id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.012 Rolnummer: A. 171754/X-12782 Zaak: Arrest 191012 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 02/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-12 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 20:22 Fiche Arrest nr 191.012 van 2 maart 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.012 van 2 maart 2009 in de zaak A. 171.754/X-12.
- In zake : Frans JANSEN, wonende te 3140 KEERBERGEN, Putsebaan 201 bus D tegen : de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaat D. SOCQUET, kantoor houdende te 3080 TERVUREN, Merenstraat
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Frans JANSEN op 17 maart 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 19 januari 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant houdende het niet inwilligen van zijn beroep tegen de beslissing van 7 april 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Keerbergen waarbij een stedenbouwkundige vergunning wordt geweigerd voor het regulariseren van een zonder voorafgaande vergunning uitgevoerde terreinophoping en van de aanleg van 2 afwateringsgrachten en een spaarbekken op een perceel gelegen te Keerbergen, Putsebaan, kadastraal bekend sectie C, nr. 224/c; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur B. SPEYBROUCK; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 12 januari 2009 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 6 februari 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; X-12.782-1/3 Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij, en van advocaat A. DE DONCKER, die loco advocaat D. SOCQUET verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. SPEYBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, op grond van het toentertijd geldende artikel 2, §1, 2/ van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Luidens dit artikel bevat het verzoekschrift onder meer een uiteenzetting van de feiten en de middelen. Onder een “middel” in de zin van deze bepaling moet worden verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel of van het geschonden rechtsbeginsel en van de wijze waarop die regel of dat beginsel door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden. De verzoeker laakt in zijn verzoekschrift de behandeling van het dossier door de verschillende overheden, in het bijzonder door de “gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar”. Hij zet verder uiteen door welke omstandigheden hij ertoe werd gedwongen om zonder vergunning over te gaan tot het uitvoeren van de werken op zijn perceel. Met de verwerende partij dient te worden vastgesteld dat het verzoekschrift geen enkele verwijzing naar een rechtsregel of een rechtsbeginsel bevat, noch bevat het een aanduiding over de wijze waarop de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant een dergelijke rechtsregel of een rechtsbeginsel verkeerd zou hebben toegepast of hoe zij een substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormvoorschrift zou hebben miskend. X-12.782-2/3 Er dient te worden vastgesteld dat het verzoekschrift geen rechtsmiddel bevat in de zin van het voormelde artikel 2, §1, 2/ van het besluit van de Regent van 23 augustus
- Om deze redenen dient de exceptie te worden aangenomen en is het beroep niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee maart 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, P. LEFRANC, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-12.782-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.012 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div