← België

Arrest 191211 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 09/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.211 Rolnummer: A. 108881/X-10507 Zaak: Arrest 191211 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 09/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-21 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 21:28 Fiche Arrest nr 191.211 van 9 maart 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.211 van 9 maart 2009 in de zaak A. 108.881/X-10.

  1. In zake :
  2. Anne-Marie CARLIER,
  3. François DOMBRECHT,
  4. Carlo DUBAERE,
  5. Marcel JOSEPH,
  6. Michel SWENDEN,
  7. Emiel VANDER MEERSCH, die woonplaats kiezen bij advocaat P. JONGBLOET, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen : het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke regering, dat woonplaats kiest bij advocaten M. KESTEMONT-SOUMERYN en J. BOUCKAERT, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Loksumstraat
  8. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Anne-Marie CARLIER, François DOMBRECHT, Carlo DUBAERE, Marcel JOSEPH, Michel SWENDEN en Emiel VANDER MEERSCH op 13 augustus 2001 hebben ingediend om de nietig- verklaring te vorderen “van het Besluit dd. 3 mei 2001 van de Brusselse Hoofd- stedelijke Regering tot goedkeuring van het gewestelijk bestemmingsplan”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 31 maart 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; X-10.507-1/11 Gelet op de beschikking van 9 december 2008 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 9 januari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. VAN NIEUWENHOVE; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. JONGBLOET, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat J. BOUCKAERT, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  9. Feiten 1.
  10. De verzoekende partijen voeren aan de respectieve eigenaars te zijn van een aantal percelen gelegen te Sint-Jans-Molenbeek, kadastraal bekend sectie C, nrs. 58/s5, 58/e4, 58/e10, 581 (deel), 52/m, 91/a, 91/c, 127/a en 58/c
  11. Deze percelen maken deel uit van het zogenaamde Scheutbos. Volgens het bij koninklijk besluit van 28 november 1979 vastgestelde gewestplan voor de Brusselse agglomeratie is het Scheutbos bestemd als “reservegebied”. Door het bij besluit van 3 maart 1995 van de Brusselse Hoofd- stedelijke regering vastgestelde gewestelijk ontwikkelingsplan wordt het Scheutbos deels bestemd tot groengebied en deels tot reservegebied van culturele, historische, esthetische of verfraaiingswaarde. 1.
  12. Bij besluit van 6 oktober 1997 van de Brusselse Hoofdstedelijke regering wordt het Scheutbos als landschap beschermd. 1.
  13. Bij besluit van 6 oktober 1997 van de Brusselse Hoofdstedelijke regering tot vastlegging van het ontwerp van gewestelijk ontwikkelingsplan tot wijziging van het gewestelijk ontwikkelingsplan, vastgelegd op 3 maart 1995 door X-10.507-2/11 de Brusselse Hoofdstedelijke regering, wordt het deel van het Scheutbos dat bestemd was als reservegebied van culturele, historische, esthetische of verfraaiingswaarde, herbestemd als perimeter voor groene ruimten. Het deel dat bestemd was als groengebied wordt herbestemd als gebied voor groene ruimte. 1.
  14. Het bij besluit van 16 juli 1998 van de Brusselse Hoofdstedelijke regering vastgestelde eerste ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan bestemt het Scheutbos tot groengebied, met voor een groot deel de overdruk van culturele, historische, esthetische of verfraaiingswaarde en voor een klein deel de overdruk van hoogbiologische waarde. Tijdens het openbaar onderzoek over dit eerste ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, dienen de verzoekende partijen bezwaren in, waarin zij vragen om de ontworpen bestemming tot groengebied te wijzigen in woongebied. 1.
  15. Het bij besluit van 30 augustus 1999 van de Brusselse Hoofd- stedelijke regering vastgestelde tweede ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan geeft aan het Scheutbos dezelfde bestemming als het eerste ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, met dien verstande dat enkele percelen die niet als landschap beschermd zijn en die in het eerste ontwerp bestemd werden als groengebied, nu bestemd worden als woongebied. Tijdens het openbaar onderzoek over dit tweede ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, dienen de verzoekende partijen opnieuw bezwaren in, waarin zij andermaal vragen om de ontworpen bestemming tot groengebied te wijzigen in woongebied. 1.
  16. In zijn advies van 17 februari 2000 sluit de gemeenteraad van de gemeente Sint-Jan-Molenbeek zich aan bij het verslag van de gemeentelijke stedenbouwdienst, die, enerzijds, voorstelt om de bezwaren te verwerpen waarin gevraagd wordt het Scheutbos te bestemmen tot woongebied en, anderzijds, de bezwaren gunstig adviseert, waarin wordt voorgesteld bepaalde percelen opnieuw tot groengebied te bestemmen. 1.
  17. Op 24 februari 2000, buiten de voorgeschreven termijn, brengt de gemeenteraad van de gemeente Anderlecht zijn advies uit. 1.
  18. Op 28 april 2000 geeft de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie haar advies. Met betrekking tot het Scheutbos stelt zij het volgende: X-10.507-3/11 “Overwegende dat reclamanten vragen: - de groene ruimte te herstellen zoals ze wordt beschreven in GBP 1 teneinde : de groene ruimte te behouden zoals ze er momenteel uitziet, alsook de hoedanigheid van de leefruimte van de wijk. De gemeente Sint-Jans-Molenbeek is voor het behoud van de totaliteit van de site als gebied met hoogbiologische waarde; - een gedeelte van de site (gelegen in het oostelijk gedeelte van de site, naast een gebied voor uitrustingen) te bestemmen als sportgebied om er een sportveld aan te leggen voor het Nederlandstalig atheneum; er werden dan ook reeds contacten gelegd met de eigenaar in verband met de realisatie van dit project. De gemeente Sint-Jans-Molenbeek heeft zich reeds uitgesproken voor dat project; - een gedeelte van het groengebied met hoogbiologische waarde (gelegen in het zuidelijk gedeelte van de site) te bestemmen als woongebied aangezien het gewestplan deze site beschermde als reservegebied (bouwrijp gebied). Die terreinen werden destijds verkaveld als bouwgrond en verkocht tegen de prijs voor bouwgrond. De gemeente Anderlecht had gevraagd het gebied te behouden als bouwgebied en de gemeente Sint-Jans-Molenbeek is gekant tegen een herbestemming als typisch woongebied. De Commissie sprak er zich voor uit het gebied dat bestemd is voor de aanleg van het sportveld van de school te bestemmen als sportgebied, een project dat wordt ondersteund door de gemeente Molenbeek. Zij erkent in het bijzonder het verzoek om de groene ruimte zoals beschreven in het GBP 1 te herstellen: - het rietland, in het zuidoosten, moet worden opgenomen in een groengebied met hoogbiologische waarde, rekening houdende met de grenzen van GBP 1 - het kleine uitgesloten gedeelte in het zuidwesten moet niet in het groengebied worden opgenomen. De Commissie kan niet instemmen met het verzoek om het volledig gebied te bestemmen als een groengebied met hoogbiologische waarde aangezien het gaat om eenvoudige weilanden; ze verwerpt ook het verzoek om een gedeelte van datzelfde gebied te bestemmen als woongebied aangezien deze laattijdige reacties niets veranderen aan deze problematiek, die het voorwerp heeft gevormd van talrijke arbitrages”. 1.
  19. Op 3 mei 2001 beslist de Brusselse Hoofdstedelijke regering het gewestelijk bestemmingsplan goed te keuren. Dit besluit bestemt het Scheutbos tot groengebied, met voor een groot deel het aanvullend voorschrift als gebied van culturele, historische, esthetische waarde of voor stadsverfraaiing en voor een klein deel het aanvullend voorschrift als gebied met hoogbiologische waarde. In de aanhef van het bestreden besluit wordt over het Scheutbos het volgende vermeld: “Overwegende dat indieners van bezwaren verschillende bezwaarschriften hebben ingediend betreffende de site van Scheutbos te Anderlecht; Dat zij vragen de groene ruimte over te nemen zoals die in het eerste ontwerpplan was bepaald, ten einde de groene ruimte te beschermen zoals die vandaag bestaat, alsmede de kwaliteit van de woongelegenheid in de wijk; Dat de gemeente Anderlecht gevraagd heeft de site in bebouwbaar gebied te behouden; X-10.507-4/11 Terwijl de gemeente Sint-Jans-Molenbeek gunstig staat tegenover het behoud van de totaliteit van de site als groengebied met hoogbiologische waarde en zij ongunstig staat tegenover een indeling als woongebied; Dat de site van Scheutbos een beschermd landschap is dat haar een juridisch statuut geeft waardoor zij de hoogste bescherming geniet; Dat het kleine deel gelegen ten zuidwesten van Scheutbos, ingedeeld bij een TW, reeds bebouwde percelen omvat, bestemd voor huisvesting en industrie en dat het niet in een groengebied moet opgenomen worden; Terwijl de site van Scheutbos bestaat uit gewone weiden die niet de minimumwaarde vereisen om integraal te worden opgenomen in een groengebied met hoogbiologische waarde; Dat de site van Scheutbos een bestemming als GG heeft overdrukt door een GCHEWS die haar een vorm van bescherming waarborgt in de zin dat alle handelingen en werken aan de speciale regelen van openbaarmaking moeten worden onderworpen en dat een TW op die site absoluut niet verenigbaar is met het landschappelijk karakter van de plaats, noch met haar juridisch statuut; Dat het gewestelijk ontwikkelingsplan rond deze site een nieuwe perimeter van groene ruimte tekende met een PCHWS; Dat voor de site van Scheutbos derhalve een indeling als GG dient te worden behouden; (...) Overwegende dat sommige indieners van bezwaren tegenstrijdige klachten ingediend hebben in verband met het gebied Scheutbos in Anderlecht; Dat sommige indieners van bezwaren vragen om het groengebied met hoogbiologische waarde, gelegen in het zuidelijk deel van het gebied te wijzigen in typisch woongebied omdat het Gewestplan dit gebied als grondreservegebied (bebouwbaar gebied) beschermd heeft, dat de indieners van bezwaren ondersteunen dat deze terreinen in tempore non suspecto verkaveld werden als bouwgrond en verkocht worden aan de prijs van bouwgrond, dat andere indieners van bezwaren voorstellen om terug te keren naar de bestemming die voorzien was in het eerste ontwerpplan, dat de gemeente van St.-Jans-Molenbeek gewonnen is voor het behoud van het hele gebied als GGHBW en zij niet gunstig staat tegenover de indeling als typisch woongebied; dat het eerste ontwerpplan een GGHBW voorzag die zich uitbreidde naar het Zuidwesten van het gebied, bekend als het Rietland, dat de biologische waarde die aan het Rietland toegekend werd, de kwalificatie als GGHBW verantwoordt, dat de terreinen van het gebied die toebehoren aan de gemeente Anderlecht op de bestaande toestand ingeschreven zijn als onbebouwde begroende gronden en dezelfde eigenschappen vertonen voor het ecologisch systeem als de naastliggende percelen die als GGHBW ingeschreven werden, dat het bijgevolg aangewezen is om in te gaan op de vraag van uitbreiding van het GGHBW in het Zuidwestelijk deel van het gebied hierbij de grenzen volgend van het eerste ontwerpplan”.
  20. Ontvankelijkheid 2.
  21. De verwerende partij betwist in haar memorie van antwoord dat de verzoekende partijen eigenaar zijn van de betrokken percelen en stelt dat hun belang bij de nietigverklaring bijgevolg niet is aangetoond. X-10.507-5/11 2.
  22. De verzoekende partijen voegen bij hun memorie van weder- antwoord uittreksels van de kadastrale legger, waaruit blijkt dat zij wel degelijk eigenaar zijn van de betrokken percelen. Voor wat betreft de eerste, derde en zesde verzoekende partijen, blijken de perceelnummers op deze uittreksels evenwel niet overeen te stemmen met de perceelnummers die in het verzoekschrift werden vermeld. De verzoekende partijen stellen dat die discrepantie te wijten is aan een wijziging van de perceelnummers door de administratie van het kadaster. Zij leggen een lijst voor van de eigenaars van percelen in het Scheutbos van september
  23. 2.
  24. De verwerende partij stelt in haar laatste memorie dat de betrokken verzoekende partijen niet aantonen dat zij eigenaar zijn van de percelen die zij vermelden in het verzoekschrift en dat zij bijgevolg niet doen blijken van het vereiste belang. 2.
  25. Uit de door de verzoekende partijen voorgelegde stukken blijkt in voldoende mate dat zij eigenaar zijn van de betrokken percelen. De verwerende partij, die overigens zelf toegang heeft tot de gegevens van het kadaster, brengt geen gegevens aan die twijfels zouden kunnen doen rijzen over de waarachtigheid van de door de verzoekende partijen voorgelegde stukken. De exceptie is niet gegrond.
  26. Voorwerp van het beroep tot nietigverklaring 3.
  27. De verzoekende partijen stellen in hun verzoekschrift dat het Scheutbos “bestaat uit één homogeen geheel, zodat een nietigverklaring voor het geheel van het Scheutbos zich opdringt”. Een vernietiging, enkel voor wat betreft de percelen van de verzoekende partijen, “zou het Scheutbos omvormen tot een stuk ‘stedenbouwkundig Emmenthal’ en zou leiden tot een onbeschrijflijke chaos”. Zij voegen daar aan toe dat het bestreden besluit precies in zijn geheel moet worden vernietigd, omdat na een gedeeltelijke vernietiging de overheid in de praktijk de volledige ordening van het Scheutbos toch opnieuw zal moeten beoordelen. 3.
  28. De verwerende partij werpt op dat de verzoekende partijen enkel de vernietiging kunnen vorderen voor wat betreft de percelen waarvan zij eigenaar zijn, aangezien zij niet aannemelijk maken dat de partiële vernietiging de algemene economie van het bestreden besluit zou schaden. De verzoekende partijen tonen niet aan waarom het Scheutbos enkel als een planologisch geheel kan worden benaderd. X-10.507-6/11 Bijgevolg doen de verzoekende partijen niet blijken van het rechtens vereiste belang voor wat betreft de andere percelen van het Scheutbos dan degene waarvan zij eigenaar zijn. 3.
  29. De percelen van de verzoekende partijen kunnen niet worden beschouwd als een vanuit planologisch oogpunt isoleerbaar gebied. Veeleer blijkt uit de stukken van het dossier dat de beleidsafweging die voorafging aan het bestreden besluit voor wat betreft het Scheutbos een geheel vormt waarvan geen individuele percelen kunnen worden afgezonderd zonder de beleidsvrijheid van de auteur van het besluit aan te tasten. Het komt aan de auteur van het bestreden besluit toe om, na een gebeurlijke vernietiging, een nieuwe beleidsafweging te maken voor het gehele gebied van het Scheutbos. 3.
  30. Het beroep tot nietigverklaring is bijgevolg gericht tegen het bestreden besluit in de mate dat het de bestemming van het Scheutbos wijzigt.
  31. Ten gronde 4.1.
  32. In een eerste middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, alsook van het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, en het beginsel “van coherentie van het bestuurlijk handelen”. In een eerste onderdeel stellen zij dat een discriminatie wordt ingesteld ten opzichte van andere eigenaars van bouwgronden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die eveneens hun percelen hebben aangekocht tegen de prijs van bouwgrond. De percelen van de verzoekende partijen werden door de overheid sinds 1940 als bouwgrond behandeld, wat blijkt uit het feit dat de belasting op onroerend inkomen uitging van de waarde als bouwgrond en uit de bestemming als reservegebied. Die bestemming vormde immers geen belemmering voor het bebouwen van de betrokken percelen, mits een aantal voorwaarden in acht werden genomen. De nieuwe bestemming als groengebied introduceert evenwel een ongelijke behandeling die niet redelijkerwijze kan worden verantwoord en die bijgevolg in strijd is met de aangevoerde grondwetsbepalingen. In een tweede onderdeel argumenteren zij dat het bestreden besluit een jarenlang vaststaand statuut als bouwgrond abrupt wijzigt. Sinds 1940 heeft de overheid immers het Scheutbos als bouwgrond beschouwd, zoals in het eerste X-10.507-7/11 middelonderdeel werd uiteengezet. De verzoekende partijen hebben hun percelen verworven tegen een prijs voor bouwgronden en geloofden te goeder trouw dat deze percelen bebouwbaar waren. Door de nieuwe bestemming als groengebied worden de verworven rechten van de verzoekende partijen geschonden in strijd met de in dit middel aangevoerde beginselen. 4.1.
  33. De verzoekende partijen gaan in hun eerste middelonderdeel uit van de stelling dat de situatie waarin zij zich bevinden, vergelijkbaar is met die van andere eigenaars van bouwgronden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hun percelen waren evenwel vóór de uitvaardiging van het bestreden besluit niet bestemd als bouwgrond, maar hadden een andere bestemming, met name reservegebied, waardoor bebouwing slechts onder bepaalde voorwaarden mogelijk was, zoals zij zelf betogen. Een deel van het Scheutbos was overigens reeds bestemd als groengebied door het gewestelijk ontwikkelingsplan, vastgesteld op 3 maart
  34. In tegenstelling tot wat de verzoekende partijen voorhouden, is hun situatie bijgevolg niet vergelijkbaar met die van andere eigenaars van bouwgronden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, nu de bestemming van hun gebieden vóór de uitvaardiging van het bestreden besluit reeds in beduidende mate afweek van die van woongebied. Het eerste middelonderdeel is niet gegrond. 4.1.
  35. De door de verzoekende partijen aangevoerde argumenten waaruit moet blijken dat de overheid hun percelen sinds 1940 steeds als bouwgrond zou hebben beschouwd, gaan voorbij aan het feit dat de betrokken percelen door het bij koninklijk besluit van 28 november 1979 vastgestelde gewestplan van de Brusselse agglomeratie de bestemming van reservegebied hebben gekregen, waardoor bebouwing slechts onder bepaalde voorwaarden mogelijk was. De bestemming als groengebied door het bestreden besluit, die overigens voor een aantal percelen al was ingevoerd door het gewestelijk ontwikkelingsplan, vastgesteld op 3 maart 1995, houdt weliswaar nog meer verregaande beperkingen in ten aanzien van de mogelijkheid om te bouwen, maar evenmin kan die nieuwe bestemming worden beschouwd als een abrupte wijziging die van aard is de rechtmatige verwachtingen van de verzoekende partijen te schaden in die mate dat een schending van de aangevoerde beginselen voorligt. Het tweede middelonderdeel is niet gegrond. X-10.507-8/11 4.1.
  36. Het eerste middel is niet gegrond. 4.2.
  37. In een tweede middel voeren de verzoekende partijen de schending aan van de artikelen 3, 9, 28 en 29 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw, van de motiveringsplicht en voeren zij tevens machtsafwending aan. In een eerste onderdeel stellen zij dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie geen rekening heeft gehouden met hun bezwaarschrift dat werd ingediend tijdens het openbaar onderzoek dat voorafging aan het nemen van het bestreden besluit. In een tweede onderdeel argumenteren zij dat de Brusselse Hoofdstedelijke regering enkel kennis heeft genomen van de bezwaren voor wat betreft het kleinste (zuidelijke) gedeelte van het Scheutbos dat is gelegen in Anderlecht en niet voor wat betreft het grootste (noordelijke) gedeelte dat is gelegen in Sint-Jans-Molenbeek. In een derde onderdeel stellen zij dat de beslissing om het hele Scheutbos op te nemen in het groengebied, in het bestreden besluit niet wordt gemotiveerd, terwijl het karakter van bouwgrond van het Scheutbos door de overheid al was erkend sinds de jaren veertig. In de memorie van wederantwoord voegen zij daar nog aan toe dat in de motivering geen wetenschappelijke documenten worden aangehaald om de bestemming van het hele Scheutbos als groengebied te onderbouwen. 4.2.
  38. De verwerende partij betwist de ontvankelijkheid van het tweede middelonderdeel, omdat de verzoekende partijen eigenaar zijn van gronden, gelegen in Sint-Jans-Molenbeek en zij bijgevolg niet kunnen inroepen dat de bestreden beslissing geen rekening zou houden -quod non- met het advies van de gemeenteraad van de gemeente Anderlecht. 4.2.
  39. In het tweede middelonderdeel zoals het wordt geformuleerd door de verzoekende partijen, wordt niet het feit aangevoerd dat geen rekening zou zijn gehouden met het advies van de gemeenteraad van de gemeente Anderlecht, maar wel het feit dat geen rekening zou zijn gehouden met de bezwaarschriften die betrekking hebben op het grootste gedeelte van het Scheutbos, gelegen in Sint-Jans-Molenbeek. De argumentatie van de verwerende partij is derhalve niet ter zake. Nu de verzoekende partijen eigenaar zijn van gronden, gelegen in X-10.507-9/11 Sint-Jans-Molenbeek, en zelfs een bezwaarschrift hebben ingediend, hebben zij wel degelijk belang bij dit middelonderdeel. 4.2.
  40. Uit het advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie blijkt wel degelijk dat het bezwaarschrift van de verzoekende partijen om hun gronden te herbestemmen tot woongebied werd onderzocht, aangezien er in het advies wordt vermeld: “ze verwerpt ook het verzoek om een gedeelte van datzelfde gebied te bestemmen als woongebied aangezien deze laattijdige reacties niets veranderen aan deze problematiek, die het voorwerp heeft gevormd van talrijke arbitrages”. Het eerste middelonderdeel mist feitelijke grondslag. 4.2.
  41. Voor wat het tweede middelonderdeel betreft, blijkt uit de gegevens van het dossier dat de verzoekende partijen een collectief bezwaarschrift hebben ingediend waarin zij geen onderscheid maakten tussen de percelen van het Scheutbos naar gelang hun ligging in Anderlecht of in Sint-Jans-Molenbeek. In de motivering van het bestreden besluit wordt weliswaar gesteld dat “indieners van bezwaren verschillende bezwaarschriften hebben ingediend betreffende de site van Scheutbos te Anderlecht”. Verder in de motivering wordt evenwel verwezen naar het advies van de gemeenten Anderlecht en Sint-Jans-Molenbeek en wordt verscheidene malen verwezen naar “de site van Scheutbos” waarbij uit de context duidelijk kan worden opgemaakt dat zowel het gedeelte te Anderlecht als het gedeelte te Sint-Jans-Molenbeek wordt bedoeld. De conclusie “(d)at voor de site van Scheutbos derhalve een indeling als (groengebied) dient te worden behouden” kan in het licht van deze vaststellingen niet anders worden begrepen dan dat zij ook een onderzoek inhoudt van het bezwaarschrift dat betrekking had op de hele site van het Scheutbos, met name dat van de verzoekende partijen. Het tweede middelonderdeel is niet gegrond. 4.2.
  42. Uit de bespreking van het eerste middel bleek reeds dat er geen sprake is van een abrupte wijziging van de bestemming van de betrokken percelen die van aard is een inbreuk te maken op het vertrouwensbeginsel, het rechts- zekerheidsbeginsel en het beginsel “van coherentie van het bestuurlijk handelen”. Het bestreden besluit motiveert voorts wel degelijk waarom de bestemming als groengebied over het hele gebied van het Scheutbos wordt uitgebreid. De verzoekende partijen tonen niet aan op welke punten die motivering ondeugdelijk zou zijn. X-10.507-10/11 Het verwijt, geformuleerd in de memorie van wederantwoord, dat die motivering niet wordt onderbouwd met “wetenschappelijke documenten” doet niet ter zake, nu de verzoekende partijen niet aannemelijk maken dat de motivering alleen als deugdelijk kan worden beschouwd wanneer dergelijke wetenschappelijke documenten worden voorgelegd. Het derde middelonderdeel is niet gegrond. 4.2.
  43. Het tweede middel is niet gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  44. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  45. De kosten van het beroep, bepaald op 1041,18 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een zesde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen maart 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, P. LEFRANC, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-10.507-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.211 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.