← België

Arrest 191013 - Wapens - 02/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.013 Rolnummer: A. 191511/VII-37926 Zaak: Arrest 191013 - Wapens - 02/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-05 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-07-02 12:21 Fiche Arrest nr 191.013 van 2 maart 2009 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.013 van 2 maart 2009 in de zaak A. 191.511/XII-

  1. In zake : Herwig BECKERS, die woonplaats kiest bij advocaat S. Mary, kantoor houdende te 1060 Brussel, Afrikastraat 92 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, die woonplaats kiest bij advocaten J. Bouckaert en M. Kestemont-Soumereyn, kantoor houdende te 1000 Brussel, Loksumstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Herwig Beckers op 23 februari 2009 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 11 februari 2009 van de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad dat zijn aanvragen voor het verkrijgen van vergunningen tot het voorhanden hebben van vuurwapens onontvankelijk zijn; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 23 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 februari 2009, om 10.30 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. De Baere, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaten K. Debergh en T. Gernaey, die loco advocaten J. Bouckaert en M. Kestemont-Soumereyn verschijnen voor verwerende partij; XII-5729-1/4 Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur A. Van Steenberge bij beslissing van 31 oktober 2008 van de auditeur-generaal gemachtigd om ter openbare terechtzitting advies te verlenen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. Verzoeker dient op 30 juni 2007 twee aanvragen in tot het verkrijgen van vergunningen tot het voorhanden hebben van een vuurwapen, een eerste voor wapens waarvoor krachtens de wet van 3 januari 1933 op de vervaardiging van, de handel in en het dragen van wapens en op de handel in munitie een vergunning tot het voorhanden hebben was vereist, en een tweede voor wapens die door de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens vergunningsplichtig zijn geworden. De aanvragen worden bij besluit van 11 februari 2009 van de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad onontvankelijk verklaard (artikel 1), eensdeels, omdat verzoeker naliet de gevraagde documenten te bezorgen die het mogelijk moeten maken om na te gaan of hij aan de gestelde voorwaarden voldoet en, anderdeels, omdat hij niet de verschuldigde retributie heeft betaald. Nog volgens de beslissing (artikel 2) beschikt verzoeker over een termijn van acht dagen om de wapens en munitie in zijn bezit aan een erkende persoon af te geven of om ze over te laten of te laten overnemen door een erkende persoon of een persoon die houder is van een vergunning tot voorhanden hebben, in overeenstemming met hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 20 september
  4. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad slechts tot een schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid besluiten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen en dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden. XII-5729-2/4
  5. Verzoeker zet, met betrekking tot de tweede grondvoorwaarde, in het verzoekschrift uiteen dat hij zijn zorgvuldig opgebouwde collectie wapens moet inleveren en dat hij ze zal kwijtspelen omdat de overdracht definitief is. Eén van de mogelijkheden waarin artikel 2 van de bestreden beslissing voorziet is die van afgifte van de wapens en munitie aan een erkende persoon. Het gaat op het eerste gezicht niet om een overdracht in eigendom, maar om een inbewaringgeving. Vooralsnog blijkt uit niets dat die eventuele inbewaringgeving niet omgedaan kan worden gemaakt of worden beëindigd indien uiteindelijk de bestreden beslissing, ter uitvoering waarvan ze is gedaan, vernietigd zou worden. Overigens deelt verzoeker ter terechtzitting een stuk mee dat op 23 februari 2009 is opgesteld en het opschrift “Overdracht van wapens en wapenonderdelen” draagt. Het is een stuk waarmee verzoeker -volgens de uitdrukkelijke verklaring van de raadslieden van verwerende partij- bewijst aan meer vernoemd artikel 2 tegemoet gekomen te zijn. Het vermeldt met zoveel woorden dat de betrokken overdracht aan een erkend wapenhandelaar “voorlopig” is en “als niet bestaande [dient] te worden beschouwd” indien het besluit van 11 januari 2009 “geschorst en/of vernietigd wordt”. De aangevochten beslissing brengt bijgevolg geenszins mee dat verzoeker zijn wapens definitief kwijt is. Het in het verzoekschrift aangevoerde moeilijk te herstellen ernstig nadeel overtuigt niet.
  6. Met het nadeel dat niet overeenkomstig artikel 16, § 2, eerste lid, 6/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State in het verzoekschrift werd aangevoerd, maar voor het eerst ter terechtzitting, kan geen rekening worden gehouden.
  7. Tenminste de tweede grondvoorwaarde voor een schorsing is niet vervuld. Deze vaststelling brengt de verwerping van de vordering mee. XII-5729-3/4 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  8. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee maart 2009, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5729-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.013 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.357 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.