← België

Arrest 190879 - Milieuvergunningen - 26/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.879 Rolnummer: A. 147729/VII-31694 Zaak: Arrest 190879 - Milieuvergunningen - 26/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-06 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 19:48 Fiche Arrest nr 190.879 van 26 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.879 van 26 februari 2009 in de zaak A. 147.729/VII-31.

  1. In zake : Lea DE GROOF, die woonplaats kiest bij advocaat J. VERSTRAETEN, kantoor houdende te LEUVEN, Vaartstraat 70 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. NIJS, kantoor houdende te DENDERMONDE, Noordlaan 82-
  2. tussenkomende partij : de NV BELGOPROCESS, die woonplaats kiest bij advocaten M. VAN PASSEL en I. CUYPERS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Frankrijklei
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Lea DE GROOF op 17 februari 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking van 4 november 2003 waarbij haar beroep ingesteld tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 17 april 2003, houdende akteneming van de mededeling door de NV BELGOPROCESS van de wijziging van het traject van de lozingspijp van het bedrijfsafvalwater in de Molse Nete, gedeeltelijk gegrond wordt verklaard en waarbij bijzondere voorwaarden opgelegd worden; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 14 april 2004 ingediend door de NV BELGOPROCESS; VII-31.694-1/5 Gelet op de beschikking van 19 april 2004 die de tussenkomst van de NV BELGOPROCESS toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories van verzoekster en de tussenkomende partij; Gelet op de beschikking van 29 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. VANDERSMISSEN die, loco advocaat J. VERSTRAETEN verschijnt voor verzoekster, van advocaat P. VANDENDAEL die, loco advocaat J. NIJS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat I. CUYPERS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. De feiten 1.
  5. De voor deze zaak relevante feitelijke gegevens zijn uiteengezet in het arrest nr. 190.358 van 12 februari 2009 inzake de NV BELGOPROCESS. 1.
  6. Verzoekster, die woont bij het punt waar de lozingspijp in de Molse Nete uitmondt, heeft administratief beroep ingediend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen van 17 april
  7. Zij VII-31.694-2/5 wijst daarin op de schadelijke invloed van de lozingen, wenst een onderzoek bij de aangelanden en vraagt dat de lozing beëindigd wordt en dat alternatieve oplossingen in overweging genomen worden. 1.
  8. Met het bestreden besluit neemt de verwerende partij akte van de mededeling van de verandering, maar laat die akteneming vergezeld gaan van twee bijzondere voorwaarden, te weten de redactie van een rapport aangaande de mogelijkheden om de lozingsvoorwaarden strenger te maken en de redactie van een rapport over de technische en economische haalbaarheid van alternatieven in het licht van de beste beschikbare technieken.
  9. De ontvankelijkheid Met zijn arrest nr. 190.358 van 12 februari 2009 heeft de Raad van State het bestreden besluit vernietigd. Het onderhavige beroep is dan ook, bij gebrek aan voorwerp, niet langer ontvankelijk.
  10. De kosten 3.
  11. In zijn verslag heeft de auditeur-verslaggever bij het onderzoek van het belang van verzoekster vastgesteld dat de wijziging waarover de verwerende partij zich moest uitspreken betrekking had op een traject dat niet in de buurt van de woning van verzoekster gelegen is en dat de bestreden beslissing voor het overige geen enkele wijziging brengt aan de vergunning waarover de tussenkomende partij nu beschikt, zodat het bestreden besluit de toestand van verzoekster, die eigenlijk wil dat de lozingen stopgezet worden, niet wijzigt en de vernietiging van de bestreden beslissing haar geen voordeel kan opleveren. De vernietiging van het besluit kan immers enkel tot gevolg hebben dat de verwerende partij, na heroverweging, de vraag tot akteneming weigert en dat de aanpassing middels de gewone milieuvergun- ningsprocedure goedgekeurd zal moeten worden. Hij besluit dat een vernietiging geen gevolgen kan hebben voor de materiële situatie van verzoekster en voegt daaraan toe dat de omstandigheid dat zij een administratief beroep ingediend heeft haar geen belang verleent om ook een annulatieberoep in te dienen. 3.
  12. In haar laatste memorie herinnert verzoekster eraan dat de lozingspijp over haar eigendom loopt en dat zij zich in de administratieve procedure verzet heeft omdat de trajectwijziging volgens de gewone milieuvergunningsproce- dure goedgekeurd had moeten worden en met aandacht voor de bestaande VII-31.694-3/5 alternatieven voor de pijplijn. In geval van vernietiging kan de verwerende partij de trajectwijziging weigeren en dan kan er, gelet op het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout, niet meer geloosd worden volgens het oude traject. Overigens heeft de verwerende partij haar administratief beroep ontvankelijk bevonden, wat betekent dat zij rechtstreeks hinder ondervindt van het bestreden besluit. 3.
  13. Verzoekster betwist niet dat de wijziging aan het tracé, waarop het bestreden besluit betrekking heeft, haar persoonlijke materiële situatie, zoals die voortvloeit uit de basisvergunning waarover de tussenkomende partij tot 1 september 2011 beschikt, helemaal niet wijzigt. In de mate de tussenkomende partij verplicht wordt tot het uitvoeren van studies die erop gericht zijn de hinder voor het leefmilieu te beperken, krijgt verzoekster, in het licht van haar ambitie om geen lozing meer te moeten dulden, zelfs uitzicht op verbetering van haar situatie. In geval van vernietiging moet de verwerende partij opnieuw beslissen over de vraag tot akteneming van de wijziging aan de bestaande vergunning. Weigert de verwerende partij dan de akteneming op grond van de argumentatie van verzoekster, dan moet de tussenkomende partij een aanpassing van haar basisvergunning aanvragen volgens de gewone procedure. Inmiddels blijft evenwel de toestand van verzoekster geregeld door de basisvergunning. De omstandigheid dat de tussenkomende partij, op grond van een rechterlijke uitspraak in een burgerrechtelijk geschil met andere aangelanden, mogelijk in de feitelijke onmogelijkheid is om de oude lozingspijp nog te gebruiken, verandert de juridische situatie van verzoekster ten aanzien van de milieuvergunning van de tussenkomende partij niet. Het bestaan van een persoonlijk en rechtstreeks belang is niet aangetoond. De reglementair voorziene mogelijkheid om in de administratieve procedure beroep in te stellen tegen een beslissing over een milieuvergunning levert op zich niet het belang op dat de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereisen voor het indienen van een annulatieberoep. 3.
  14. Verzoekster had geen belang bij het indienen van het onderhavige beroep. Zij dient zelf de kosten van het geding te dragen, VII-31.694-4/5 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  15. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  16. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig februari tweeduizend en negen, door de VIIe kamer, die was samen- gesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-31.694-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.879 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.