← België

Arrest 190731 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.731 Rolnummer: A. 190697/VII-37524 Zaak: Arrest 190731 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-09 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 19:14 Fiche Arrest nr 190.731 van 23 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.731 van 23 februari 2009 in de zaak A. 190.697/X-14.

  1. In zake : Josse VAN NECHEL, die woonplaats kiest bij advocaat M. DEKETELAERE, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Meir 24 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  2. tussenkomende partij : de n.v. AQUAFIN, die woonplaats kiest bij advocaten I. COOREMAN en B. ASSCHERICKX, kantoor houdende te 1070 BRUSSEL, Ninoofsesteenweg
  3. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Josse VAN NECHEL op 15 december 2008 heeft ingediend, en waarin hij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 18 augustus 2008 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur waarbij de oprichting van een rioolwaterzuiveringsinfrastructuur in de gemeenten Pepingen en Sint-Pieters-Leeuw van openbaar nut wordt verklaard; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-14.002-1/7 Gelet op de beschikking van 29 januari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 februari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad S. DE TAEYE; Gehoord de opmerkingen van advocaat M. DE KETELAERE, die verschijnt voor de verzoeker, van advocaat F. TEMMERMAN, die loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat L. PEETERS, die loco advocaten I. COOREMAN en B. ASSCHERICKX verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. Rechtspleging Met een verzoekschrift van 31 december 2008 heeft de n.v. AQUAFIN gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om het verzoek in te willigen.
  5. De feiten 2.
  6. De verzoeker is samen met zijn zus Yolande Van Nechel mede- eigenaar van een onbebouwd onroerend goed gelegen te Pepingen, Steenweg op Elingen, kadastraal bekend eerste afdeling, sectie B, nummer 267/k. Dit perceel is volgens het gewestplan Halle-Vilvoorde-Asse, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 maart 1977, volledig gelegen in een woongebied met landelijk karakter. Het perceel is tevens volledig omsloten met een afsluiting van 1,80 m hoog, bestaande uit betonpalen met betonnen boordplaat en daarop Ursus draadgaas. X-14.002-2/7 2.
  7. De n.v. AQUAFIN heeft van het Vlaamse Gewest de opdracht gekregen om het stedelijk afvalwater te zuiveren en daarvoor de nodige infrastructuur op te richten en te beheren. Op 27 juli 1998 wordt aan de n.v. AQUAFIN de opdracht gegeven om het goedgekeurde rollend investeringsprogramma 2000-2004 uit te voeren, inzonderheid het project 98252A, Collector Zuunbeek fase
  8. 2.
  9. Op 5 maart 2008 dient de n.v. AQUAFIN een aanvraag in om de verklaring van openbaar nut te verkrijgen voor de oprichting van rioolwaterzuiveringsinfrastructuur onder, op of boven private onbebouwde gronden, die niet omsloten zijn met een muur of een omheining overeenkomstig de bouw- of stedenbouwverordeningen, gelegen op het grondgebied van de gemeente Pepingen en de gemeente Sint-Pieters-Leeuw. De aanvraag heeft betrekking op het deel 98252A van het project 98252 dat werd opgesplitst in twee delen: - 98252B, dat werken betreft die gelijktijdig met werken van AWV worden uitgevoerd; - 98252A, dat het resterend gedeelte betreft. Gecombineerd met dit project wenst de gemeente Pepingen eveneens werken uit te voeren. 2.
  10. In het raam van de aanvraag wordt een openbaar onderzoek georganiseerd. Er worden vijf bezwaarschriften ingediend, waaronder door Yolande Van Nechel en de verzoeker. Deze laatste wijst er op dat het traject van de leiding inclusief de inspectieputten een groot aantal vierkante meters oppervlakte in beslag zal nemen waardoor de economische en stedenbouwkundige waarde van zijn perceel, woongebied met landelijk karakter, zal dalen. De zone waarop de wettelijke en contractuele beperkingen van een erfdienstbaarheid zullen gelden is uitgestrekt en hindert de ontwikkeling van het perceel op stedenbouwkundig vlak. Er werd bij het uitstippelen van het traject van de leiding volgens de verzoeker evenmin rekening gehouden met de stedenbouwkundige weigering voor het bouwen van een toonzaal op een aanpalend perceel. 2.
  11. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Pepingen verstrekt op 30 april 2008 een gunstig advies over de aanvraag tot het bekomen van een ministerieel besluit tot verklaring van openbaar nut voor de collector Zuunbeek fase 3 -investeringsprogramma 2000- project nr. 98252A. X-14.002-3/7 2.
  12. Ook de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant en de afdeling economisch toezicht van de Vlaamse milieumaatschappij brengen een gunstig advies over de voormelde aanvraag uit. 2.
  13. Op 18 augustus 2008 verklaart de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur de oprichting van de kwestieuze rioolwaterzuiverings infrastructuur van openbaar nut. Dit is het bestreden besluit.
  14. De grondvoorwaarden tot schorsing Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen.
  15. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel 4.
  16. Het aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel De verzoeker laat in zijn verzoekschrift het volgende moeilijk te herstellen ernstig nadeel gelden : “
  17. Overeenkomstig artikel 17,§2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dient verzoeker aan te tonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De aanwezigheid van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan in casu geenszins worden betwist. De bestreden beslissing laat immers toe dat de NV Aquafin de door haar beoogde wettelijke erfdienstbaarheden reeds op zeer korte termijn effectief vestigt. Overeenkomstig de bestreden beslissing mogen en kunnen de werken immers aanvangen binnen de twee maanden na kennisgeving van de bestreden beslissing aan verzoeker. In de bestreden beslissing wordt ook vermeld dat de gemeente Pepingen de uitvoering van dit Aquafin-project wenst te combineren met eigen werken. Hierbij merkt verzoeker verder ook op dat het aanleggen van ondergrondse leidingen en riolen vrijgesteld is van stedenbouwkundige vergunning. Artikel 3,18/, m) van het besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 (‘besluit kleine werken’) bepaalt dat geen stedenbouwkundige vergunning vereist is voor ‘de ondergrondse aanleg van lokale verdeel- en afvoerleidingen X-14.002-4/7 voor allerlei grond- en afvalstoffen zoals elektrische leidingen, aardgasleidingen, waterleidingen, rioleringen en telecommunicatieleidingen’ Het nadeel van verzoeker vloeit aldus rechtstreeks voort uit de bestreden beslissing zelf. Verzoeker wenst ook geenszins gebruik te maken van de mogelijkheid om de bevoegde minister te verzoeken dat de gerechtigde op deze erfdienstbaarheid de door de installaties bezette grond zou kopen. Hij opteert er immers voor zijn private bouwgrond zelf verder te ontwikkelen. Zoals verzoeker reeds heeft aangegeven in zijn bezwaarschrift dd. 24 april 2008 is de inbeslagname van zijn perceel ingevolge de verklaring van openbaar nut onredelijk groot, waardoor de stedenbouwkundige ontwikkeling ervan op ernstige en onherstelbare wijze wordt gehinderd en bezwaard. Verzoeker beschikt dan ook over het vereiste moeilijk te herstellen ernstig nadeel om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen vorderen”. 4.
  18. Beoordeling 4.2.
  19. De verzoeker voert aan dat “zoals (...) reeds (...) aangegeven in zijn bezwaarschrift dd. 24 april 2008 de inbeslagname van zijn perceel ingevolge de verklaring van openbaar nut onredelijk groot (is), waardoor de stedenbouwkundige ontwikkeling ervan op ernstige en onherstelbare wijze wordt gehinderd en bezwaard”. In zijn bezwaarschrift, naar hetwelk hij in zijn uiteenzetting verwijst, doet de verzoeker in dit verband meer specifiek gelden dat “volgens het ontwerpplan van Aquafin het traject van de leiding inclusief de inspectieputten (O.I. 292 m² + B.I. 18 m²) een groot aantal vierkante meters oppervlakte in beslag (zal) nemen waardoor de economische en stedenbouwkundige waarde van mijn perceel -woongebied met landelijk karakter- vermindert” en dat “de zone waarop de wettelijke en contractuele beperkingen van de erfdienstbaarheid zullen gelden, uitgestrekt (B.E. 10 m X L.E. 97 m) (is) en de ontwikkeling van mijn perceel op stedenbouwkundig vlak (hindert)”. 4.2.
  20. Nog daargelaten de vraag of de door de verzoeker aangevoerde nadelen als ernstig en moeilijk te herstellen kunnen worden beschouwd, moet worden vastgesteld dat het aangevochten besluit enkel de verklaring van openbaar nut van de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur tot voorwerp heeft en geenszins de stedenbouwkundige vergunning inhoudt voor de bouw van de geplande leidingen en inspectieputten. De verzoeker stelt in dit verband ten onrechte dat de op zijn perceel voorziene constructies niet aan de stedenbouwkundige vergunningsplicht onderworpen zijn ingevolge het bepaalde in artikel 3, 18/, m van het besluit van de Vlaamse regering van 14 april 2000 tot bepaling van de vergunningsplichtige X-14.002-5/7 functiewijzigingen en van de werken, handelingen en wijzigingen waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning nodig is. De voormelde bepaling heeft immers enkel betrekking op werkzaamheden op openbaar domein of op terrein dat na de werkzaamheden tot het openbaar domein zal behoren, wat voor verzoekers perceel niet het geval is. De door de verzoeker ingeroepen nadelen met betrekking tot de “ernstige en onherstelbare wijze” waarop de stedenbouwkundige ontwikkeling van zijn eigendom zal worden “gehinderd en bezwaard”, vloeien zodoende niet rechtstreeks voort uit de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit maar uit de eventueel nog te verlenen stedenbouwkundige vergunning. 4.
  21. Er is niet voldaan aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  22. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. AQUAFIN in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  23. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  24. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure wordt uitgesteld. X-14.002-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig februari 2009, door : de H. S. DE TAEYE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. S. DE TAEYE. X-14.002-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.731 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.197.997 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.