id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.748 Rolnummer: A. 116241/X-10779 Zaak: Arrest 190748 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 24/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-06 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-29 19:22 Fiche Arrest nr 190.748 van 24 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.748 van 24 februari 2009 in de zaak A. 116.241/X-10.
- In zake : Monique COOREMAN, die woonplaats kiest bij advocaat P. COOREMAN, kantoor houdende te 9240 ZELE, Kouterstraat 76 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Monique COOREMAN op 31 januari 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 27 november 2001 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening waarbij het beroep van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lebbeke wordt ingewilligd en het besluit van 15 februari 2001 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij haar de vergunning werd verleend voor het verkavelen van gronden gelegen aan de hoek van de Rossevaalstraat en de Konkelgoedstraat te Lebbeke, kadastraal bekend sectie A, nrs. 462/2, 463/l en 567, wordt vernietigd; Gelet op het arrest nr. 111.617 van 16 oktober 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 28 oktober 2002 ingediend door de verzoekster; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. BARRA; X-10.779-1/12 Gelet op de beschikking van 25 februari 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 9 mei 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 juni 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van de eerste verzoeker, en van advocaat W. GILLARD, die loco advocaat S. BUTENAERTS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- Op 5 oktober 1999 (datum van het ontvangstbewijs) dient de verzoekster bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lebbeke een verkavelingsaanvraag in voor gronden gelegen aan de hoek van de Rossevaalstraat en de Konkelgoedstraat te Lebbeke, kadastraal gekend sectie A, nrs. 462/2, 463/l en
- Het betreft een verkaveling waarbij vier bouwkavels worden gecreëerd (de loten 1 tot en met 4) voor twee alleenstaande woningen en twee gekoppelde woningen, en waarbij de loten 4bis, 5 en 6 uit de verkaveling worden gesloten. 1.
- Op 28 oktober 1999 brengt het college van burgemeester en schepenen een ongunstig pre-advies uit, luidend als volgt: X-10.779-2/12 “De verkavelingsaanvraag is in strijd met de goede ruimtelijke ordening. De verkavelingsaanvraag is gesitueerd op een plaats die een cruciale rol speelt in de ontwikkeling van de gemeentelijke recreatiezone langsheen de Albert I- straat, de aansluitende zone voor gemeenschapsvoorzieningen en de uitbouw van de groene vinger langs de Brabantse beek. Natuurontwikkeling en infrastructuurwerken voor parkeren, sport en recreatie kunnen hier hand in hand gaan. Het is aangewezen niet tot verkaveling van de betrokken percelen over te gaan”. 1.
- Aangezien het terrein wordt doorsneden door een waterloop van e 2 categorie die onder provinciaal beheer staat, brengt ook de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen advies uit. Om reden dat het terrein een overloopgebied betreft, dat in afwachting van de realisatie van de voorgenomen wachtbekkens, niet mag worden afgeschaft, brengt de bestendige deputatie op 10 februari 2000 een ongunstig advies uit. 1.
- Op 3 maart 2000 brengt de gemachtigde ambtenaar een ongunstig advies uit, waarin hij onder meer overweegt wat volgt: “Beoordeling van de goede ruimtelijke ordening - Gelet op het ongunstig advies van het college; - gelet op het ongunstig advies van het Provinciebestuur Oost-Vlaanderen; - Overwegende dat mijn bestuur zich aansluit bij deze ongunstige adviezen. Algemene conclusie: De aanvraag is niet vatbaar voor inwilliging”. 1.
- Bij besluit van 16 maart 2000 weigert het college van burgemeester en schepenen de gevraagde verkavelingsvergunning op grond van het ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar. 1.
- Bij besluit van 15 februari 2001 willigt de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen het beroep van de verzoekster in en verleent de gevraagde vergunning. In dat besluit wijst de bestendige deputatie erop dat de problemen van wateroverlast zijn opgelost door de aanleg van een bufferbekken stroomopwaarts, en het betrokken terrein dan ook niet langer de functie moet hebben van overloopgebied. Voorts overweegt de bestendige deputatie “dat de te verkavelen gronden gelegen zijn in een woongebied en de ontworpen verkaveling past in de hierbovengeschetste lokale ordening van het gebied, gekenmerkt door dichte woningbouw en sportinfrastructuur”. X-10.779-3/12 1.
- Op 19 maart 2001 stelt de gemeente Lebbeke beroep in tegen voormeld besluit van de bestendige deputatie bij de Vlaamse minister bevoegd voor de ruimtelijke ordening. Dit beroep is gesteund op de argumenten vervat in het ongunstig pre-advies over de aanvraag, evenals het argument dat het om een overstromingsgebied gaat. 1.
- Op 5 juni 2001 brengt de afdeling Water van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap advies uit. Als besluit wordt hierin gesteld dat niet kan worden gegarandeerd dat er op de betrokken gronden nooit wateroverlast zal optreden zelfs bij een goede werking van de gebouwde wachtbekkens. Voorts wordt in dit advies gesteld: “Indien men de verkaveling toestaat, moet de afdeling Water waarschuwen voor de nodige bouwtechnische aspecten bij ontwerp en uitvoering om de risico’s te beperken, waaronder voldoende hoge aanleg van de vloerpas; problematiek opstuwing riolering, enz. De afdeling Water zal zelf geen initiatieven meer nemen op het bewust perceel te beveiligen”. 1.
- Bij het bestreden besluit van 27 november 2001 wordt het beroep van de gemeente Lebbeke ingewilligd en de door de bestendige deputatie verleende verkavelingsvergunning vernietigd. Dit besluit overweegt onder meer wat volgt: “Overwegende dat de argumentatie in het beroep van het college van burgemeester en schepenen met betrekking tot de ontwikkeling van de recreatiezone niet relevant zijn aangezien kwestieus terrein volgens het gewestplan een hoofdzakelijk residentiële bestemming heeft; dat de voorschriften van het gewestplan immers verordenende kracht bezitten en bindend blijven zowel voor de vergunningverlenende overheid als voor de particulier die vergunningsplichtige handelingen stelt; Overwegende dat met betrekking tot de in de gegeven omstandigheden niet uit te sluiten wateroverlast dient opgemerkt dat deze bedreiging ernstige stedenbouwkundige gevolgen kan hebben; dat het niet verantwoord is om, met de wetenschap dat het overstromingsgevaar niet geweken is, kavels vrij te geven voor residentiële bebouwing; dat dit enkel mogelijk is als er sluitende garanties zijn dat wateroverlast nagenoeg helemaal is uitgesloten; dat een aanpassing van de voorschriften in die zin eerst de goedkeuring moet krijgen van de afdeling Water; dat anders het toekomstige woonklimaat op deze gronden wordt bedreigd”.
- Ten gronde 2.
- Eerste middel X-10.779-4/12 2.1.
- Uiteenzetting van het middel In een eerste middel voert de verzoekster de schending aan van artikel 5.1.0 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen en van het koninklijk besluit van 7 november 1978 houdende vaststelling van het gewestplan Dendermonde en machtsoverschrijding. Zij zet dit middel uiteen als volgt: “De bedoelde percelen zijn volgens het gewestplan Dendermonde gelegen in een strook woongebied van 50 meter diep en daarna in een gebied voor dagrecreatie. Volgens art. 5.1.0 van het KB van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen zijn de woongebieden bestemd voor wonen, alsmede voor handel dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf, voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven, en deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen echter maar mogen worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. Noch art. 5.1.0 van het KB van 28 december 1972 noch het KB van 7 november 1978 houdende vaststelling van het Gewestplan Dendermonde voorzien de mogelijkheid om een verkaveling of bouwvergunning te weigeren op grond van de beweerde, en niet bewezen, mogelijkheid van wateroverlast. Op 29 januari 2002 werd door plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder Eddy Baelen een proces-verbaal van vaststelling opgemaakt ter plaatse waaruit blijkt dat het betrokken perceel helemaal niet onder water staat, ondanks zware regenval de vorige dagen en wateroverlast in de hele streek. In casu zijn geen met de ruimtelijke ordening verband houdende gegevens voorhanden die erop wijzen dat in het woongebied ter plaatse een verkaveling die bestemd is voor woningbouw niet zou kunnen worden toegekend. Het inroepen van een niet-toepasselijke bepaling is niet alleen een schending van de ingeroepen reglementaire bepalingen maar tevens een machtsoverschrijding, gezien de gemeente alleen voor doel heeft deze gronden te onteigenen en daarom deze verkaveling weigert. De bestreden beslissing is dan ook niet wettelijk gemotiveerd zodat het eerste middel onbetwistbaar gegrond is”. X-10.779-5/12 2.1.
- Onderzoek van het middel 2.1.2.
- Wanneer voor het gebied waarin de betrokken gronden zijn gelegen geen goedgekeurd bijzonder plan van aanleg bestaat, behoort het tot de taak van de vergunningverlenende overheid om geval per geval te onderzoeken of de verkavelingsaanvraag beantwoordt aan de eisen van een goede plaatselijke ordening overeenkomstig een beginsel dat kan worden afgeleid uit artikel 43, § 2, eerste lid, juncto artikel 55, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, en dat bevestiging vindt in artikel 19, derde lid van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen dat bepaalt dat, ook al is de aanvraag niet in strijd met het gewestplan of ontwerp-gewestplan, de vergunning slechts wordt afgegeven zo de uitvoering van de handelingen en werken verenigbaar is met de goede plaatselijke ordening. 2.1.2.
- In het in het bestreden besluit overgenomen advies van AMINAL, afdeling Water, dat werd uitgebracht op 5 juni 2001, werd gesteld wat volgt: “
- ALGEMEEN • De Vondelbeek is een onbevaarbare waterloop van de 1e categorie in het benedenstroomse deel (nl. vanaf het meest stroomafwaartse wachtbekken). • Het bekken van de Vondelbeek heeft in het verleden veel overstromingen gekend. In 1995 werd daarom een ‘Hydrologische en hydraulische studie in het stroomgebied van de Vondelbeek en de Pas- en Steenbeek te Dendermonde, Lebbeke e.a.’ opgemaakt. In deze studie werden een aantal oplossingen aangedragen om de wateroverlast in het stroombekken te milderen, vooral de bouw van wachtbekkens. • In 1997 werd dan ook het project ‘Bouwen van wachtbekkens op de Vondelbeek en haar zijtakken ...’ aanbesteed. De bouwkundige werken werden voorlopig opgeleverd in november
- De electromechanische werken zijn evenwel op huidig ogenblik nog altijd niet opgeleverd (werken opgevolgd door afdeling Elektriciteit Mechanica Gent). De wachtbekkens worden bijgevolg vandaag (28.05.2001) nog altijd niet automatisch gestuurd en gevuld. Daar wordt evenwel werk van gemaakt om de aannemer electromechanica te dwingen zijn werk af te werken zodat mag verwacht worden dat tegen einde 2001 de wachtbekkens zullen functioneren. • Van het gebied is geen echte modelleringsstudie gemaakt met als resultaat kaarten met overstromingszones in functie van de terugkeerperiode. Wel werd in 1999 een studie gemaakt ‘Uitwerken van de Vondelbeek’. De resultaten van deze studie laten niet toe te stellen dat de omgeving van bovenvermelde verkaveling nooit zal onder water komen, zelfs met de werking van de wachtbekkens. Enerzijds blijft de waterloop er volgens het model binnen de bedding, anderzijds is het zo dat het waterpeil ter hoogte van de voornoemde verkaveling steeds hoger is dan het overstortpeil van de riolering (overstort 0J-bis met overstortpeil + 5,85; max. waterpeil X-10.779-6/12 + 6,12; + 6,46; + 6,61 voor respectievelijk Tr + 2 j; 5 j; 10 j; 25 jaar). Het feit dat de waterlijn van de beek boven de overstortdrempel komt, houdt een ernstig gevaar in dat werd onderkend maar niet werd opgelost in het kader van de studie van
- WATEROVERLAST VAN 26 DECEMBER 1999 In deze periode werden vele delen van Oost-Vlaanderen geconfronteerd met wateroverlast. In antwoord op de brief van de afdeling Water aan de gemeente Lebbeke om aan te geven waar er wateroverlast was opgetreden, werd in een omstandige brief van 24.02.2000 aangegeven waar er overlast was geweest. In de omgeving van Rossevaalstraat en Konkelgoedstraat stond water op straat en waren een aantal woningen bedreigd (...). Ook is kopie gevoegd van een persartikel uit die periode. Wel moet worden aangevoerd dat de gebouwde wachtbekkens nog niet volledig afgewerkt waren en dat de sturing evenmin werkte.
- BESLUIT
- De afdeling Water kan niet garanderen dat er op de bewuste plaats (van de verkaveling, hier ter discussie) nooit wateroverlast als optreden, zelfs bij goede werking van de gebouwde wachtbekkens.
- De afdeling Water spreekt zich niet uit over het feit of het aspect ‘mogelijke overstroming’ een voldoende reden is om een verkaveling te weigeren. Indien men deze verkaveling weigert, dan zou er bijvoorbeeld sprake kunnen zijn van planschade. Indien men de verkaveling toestaat, moet de afdeling Water waarschuwen voor de nodige bouwtechnische aspecten bij ontwerp en uitvoering om de risico’s te beperken, waaronder voldoende hoge aanleg van de vloerpas; problematiek opstuwing riolering, enz. De afdeling Water zal zelf geen initiatieven meer nemen om het bewust perceel te beveiligen”. 2.1.2.
- De minister heeft zich op voormeld advies gesteund om de verkavelingsvergunning te weigeren. Wateroverlast is een element dat in rekening kan worden gebracht bij de beoordeling van de verenigbaarheid van een verkavelingsaanvraag met de goede plaatselijke ordening. De verzoekster brengt geen elementen bij waaruit kan blijken dat de gegevens waarop dit advies is gesteund, onjuist zijn. Anderzijds dagtekent het door de verzoekster bijgebrachte proces- verbaal van na het bestreden besluit, zodat de minister er hoe dan ook geen rekening mee kon houden. Dit proces-verbaal bevat overigens geen gegevens die de feitelijke elementen waarop het advies is gesteund, ontkrachten. Daarenboven blijkt uit de motivering van het bestreden besluit dat de minister de argumentatie van de gemeente met betrekking tot de ontwikkeling van een recreatiezone uitdrukkelijk heeft verworpen. 2.1.2.
- Het middel is ongegrond. X-10.779-7/12 2.
- Tweede middel 2.2.
- Uiteenzetting van het middel In een tweede middel voert de verzoekster de schending aan van de artikelen 57, 58, 45, 46, 48, 53, 54 en 55 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp- gewestplannen en gewestplannen (bedoeld wordt: van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996). Zij zet dit middel uiteen als volgt: “Volgens art. 57 van het KB van 28 december 1972 zijn de artikelen 45, 46, 48, 53, 54 en 55 mede van toepassing op de verkavelingsvergunning. Volgens art. 58 van hetzelfde KB is het College van Burgemeester en Schepenen of de gemeenteraad, in gevallen als bedoeld in de artikelen 45 en 48, gerechtigd aan de afgifte van de vergunning de lasten te verbinden die zij aan de aanvragers menen te moeten opleggen, met name de uitvoering, op zijn kosten, van alle werken tot uitrusting van de aan te leggen straten en de reservering van grond voor groene ruimte, openbare gebouwen en openbare nutsvoorzieningen. Terzake liggen de percelen aan een volledig uitgeruste weg. Art. 58 bovenvernoemd verleent de overheid echter niet de macht om om het even welke lasten aan een verkavelingsvergunning te verbinden, ook al is de opsomming welke die bepalingen geeft niet limitatief (...). In de toepasselijke bepalingen is niet voorzien dat een weigering kan gesteund zijn op de motivatie dat een mogelijke wateroverlast, wat overigens wordt betwist (zie overigens het proces-verbaal van vaststelling van plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder Eddy Baelen dd 29 januari 2002) , zou aanwezig zijn. Indien er enige wateroverlast zou bestaan, zo is deze grond dan ook niet geschikt voor infrastructuren voor parken, sport en recreatie. De motivering die in de bestreden beslissing wordt aangehaald, voldoet dus niet aan de wettelijke bepalingen en vormt een geval van machtsoverschrijding, zodat het middel gegrond is”. 2.2.
- Onderzoek van het middel 2.2.2.
- Het bestreden besluit weigert de gevraagde verkavelingsvergunning wegens een volgens het advies van AMINAL, afdeling Water, bestaand risico op wateroverlast. Er is dus geen sprake van “lasten” verbonden aan de afgifte van de vergunning. Voorts bevat het middel een herhaling van de argumentatie aangehaald in het eerste middel. Er kan dan ook worden volstaan met een verwijzing naar het onderzoek van dat middel. X-10.779-8/12 2.2.2.
- Het middel is niet gegrond. 2.
- Derde middel 2.3.
- Uiteenzetting van het middel In een derde middel voert de verzoekster de schending aan van het gelijkheidsbeginsel. Zij zet dit middel uiteen als volgt: “De bestreden beslissing schendt het gelijkheidsbeginsel aangezien voor het perceel palend aan de percelen waarvoor de verkavelingsaanvraag werd ingediend reeds een bouwvergunning werd verleend voor een elektriciteitscabine die daar ook werd opgericht. Op kwestieus perceel stond voordien een woning. Ook op het perceel 461f werd vroeger een verkaveling toegestaan. De bestuurlijke overheid, met name de Gemeente Lebbeke, heeft m.a.w. een vergunning verleend voor een perceel dat paalt aan en zich in identieke omstandigheden bevindt als de percelen eigendom van verzoekster. De motivatie die thans wordt aangehaald om de verkavelingsvergunning te weigeren, is dus in flagrante tegenspraak en met schending van het gelijkheidsbeginsel genomen zodat het middel gegrond is”. 2.3.
- Onderzoek van het middel 2.3.2.
- Er kan slechts sprake zijn van een schending van het gelijkheidsbeginsel indien in rechte en in feite gelijke situaties zonder objectieve en redelijke verantwoording ongelijk worden behandeld. 2.3.2.
- Te dezen blijft de verzoekster in gebreke enig concreet gegeven bij te brengen ter staving van haar bewering dat het bestreden besluit het gelijkheidsbeginsel zoals hiervoor uiteengezet schendt. Anderzijds stelt de verwerende partij, hierin niet tegengesproken door de verzoekster, dat de betrokken grond is gelegen langsheen de waterloop nr. 5.001 van tweede categorie, dat de geplande werken zich situeren op 5 m van de oever van de waterloop, zodat deze gronden “niet automatisch te vergelijken en gelijk te stellen (zijn) met de andere percelen in de onmiddellijke omgeving”. 2.3.2.
- In tegenstelling tot hetgeen de verzoekster in haar laatste memorie aanvoert behoort het niet aan de administratie de ter adstruering van haar middel vereiste stukken bij te brengen. X-10.779-9/12 2.3.2.
- Het derde middel is niet gegrond. 2.
- Vierde middel 2.4.
- Uiteenzetting van het middel In een vierde middel voert de verzoekster “machtsafwending” aan. Zij zet dit middel uiteen als volgt: “Uit de motivering van de Gemeente Lebbeke zowel bij het weigeren van de verkavelingsvergunning als bij het aantekenen van hoger beroep tegen de beslissing van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Oost-Vlaanderen blijkt duidelijk dat de intentie van de Gemeente Lebbeke is de percelen te onteigenen om deze een andere bestemming te geven dan een woonbestemming, met name natuurontwikkeling en recreatie. Intussen heeft de Gemeente Lebbeke een perceel gekend onder nr. 461f reeds gekocht, liggend ten westen van de percelen van verzoekster, wat erop duidt dat de gemeente duidelijk andere bedoelingen heeft. Het blijkt dan ook dat de motivering van mogelijke wateroverlast uitsluitend werd ingegeven met machtsafwending aangezien de eigenlijke bedoeling van het Gemeentebestuur een totaal andere is dan deze die wordt weergegeven in haar beslissing. In de bestreden beslissing werd deze motivering ogenschijnlijk verworpen door te vermelden dat de argumentatie in beroep van het College van Burgemeester en Schepenen niet relevant is. Evenwel wordt de machtsafwending verder toegedekt door zich toch te beroepen op een ‘niet uit te sluiten wateroverlast’, welke overigens niet bewezen werd. De aangevochten beslissing streeft dus een ongeoorloofd en nietig doel na en geen andere. De Gemeente Lebbeke diende tot onteigening over te gaan indien ze aan de percelen een andere bestemming wenst te geven dan een woonbestemming doch kon zich niet op de ingeroepen motivering steunen om de verkavelingsvergunning te weigeren. De bestreden beslissing, door de aangehouden motivering, blijft verder dit ongehoord en nietig doel nastreven zodat deze ook door machtsafwending is aangetast en dient vernietigd te worden”. 2.4.
- Onderzoek van het middel 2.4.2.
- Machtsafwending is de onwettigheid die er in bestaat dat een bestuursorgaan de bevoegdheid die haar bij wet tot het bereiken van een bepaald doel van algemeen belang is gegeven, uitsluitend aanwendt tot het nastreven van een andere doel. Het uitsluitend nastreven van het ongeoorloofde oogmerk dient te worden aangetoond met voldoende ernstige en overeenstemmende vermoedens. X-10.779-10/12 2.4.2.
- Uit de overwegingen van het bestreden besluit zelf blijkt dat de argumentatie van de gemeente met betrekking tot de ontwikkeling van een recreatiezone niet wordt gevolgd, en dat de vergunning, na het advies van AMINAL, afdeling Water, te hebben geciteerd, uitsluitend wordt geweigerd op grond van nog niet geweken overstromingsgevaar. In de gegeven omstandigheden wordt niet aannemelijk gemaakt dat de minister als enige bedoeling zou hebben gehad door de weigering van de verkavelingsvergunning de gemeente de gelegenheid te geven de betrokken gronden te onteigenen om deze een andere bestemming dan een woonbestemming te geven, met name natuurontwikkeling en recreatie. Er bestaat dan ook geen aanleiding om de zaak wegens machtsafwending te verwijzen naar de algemene vergadering. 2.4.2.
- Het middel is niet gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekster. X-10.779-11/12 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig februari 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, P. LEFRANC, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-10.779-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.748 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.111.617 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div