsgrens minimaal is voor een paardenstal (in tegenstelling tot het vroegere aangevraagde tuinhok); Dat een verplaatsing van de stal , meer centraal op het terrein en eventueel meer aansluitend bij de bestaande gebouwen op het terrein meer aangewezen is . Gelet op het overleg en consensus met de buurtbewoners op 31.01.2008; dat de aanvrager zich schriftelijk verbindt om de opgelegde voorwaarden van die consensus effectief uit te voeren; Overwegende dat het perceel voldoende groot in oppervlakte is om met een nieuwe paardenstal te bezetten; Overwegende dat de draagkracht van het gebied niet wordt overschreden; Overwegende dat de stal de kleinere constructie vergund als tuinhuis / schuthok voor dieren zal vervangen; Overwegende dat de stal onder strikte voorwaarden verenigbaar is met de plaatselijke woonomgeving; Gelet op het overleg op 09-11-2007 met RWO Gent”. 3. De gegrondheid van het beroep 3.1. In het enig middel voeren de verzoekende partijen onder meer het volgende aan: “Daar de inplanting totaal gewijzigd (aanvankelijk 16.5 m van het werkhuis/garage) en nu aanpalend zou aangebouwd worden moest er een nieuw openbaar onderzoek gehouden worden, wat niet gebeurd is. Een ernstige procedurefout”. 3.2. De door de verwerende partijen in hun nota’s opgeworpen exceptio obscuri libelli kan niet worden aangenomen. Uit hun verdere repliek blijkt dat zij het middel in zoverre hebben begrepen als zijnde genomen uit de schending van de regelgeving inzake openbaar onderzoek na gewijzigde plannen. X-13.898-8/10 3.3. Zoals de tussenkomende partijen het correct verwoorden in hun verzoekschrift tot tussenkomst, kunnen na het openbaar onderzoek aan de oorspronkelijk bij het college van burgemeester en schepenen ingediende aanvraag geen essentiële wijzigingen of aanvullingen meer worden aangebracht, dit om te vermijden dat derden de mogelijkheid wordt ontnomen met kennis van zaken bezwaren en opmerkingen te doen gelden. De verplichting een (nieuw) openbaar onderzoek te organiseren impliceert de verplichting voor de vergunningverlenende overheid de bezwaren te onderzoeken en te beoordelen. 3.4. De verplaatsing van de stal door ze aanpalend aan het bestaande werkhuis/garage in te planten, in plaats van op 16,5 m ervan, betreft ontegen- zeggelijk een essentiële wijziging. Uit de redengeving van het bestreden besluit en het gegrond bevinden van de bezwaren aangaande de oorspronkelijke inplanting, blijkt dat de vergunningsaanvraag om deze reden is ingewilligd. Na deze wijziging is er geen nieuw openbaar onderzoek georganiseerd en het blijkt niet dat de eerste verwerende partij de bezwaren van de verzoekende partijen van 4 en 5 februari 2008 met betrekking tot de nieuwe inplantingsplaats zou hebben onderzocht en beoordeeld. Aan die vaststellingen wordt geen afbreuk gedaan door de omstandigheid dat op 31 januari 2008 een overlegvergadering heeft plaatsgevonden waarop de verzoekende partijen aanwezig waren en naar aanleiding waarvan de nieuwe inplantingsplaats werd voorgesteld. 3.5. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Het verzoek tot tussenkomst van Michel D’HOKER en Hilda DE SCHAMPHELEER wordt ingewilligd. Artikel 2. Vernietigd wordt het besluit van 25 juni 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente HERZELE waarbij enerzijds aan Michel D’HOKER en Hilda DE SCHAMPHELEER de vergunning wordt verleend X-13.898-9/10 voor het wijzigen van een verkavelingsvergunning, wijziging die bestaat in het oprichten van een paardenstal met een oppervlakte van 54 m² (hoogte maximum 3 m), voor een perceel gelegen te Herzele, Korrestraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 171/h en waarbij anderzijds de vergunning van 16 april 2008 wordt ingetrokken en vervangen door de beslissing van 25 juni 2008. Artikel 3. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partijen, elk voor de helft. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 250 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien februari 2009, door : de H. J. CLEMENT, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. J. CLEMENT. X-13.898-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.693 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div