← België

Arrest 190924 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.924 Rolnummer: A. 188886/X-13837 Zaak: Arrest 190924 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 26/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-12 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 19:58 Fiche Arrest nr 190.924 van 26 februari 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.924 van 26 februari 2009 in de zaak A. 188.886/X-13.

  1. In zake : Olivier SEYNAEVE, die woonlaats kiest bij advocaat J. PEETERS, kantoor houdende te 3400 LANDEN, Brugstraat 17 tegen : de stad LANDEN, die woonplaats kiest bij advocaten P. LUYPAERS en H.-K. CAREME, kantoor houdende te 3001 HEVERLEE, Industrieweg 4, bus
  2. tussenkomende partij : Michel DE PUYDT, die woonplaats kiest bij advocaat P. VAN WESEMAEL, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Waterloosesteenweg 412 F. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Olivier SEYNAEVE op 8 juli 2008 heeft ingediend, en waarin hij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van het besluit van 15 april 2008 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Landen houdende afgifte aan Michel DE PUYDT van de voorwaardelijke stedenbouwkundige vergunning voor een reliëfwijziging, het plaatsen van een afsluiting en een mestbassin, het aanleggen van een paardenpiste en het uitbaten van een manege op een perceel gelegen te Landen, Wezerenstraat 74, kadastraal bekend sectie A, nr. 328/n; Gelet op het arrest nr. 187.786 van 6 november 2008 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verzoekende partij op 27 november 2008; X-13.837-1/3 Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 17, § 4ter van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State. Naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest. Op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1 zal de kamer de afstand van geding uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. X-13.837-2/3 Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig februari 2009, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.837-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.924 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.187.786 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.