id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.815 Rolnummer: A. 121209/X-10961 Zaak: Arrest 190815 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-10 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 19:37 Fiche Arrest nr 190.815 van 25 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.815 van 25 februari 2009 in de zaak A. 121.209/X-10.
- In zake : Adolf DE MEESTER, die woonplaats kiest bij advocaat V. GOOSSENS, kantoor houdende te 2640 MORTSEL, Prins Leopoldlei 81 tegen :
- de stad HOOGSTRATEN,
- het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat W. SLOSSE, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Brusselstraat
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Adolf DE MEESTER op 17 mei 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen van het stadsbestuur te Hoogstraten zoals genomen in de zitting van 11 februari 2002, waarbij het College van Burgemeester en Schepenen besluit om de verkaveling nr. 076/005 niet op te nemen in het vergunningenregister van de stad” en van het “negatief bindend advies van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar zoals reeds verleend op 21 december 2001”; Gezien de memorie van antwoord van de tweede verwerende partij, de toelichtende memorie ten aanzien van de eerste verwerende partij en de memorie van wederantwoord ten aanzien van de tweede verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 28 september 2005 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-10.961-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 4 november 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 28 november 2008; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. SEBREGHTS, die loco advocaat V. GOOSSENS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat F. DE BRUYNE, die loco advocaat W. SLOSSE verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feiten 1.
- Op 29 januari 1963 wordt aan SCHRICKX-MERTENS en kinderen een verkavelingsvergunning nr. 076/005 verleend voor het opdelen van een perceel gelegen te Meerle, Klein Eyssel, in 7 bouwloten. 1.
- Bij openbare verkoop van 27 maart 1963 worden deze loten in hun totaliteit verkocht aan de verzoeker. 1.
- Met toepassing van artikel 192 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO) meldt de verzoeker op 20 juni 2000 aan de gemeente Meerle eigenaar te zijn van niet- bebouwde kavels in een vergunde, niet-vervallen verkaveling die dateert van voor 22 december
- X-10.961-2/5 1.
- Op 29 oktober 2001 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Hoogstraten het volgende aangaande deze verkaveling : “Artikel 1 : Het al dan niet verval van de volgende verkavelingsvergunningen vast te stellen: - verkaveling Meerle - 076/005 - vergund op 29/01/1963 voor 7 loten - gekend bij AROHM als 076/005 - gelegen Klein Eyssel - 4de afd. - sectie D - nr. 404f - gelegen in landschappelijk, waardevol agrarisch gebied. - 1 melding onbebouwde kavels : voor lot 1 t.e.m. 7 - besluit onderzoek : NIET VERVALLEN (minstens 1 lot geregistreerd voor 01/10/1970) (...) Artikel 2 : Het gedeeltelijk vergunningenregister ter goedkeuring over te maken aan de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar. (...)”. 1.
- Bij besluit van 21 december 2001 meldt de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar het volgende aan het college : “Uit onderzoek blijkt dat : (...) C. Inhoudelijk luik : Overwegende dat de verkaveling 076/0005 volgens het gewestplan is gelegen in agrarisch gebied. Het betreft geen verkaveling met ontworpen straten en de vergunning werd afgegeven op 29/01/1963; Overwegende dat bijgevolg de bewijsvoering dient gevoerd over 1 verkoop van de percelen voor 1 oktober 1970; Overwegende dat de bewijsvoering in het dossier gaat over een verkoop in totaliteit van de verkaveling wat juridisch niet als bewijsvoering wordt aanvaard. Bijgevolg is de verkaveling vervallen. DE GEWESTELIJKE STEDENBOUWKUNDIGE AMBTENAAR geeft geen goedkeuring aan de opname van verkaveling 076/0005 in het vergunningenregister zoals bepaald in artikel 191, § 1, 4/ en artikel 192 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening. (...)”. Dit is het tweede bestreden besluit. Dit besluit werd op 18 maart 2002 aan de verzoeker ter kennis gebracht. 1.
- Op 11 februari 2002 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Hoogstraten: X-10.961-3/5 “Artikel 1 : Kennis te nemen van de brief van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar van 21/12/2001 en de verkaveling nr. 076/005 niet op te nemen in het vergunningenregister. (...) Artikel 3 : De eigenaars van de percelen van de beide verkavelingen op de hoogte te brengen van deze beslissing”. Dit is het eerste bestreden besluit. Dit besluit werd op 11 maart 2002 ter kennis gebracht van de verzoeker.
- De ontvankelijkheid Luidens artikel 96, §1 DRO is het vergunningenregister een “geïnformatiseerd gegevensbestand over de perceelsgebonden informatie met betrekking tot de ruimtelijke ordening en de stedenbouw op het grondgebied van een gemeente” dat “voor het hele grondgebied van de gemeente minstens de (in deze bepaling opgesomde) informatie per kadastraal perceel (bevat)”. Onder Hoofdstuk I “Informatieverplichtingen” van Titel IV van hetzelfde decreet is in artikel 134, § 3 bepaald dat het vergunningenregister toegankelijk is voor het publiek en dat uittreksels eruit verkregen kunnen worden. Uit deze bepalingen blijkt dat het vergunningenregister een louter informatief karakter heeft, en de inhoud ervan “geen invloed (heeft) op de stedenbouwkundige status” van het betrokken onroerend goed (Memorie van Toelichting, Parl. St. Vl. Parl. 1998-1999, stuk 1332, nr. 1, 79, en Verslag, Parl. St. Vl. Parl. 1998-1999, stuk 1332, nr. 8, 17), en dat het in artikel 135, § 1 bedoelde stedenbouwkundig uittreksel “alleen maar vrijblijvende informatie bevat” (Verslag, Parl. St. Vl. Parl. 1998-1999, stuk 1332, nr. 8, 100). De vermeldingen in het vergunningenregister hebben aldus geen constitutief, maar een louter declaratoir karakter. Luidens artikel 192 DRO, zoals vervangen bij het decreet van 26 april 2000, en van toepassing op het ogenblik van het nemen van het bestreden besluit, is de verkavelingsvergunning wat de kavel of kavels in kwestie betreft, definitief vervallen, enkel indien de eigenaar van een niet bebouwd deel van een verkaveling die dateert van vóór 22 december 1970, zich niet gemeld heeft bij het college van burgemeester en schepenen binnen een termijn van 90 dagen na 1 mei
- Luidens artikel 98 DRO is het college van burgemeester en schepenen overigens “verantwoordelijk voor de overeenstemming van het vergunningen- register met de stukken die erin moeten worden opgenomen”. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat, zoals de tweede verwerende partij aanvoert, en in tegenstelling X-10.961-4/5 tot hetgeen de verzoeker nog stelt in zijn laatste memorie, een al dan niet vermelding in het vergunningenregister -ook al zou deze niet terecht zijn- de rechtstoestand van de betrokken eigendom niet vermag te wijzigen. De bestreden beslissingen zijn niet voor vernietiging vatbare akten. Het beroep is niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig februari 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, P. LEFRANC, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-10.961-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.815 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div