← België

Arrest 190822 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.822 Rolnummer: A. 67434/X-10109 Zaak: Arrest 190822 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 25/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-11 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 19:40 Fiche Arrest nr 190.822 van 25 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.822 van 25 februari 2009 in de zaak A. 67.434/X-10.

  1. In zake : Lutgarde FRANCHOO (overleden), gewoond hebbende te 8460 OUDENBURG, Polder 24 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BOSSUYT, kantoor houdende te 8310 BRUGGE, Bossuytlaan
  2. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Lutgarde FRANCHOO op 2 februari 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 november 1995 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende verwerping van haar beroep ingesteld tegen het besluit van 18 augustus 1994 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij de vergunning is geweigerd voor het regulariseren van een dubbele garage en serre op een perceel gelegen te Oudenburg, Polderweg, kadastraal bekend sectie C, nr. 1038/x; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 7 februari 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie met verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; X-10.109-1/4 Gelet op de beschikking van 8 februari 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 29 februari 2008; Gelet op de beschikking van 20 februari 2008 waarbij de beschikking van 8 februari 2008 wordt ingetrokken en de zaak voor onbepaalde tijd wordt uitgesteld; Gelet op de beschikking van 17 september 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 oktober 2008; Gelet op de beschikking van 9 oktober 2008 waarbij de beschikking van 17 september 2008 wordt ingetrokken en de terechtzitting bepaald wordt op 19 december 2008 om 10.45 uur: Gelet op de beschikking van 21 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 december 2008 om 10.15 uur in plaats van 10.45 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. CLEMENT; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Met een verzoekschrift van 2 februari 1996 vordert Lutgarde Franchoo de nietigverklaring van het besluit van 23 november 1995 waarbij haar de vergunning geweigerd wordt voor het regulariseren van een dubbele garage en serre aan de Polder te Oudenburg. Uit het uittreksel van de registers van de akten van de burgerlijke stand van de gemeente Roses (Spanje) blijkt dat de verzoekster op 23 oktober 2007 is overleden. Artikel 55, tweede lid van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling X-10.109-2/4 bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt dat wanneer een partij overlijdt de rechtspleging, behoudens spoedeisend geval, wordt geschorst gedurende de termijn die aan de erfgenamen wordt toegekend om inventaris op te maken en te beraadslagen. Behoudens wanneer de Raad van State oordeelt dat het gaat om een spoedeisend geval, zijn de erfgenamen aldus niet verplicht het geding te hervatten voor het verstrijken van die termijnen. Genoemd besluit van de Regent bepaalt geen termijn waarbinnen het verzoekschrift tot hervatting van het geding moet worden ingediend, eens die termijnen zijn verstreken. Dit ontslaat er de erfgenamen, die zoals alle partijen ertoe gehouden zijn hun medewerking te verlenen aan een goede rechtsbedeling, niet van om, indien zij het geding wensen te hervatten, met de van hen vereiste diligentie te handelen en het verzoekschrift tot hervatting van het geding zo spoedig mogelijk in te dienen. Op 25 februari 2008 ontvangen de rechthebbenden van de verzoekster bericht van de griffie van de Raad van State dat de zaak die oorspronkelijk was vastgesteld voor de openbare zitting van 29 februari 2008 wordt uitgesteld. Op 6 oktober 2008 ontvangen de rechthebbenden van de verzoekster het bericht van de griffie van de Raad van State dat de zaak wordt vastgesteld op de openbare terechtzitting van 10 oktober
  3. Met een brief van 7 oktober 2008, waarin geen melding wordt gemaakt van een hervatting van het geding, vraagt Werner Denys, echtgenoot van de verzoekster, de zaak opnieuw uit te stellen. Op 14 oktober 2008 vraagt de griffie van de Raad van State aan de rechthebbenden van de verzoekster of zij het geding al dan niet wensen te hervatten. Op 8 december 2008, dit is bijna veertien maanden na het overlijden van de verzoekster, bijna tien maanden nadat de rechthebbenden het eerste bericht hebben ontvangen over de vaststelling van de zaak op de openbare terechtzitting en bijna twee maanden na laatstgenoemd schrijven van de griffie, stuurt Werner Denys twee brieven aan de Raad van State. In een eerste brief vraagt hij om de zaak, inmiddels vastgesteld op de openbare terechtzitting van 19 december 2008, opnieuw uit te stellen. In een tweede brief verklaart hij het geding te willen hervatten. Door in extremis een verzoek tot hervatting van het geding in te dienen heeft de rechthebbende van de verzoekster, die overigens niet ter terecht- zitting is verschenen, niet met de vereiste diligentie zijn medewerking aan het goede procesverloop verleend. Het verzoek tot hervatting van het geding is laattijdig en onontvankelijk. Er is grond om de zaak van de rol af te voeren. X-10.109-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  4. De zaak wordt van de rol afgevoerd. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de nalatenschap van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig februari 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-10.109-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.822 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.