← België

Arrest 190886 - Bevolkingsregister - 26/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.886 Rolnummer: A. 170150/XII-4649 Zaak: Arrest 190886 - Bevolkingsregister - 26/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-11 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 19:50 Fiche Arrest nr 190.886 van 26 februari 2009 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Bevolkingsregister Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.886 van 26 februari 2009 in de zaak A. 170.150/XII-

  1. In zake : Jan VAN CAUTER, die woonplaats kiest bij advocaat S. Vernaillen, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 27 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jan Van Cauter op 13 februari 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 14 november 2005 van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken dat zijn ambtshalve inschrijving op datum van 27 april 2004 in het bevolkingsregister van Brasschaat, Sint Antoniuslei 100, dient te worden behouden en dat hij op datum van 3 januari 2005 dient te worden ingeschreven in het bevolkingsregister van Brecht, Vorsenkwaak 17, zodat hij ononderbroken een gezin vormt met zijn echtgenote en kinderen; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgesteld door auditeur B. Weekers, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 22 januari 2009, waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 februari 2009; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-4649-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat K. Bulkmans, die loco advocaat S. Vernaillen verschijnt voor verzoeker, en van attaché F. Verduyn, die verschijnt voor verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Weekers; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. Verzoeker zet in het verzoekschrift en de memorie van weder- antwoord uiteen “in feite zijn werkelijke hoofdverblijfplaats” te hebben in het Groothertogdom Luxemburg. Ter verantwoording van zijn belang bij het beroep doet hij gelden dat de bestreden beslissing een verkeerde beoordeling van de feitelijke toestand inhoudt, dat het bevolkingsregister determinerend is voor het verloop van de communicatie tussen de overheid en haar burgers, en dat betekeningen in de zin van artikel 32 van het Gerechtelijk Wetboek, indien ze niet aan de persoon gedaan kunnen worden, gebeuren aan de plaats waar de betrokkene in de bevolkingsregisters is ingeschreven. Door de auditeur met een brief van 3 november 2008 gevraagd “inzicht te geven omtrent het belang en de belangstelling”, antwoordt verzoeker op 10 december 2008 dat er zich geen gewijzigde omstandigheden hebben voorgedaan die van invloed kunnen zijn op zijn belang in de procedure en dat hij zich veroorlooft te verwijzen naar de uitzetting omtrent het belang in het verzoekschrift en de memorie tot wederantwoord.
  3. In zijn verslag stelt de auditeur vast, aan de hand van een uittreksel uit het rijksregister, dat verzoekers inschrijving in het bevolkingsregister te Brecht tot 31 oktober 2006 liep, dat hij sinds 29 mei 2008 onafgebroken is ingeschreven in het Groothertogdom Luxemburg, dat hij “nergens ook maar enig concreet negatief gevolg aan[toont] dat zou zijn voortgesproten uit de inschrijving te Brecht van 3 januari 2005 tot 31 oktober 2006, inzonderheid ook niet enig negatief gevolg dat moet worden betrokken op een concrete overheidscommunicatie of gerechtelijke betekening”, en dat hem het actueel belang bij het beroep moet worden ontzegd. XII-4649-2/4
  4. Ter terechtzitting is verzoeker niet meer op het gevaar van het mislopen van berichten vanwege de overheid en van gerechtelijke betekeningen teruggekomen, laat staan nog dat hij aannemelijk zou hebben gemaakt op dat punt effectief een negatief gevolg te hebben ondervonden. Integendeel verantwoordt hij dan zijn gebleven belang uitsluitend door de dubbele belasting die de bestreden beslissing beweerdelijk zou hebben meegebracht. Dit is een nieuw gegeven dat niet eerder ter sprake kwam. Niet alleen bleef het onvermeld in het verzoekschrift en de memorie van wederantwoord waarin verzoeker zijn belang juist uitdrukkelijk en uitvoerig preciseert, ook -en vooral- in de brief van 10 december 2008 aan de auditeur wordt er geen gewag van gemaakt. Nochtans strekte de vraag van 3 november 2008 van de auditeur, op grond van artikel 12 van het algemeen procedurereglement, er net toe om met het oog op het opstellen van zijn verslag nauwkeurig en volledig te worden ingelicht omtrent verzoekers belang en belangstelling en de exacte gronden ervan. Alsnog rekening houden met het argument van de dubbele belasting, waarvan niet blijkt of zelfs maar beweerd wordt dat het niet reeds vóór het opstellen van het auditoraatsverslag kon zijn ingeroepen, haalt het nut van het onderzoek en het verslag door het bevoegd lid van het auditoraat onderuit en is onverenigbaar met een efficiënte en behoorlijke afwikkeling van het proces. Het te elfder ure aangevoerde argument kan overigens des te minder in aanmerking worden genomen waar het door geen enkel stuk wordt gestaafd. Noch is terzake een overtuigingsstuk aan te treffen in de meegedeelde dossiers, noch heeft verzoeker tenminste ter terechtzitting enig stuk bijgebracht om de juistheid van zijn nieuwe argument te bewijzen.
  5. De zienswijze in het auditoraatsverslag bijvallend, wordt ambtshalve vastgesteld dat verzoeker niet meer van het rechtens vereiste belang doet blijken. Het beroep is onontvankelijk. XII-4649-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig februari 2009, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4649-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.886 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.