← België

Arrest 190930 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 27/02/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 februari 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.930 Rolnummer: A. 186818/IX-5824 Zaak: Arrest 190930 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 27/02/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-06 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 20:02 Fiche Arrest nr 190.930 van 27 februari 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 190.930 van 27 februari 2009 in de zaak A. 186.818/IX-

  1. In zake : Steven VAN HIJFTE, die woonplaats kiest te EVERGEM, Stuivenbergstraat 16 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Zelfstandigen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Steven VAN HIJFTE op 19 december 2007 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 22 november 2007 van de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen bij de FOD Sociale Zekerheid - Directie-Generaal Zelfstandigen - houdende weigering van zijn vraag tot vrijstelling van de driemaandelijkse bijdragen van 2/2006 tot en met 3/2007; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op 22 mei 2008, van het feit dat de verwerende partij heeft verzuimd een memorie van antwoord in te dienen; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 24 september 2008, van de mededeling bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State; Overwegende dat de verzoeker bij brief van 3 oktober 2008 heeft gevraagd om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 22 december 2008, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 19 januari 2009, datum waarop de zaak werd uitgesteld tot de openbare terechtzitting van 23 februari 2009; IX-5824-1/3 Gehoord het verslag van staatsraad B. THYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat M.-Cl.VANDERMEULEN, die verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de aanvullende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van de mededeling dat de verwerende partij verzuimd heeft een memorie van antwoord in te dienen, heeft de hoofdgriffier te dezen melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State. De verzoekende partij heeft geen aanvullende memorie aan de griffie toegestuurd. In de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord. Ter zitting voert de verzoekende partij echter geen grond van overmacht aan, die haar heeft verhinderd tijdig een aanvullende memorie in te dienen. IX-5824-2/3 Te dezen dient derhalve, overeenkomstig artikel 21, tweede lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, vastgesteld te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 27 februari 2009, door : de HH. B. THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-5824-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.190.930 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.