id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.729 Rolnummer: A. 189838/X-13907 Zaak: Arrest 190729 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-09 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 19:14 Fiche Arrest nr 190.729 van 23 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.729 van 23 februari 2009 in de zaak A. 189.838/X-13.
- In zake : de n.v. SNOW VALLEY, die woonplaats kiet bij advocaat C. SERVAIS, kantoor houdende te 2600 BERCHEM, Roderveldlaan 3 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat C. LEMACHE, kantoor houdende te 3800 SINT-TRUIDEN, Tongersesteenweg
- DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de n.v. SNOW VALLEY op 26 september 2008 heeft ingediend en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 28 juli 2008 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende vernietiging van de haar op 16 juni 2008 door het college van burgemeester en schepenen van Peer verleende stedenbouwkundige vergunning voor het uitbreiden van een skipiste op een terrein gelegen te Peer, Deusterstraat 74, kadastraal bekend sectie C, nrs. 363 en 285/m; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 19 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 december 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; X-13.907-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat Ph. VAN WESEMAEL, die loco advocaat C. SERVAIS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat W. GILLARD, die loco advocaat C. LEMACHE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
- Artikel 17, § 3 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen. Luidens artikel 8, eerste lid, 3/ van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bevat het enig verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten die van aard zijn aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte de verzoekende partij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, waarbij alle stukken worden gevoegd die het risico op dergelijke nadeel aantonen”. Uit deze bepaling volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan. De verzoekende partij mag zich daarbij niet beperken tot vaagheden en algemeenheden, maar dient integendeel zeer concrete en precieze gegevens aan te brengen waaruit blijkt dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat of dreigt te ondergaan. X-13.907-2/4 Bij het beoordelen van deze schorsingsvoorwaarde kan alleen rekening worden gehouden met wat ter zake in het verzoekschrift werd aangevoerd en met de bij dat verzoekschrift gevoegde stukken.
- Wat betreft het vereiste van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel stelt de verzoekende partij dat het bestreden besluit aan haar concurrentiemogelijkheden ontneemt waardoor het voortbestaan van de exploitatie zelf in het gedrang wordt gebracht. Zij brengt daartoe aan dat de verlenging van de bestaande skipiste noodzakelijk is om “met gelijke middelen” te kunnen concurreren met nieuwe, modernere en hogere of langere pistes in binnen- en buitenland, dat het feit dat de Vlaamse Ski en Snowboard Federatie (VSSF) enkel opleidingen voor ski- en snowboardleraars kan organiseren in Peer als de gevraagde verlenging er komt en de annulatie van haar kandidatuur voor een Europabekerwedstrijd in november 2008 direct inkomstenverlies betekenen, dat haar (internationale) uitstraling wordt geschaad, dat de afnemende bezoekersaantallen leiden tot de afname van de omzetten waardoor “wellicht” besparingen op investeringen dreigen met opnieuw bezoekers die daardoor zullen afhaken en dat ze zodoende finaal dreigt helemaal niet meer mee te kunnen en failliet te gaan. Ze verwijst daarbij naar een nota inzake “Economische Verantwoording” die ze in het kader van de aanvraag bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Peer heeft ingediend.
- De verzoekende partij is een handelsvennootschap. Het door haar aangevoerde nadeel maakt in wezen een financieel nadeel uit. Een financieel nadeel is in beginsel niet moeilijk te herstellen. Een dergelijk nadeel is enkel moeilijk herstelbaar wanneer wordt aangetoond dat dit nadeel dermate ernstig is dat het voortbestaan van de vennootschap zelf ernstig in het gedrang dreigt te worden gebracht. In haar uiteenzetting, waarin geen enkel zeer concreet en precies element wordt aangevoerd inzake haar financiële situatie, verwijst de verzoekende partij naar twee stukken: haar statuten en de nota “Economische Verantwoording”. Dat laatste stuk is niet gevoegd bij het verzoekschrift zodat daarmee geen rekening kan worden gehouden bij de beoordeling van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Het eerste stuk, waarnaar de verzoekende partij verwijst om aan te geven dat haar doel bestaat uit de uitbating van een skibaan en het geven van skilessen, geeft niet aan wat de impact is van het bestreden besluit op de financiële situatie van de verzoekende partij. De verzoekende partij brengt aldus geen enkel stuk aan dat aantoont of aannemelijk maakt dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het X-13.907-3/4 bestreden besluit aan haar zodanige concurrentiemogelijkheden ontneemt dat het voortbestaan van de exploitatie zelf in het gedrang komt.
- Er is derhalve niet voldaan aan één van de door artikel 17, §2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig februari 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.907-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.729 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.214.012 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div