id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.245 Rolnummer: A. 77221/X-11528 Zaak: Arrest 191245 - Onteigeningen - 10/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-18 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 21:37 Fiche Arrest nr 191.245 van 10 maart 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Onteigeningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.245 van 10 maart 2009 in de zaak A. 77.221/X-11.528. In zake : Frans DE BRABANDERE, die woonplaats kiest bij advocaten D. VAN HEUVEN en S. RONSE, kantoor houdende te 8500 KORTRIJK, President Kennedypark 6/24 tegen : de stad HARELBEKE, die woonplaats kiest bij advocaat A. DECLERCK, kantoor houdende te 8530 HARELBEKE, Kortrijksesteenweg 387. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Frans DE BRABANDERE op 22 januari 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 17 november 1997 van de gemeenteraad van Harelbeke waarbij het rooilijnplan met bijhorend onteigeningsplan voor een deel van de Vierkeerstraat te Bavikhove definitief wordt goedgekeurd en de erop aangegeven gronden worden opgenomen in de stadswegenis; Gelet op het arrest nr. 74.004 van 2 juni 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 22 juni 1998 ingediend door Frans DE BRABANDERE; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de beschikking van 22 september 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-11.528-1/10 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 20 november 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 december 2008; Gehoord het verslag van staatsraad J. CLEMENT; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. DE PRETER, die loco advocaat D. VAN HEUVEN verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat Y. FRANÇOIS, die loco advocaat A. DECLERCK verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. De feiten 1.1. De verzoeker is eigenaar van percelen van de Vierkeerstraat te Bavikhove, kadastraal bekend vierde afdeling, sectie B, nrs. 267/e, 305/a, 310/a, 309/a en 268/a. Op het eerstgenoemde perceel bevindt zich de hoeve van de verzoeker. Een kasseiweg die toegang geeft tot zijn hoeve bestrijkt de twee laatstgenoemde percelen. 1.2. Op 7 juli 1997 aanvaardt de gemeenteraad van de stad Harelbeke voorlopig het rooilijn- en onteigeningsplan voor een deel van de Vierkeerstraat te Bavikhove. De rooilijnen en de innames situeren zich voor het overgrote deel op de percelen 309/a en 268/a, meer bepaald op de plaats van de voornoemde kasseiweg. 1.3. Tijdens het openbaar onderzoek, van 10 juli 1997 tot 20 augustus 1997, dient de verzoeker een bezwaarschrift in. Daarin wordt gesteld dat de X-11.528-2/10 kasseiweg geen openbaar karakter heeft en dat de onteigening niet kan verantwoord worden vanuit het begrip “openbaar nut”. 1.4. Op 17 november 1997 wordt het thans bestreden besluit genomen, waarin onder meer het volgende wordt overwogen: “Overwegende dat de kasseiweg tussen de grens van de verkaveling Eigen Erf en Huis en de Vaarnewijkbeek een openbaar karakter heeft en belast is met een recht van openbare doorgang zoals trouwens blijkt uit het verslag van de stedelijke politie van 17.5.1997 en uit de brief van mevrouw Yvonne Dermauw van 18.4.1997; Overwegende dat het - ter wille van het in overeenstemming brengen van de voormelde feitelijke toestand met juridische gevolgen met de administratieve stukken - noodzakelijk is dat een plan wordt opgemaakt waarbij de aangegeven kasseiweg, met zijn bermen, wordt opgenomen in de stadswegenis; Dat deze operatie ook wordt verantwoord door een eis van rechtszekerheid nl. dat men de visu op de bij het bestuur beschikbare plannen kan vaststellen dat het om een openbare weg gaat zonder dat men op de hoogte moet zijn van het publiek gebruik van de kasseiweg; Dat de raad hiermee echter geen afbreuk wil doen aan het vaststaand publiek karakter van de kasseiweg; Dat naast deze kasseiweg bermen zijn gelegen die in de toekomst zullen moeten dienen voor het inwerken van nutsleidingen allerhande zodat er aanleiding is om de rooilijn ruimer te nemen dat de breedte van het huidig wegdek en de ruimte tussen de rooilijnen de breedte te geven zoals op het plan is aangegeven; Overwegende dat de opmaak van een rooilijnplan tevens wordt verantwoord door: • de voorgestelde afschaffing van de buurtweg nr. 22 tussen de Vaarnewijkbeek en de verkaveling ‘Vierschaar’ • de noodzaak de verbinding tussen de Vierkeerstraat aan de Vaarnewijkbeek en Elfbunderen te blijven verzekeren • de noodzaak een ‘beperkte’ ontsluiting te garanderen voor de Drieshoek naar Bavikhove-Dorp omdat de realisatie van de nieuwe N36 dit zal verhinderen; Overwegende derhalve dat het rooilijnplan van de gemeenteweg dient vastgesteld zoals voorgesteld, wat overigens niet noodzakelijk tot gevolg heeft dat de kasseiweg alsdusdanig dient te verdwijnen; Overwegende dat het niet uitgesloten is dat de nodige verwervingen ter realisatie van voormelde rooilijn niet in der minne zullen kunnen gebeuren; Dat echter moet vermeden worden dat de noodzakelijke verwerving van de gronden binnen de rooilijn van de gemeenteweg zoals op het plan aangegeven gehypothekeerd wordt door het niet bereiken van een minnelijk akkoord; Dat inderdaad de aangehaalde motieven voor de opmaak van het rooilijnplan tevens de motieven van openbaar nut voor de opmaak van het onteigeningsplan uitmaken; Dat het aangewezen is daarom een onteigeningsplan te voorzien; (...) 1 a. De bezwaarindieners kunnen niet ernstig ontkennen dat de kasseiweg, in zijn huidige staat en over volle breedte een openbaar karakter vertoont. Er is niet alleen de verklaring van de politie van 17.05.1997 (verklaring waaromtrent geen enkele reden is om aan haar juistheid te twijfelen bij gebreke aan concrete en gestaafde gegevens ter zake). Er is ook de eigen verklaring van de Mevr. Yvonne Dermauw, thans bezwaarindienster, die op 18.04.1997 in het kader van X-11.528-3/10 een ander openbaar onderzoek (nl. over de afschaffing van een gedeelte van de voetweg nr. 22) verklaart dat op de weg zowel autoverkeer, fiets- als voetgangersverkeer de facto plaatsgrijpt en er wordt gedoogd. Ook in het huidige bezwaarschrift van 17.08.1997 wordt door de bezwaarindieners gewezen op het, sinds vele jaren, dogen van verkeer (zie p. 2, zie ook p. 5 en 12 van het bezwaarschrift betreffende het verder dogen van voetgangers- en fietsverkeer). Ter zake is de rechtspraak duidelijk : private percelen worden openbare wegen indien vaststaat dat zij op voldoende duurzame wijze voor het verkeer hebben opengestaan (...). Het bewijs van het publiek gebruik wordt niet alleen gegeven door een politierapport, maar tevens door de belanghebbenden zelf (zie verklaring van 18.04.1997 en huidig bezwaar). Een origineler of sluitender bewijs is niet mogelijk ... Gelet op de recente afsluiting door de familie De Brabandere van de met recht van openbare doorgang belaste kasseiweg heeft de stad overigens proces-verbaal laten opmaken en werd strafklacht neergelegd. De zaak is in onderzoek”. 1.5. Op 13 oktober 1998 machtigt een besluit van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Stedelijk Beleid en Huisvesting de stad Harelbeke tot onteigening over te gaan. 1.6. Bij vonnis van 19 maart 1999 spreekt de correctionele rechtbank van Kortrijk de verzoeker vrij voor het in strijd met artikel 88, 9/ van het Veldwetboek toe-eigenen van voornoemde kasseiweg. In het vonnis wordt geoordeeld dat de kasseiweg een private weg is die geen openbaar karakter heeft. 1.7. Op 6 mei 1999 zegt de vrederechter van het kanton Harelbeke voor recht dat “wegens illegaliteit van het machtigings- en onteigeningsbesluit de vordering tot onteigening tot algemeen nut bij hoogdringendheid niet kan verder gezet (worden) en dus ongegrond is”. Met verwijzing naar het vonnis van 19 maart 1999 overweegt de vrederechter : “Gelet op het feit dat (...)door de strafrechter voor recht is gezegd dat de kasseiweg geen openbare maar wel een private weg is - mitsaldien de buurtweg van 1,5 meter er doorloopt- ... Overwegende dat derhalve de door de onteigende mogendheid gestelde premissie, nl. de rechtszekerheid herstellen en te handhaven ... inzake het openbaar karakter van de bestaande kasseiweg met zijn bermen om tot eenvormig juridisch statuut te komen, grotendeels vervalt”. 2. Ontvankelijkheid 2.1. Exceptie met betrekking tot het voorwerp van het beroep 2.1.1. Aangevoerde exceptie X-11.528-4/10 In haar memorie van antwoord voert de verwerende partij volgende exceptie aan met betrekking tot het voorwerp van het beroep: “Het bestreden besluit dd. 17.11.1997 van de gemeenteraad betreft het voorstel aan de hogere overheid, in casu de Vlaamse regering, om overeenkomstig de haar toegekende machten aan de stad Harelbeke onteigenende macht te verlenen. Dergelijke voorstellen zijn als loutere voorbereidende handelingen, die de hogere overheid niet binden en diens beoordelingsbevoegdheid niet beperken, uit hun aard niet uitvoerbaar en bijgevolg niet aanvechtbaar voor de Raad van State (...). De rechtshandeling waarbij de gemeentelijke overheid -in casu de gemeenteraad- beslist een machtiging tot onteigening te vragen is bijgevolg niet vatbaar voor annulatie door de Raad van State, gezien deze handeling op zich geen rechtsgevolgen voortbrengt, aan de verzoeker geen onmiddellijk nadeel berokkent, en bijgevolg niet griefhoudend kan zijn (...). Deze regel werd in casu reeds bevestigd in de motivering onder punt 3.3.1 van het arrest dd. 02.06.90 waarbij het verzoek tot schorsing werd verworpen. Vruchteloos zou de verzoeker daartegen opwerpen dat de gemeenteraad samen met dit voorstel aan de hogere overheid een onteigenings- en rooilijnplan heeft goedgekeurd. Het is immers duidelijk dat aan dit plan (...) op zich geen enkele uitvoering kan worden gegeven, zolang de hogere overheid de gevraagde machtiging tot onteigening niet verleent. De effectieve onteigening is immers de noodzakelijke voorwaarde opdat de gemeentelijke overheid de gronden zou kunnen verwerven zoals deze op het plan staan aangeduid, met vastlegging van de rooilijn”. 2.1.2. Beoordeling van de exceptie De definitieve vaststelling van het rooilijnplan maakt een niet-afsplitsbaar onderdeel van het bestreden besluit uit. Krachtens artikel 100, § 5 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening kan er geen stedenbouwkundige vergunning worden verleend voor het bouwen, plaatsen van vaste inrichtingen of herbouwen op een stuk grond dat door een rooilijn is getroffen. In zoverre het bestreden besluit een rooilijnplan vaststelt, heeft het het karakter van een definitief uitvoerbaar besluit dat rechtsgevolgen tot stand brengt. De exceptie wordt verworpen. 2.2. Exceptie met betrekking tot het belang van de verzoeker 2.2.1. Aangevoerde exceptie In haar memorie van antwoord voert de verwerende partij volgende exceptie aan met betrekking tot het belang van de verzoeker: X-11.528-5/10 “1. De kasseiweg is - bermen inbegrepen - bezwaard met een recht van openbare doorgang, zoals uitvoerig is aangegeven in de motivering van het bestreden besluit (...). Daarover kan geen ernstige betwisting bestaan, gelet op volgende vaststaande feitelijke gegevens, benevens het bestaan van de bedding zelf :
- a)de verklaring dd. 17.05.97 van de heer VANDEVELDE, politie-inspecteur (...), die verwijst naar de verklaring van Aimé BUYSE, gepensioneerd Veldwachter te Bavikhove : de weg was gedurende gans zijn ambtstermijn, d.w.z. van 1951 tot en met 1982 opengesteld voor openbaar verkeer;
- b)mevrouw Yvonne DERMAUW, moeder van de verzoeker, bevestigt letterlijk in haar bezwaarschrift dd. 18.04.97 tegen de voorgestelde afschaffing van de voetweg (...) : ‘indien men hier het autoverkeer wil verzekeren (waar het nu gedoogd wordt) ... ’; duidelijker bevestiging kan niet;
- c)in zijn bezwaarschrift dd. 17.08.97 (...) moet de verzoeker zelf erkennen dat op de kasseiweg (waarvan hij bevestigt dat hij drie meter breed
- is)verkeer werd gedoogd;
- d)in het aanvullend onderzoek dat deel uitmaakt van het strafdossier voor de Politierechtbank te Kortrijk (...), bevestigt de verbalisant (eerste wachtmeester Frank MAILLIARD van de Rijkswacht te Harelbeke) dat de kasseiweg door de omwonenden voor alle verkeer werd gebruikt, dat er zich ooit een ongeval voordeed met een fietser, dat het traject tweemaal deel uitmaakte van het parcours van een wielerwedstrijd in de jaren ’80, en dat het stadsbestuur er toen wegeniswerken uitvoerde. Het gevolg van dit duurzame openbare gebruik gedurende vele decennia is onbetwistbaar dat de kasseiweg een openbare weg is geworden. Grondpercelen die aan privé-eigenaars toebehoren worden een gemeenteweg, belast met een openbare erfdienstbaarheid van doorgang (te onderscheiden van het verwerven van het eigendomsrecht), van zodra een voortdurend openbaar gebruik is aangetoond (...). 2. Eenmaal een weg ingevolge een voortdurend publiek gebruik bezwaard is met een openbare erfdienstbaarheid van doorgang, kan de eigenaar van de bedding daaraan niet eenzijdig een einde stellen, zoals in casu verzoeker dit heeft pogen te doen door het plegen van een feitelijkheid (plaatsen van betonpaaltjes) (...). Evenmin kan het plaatsen van bordjes ‘private weg’ afbreuk doen aan de openbare erfdienstbaarheid. Vooreerst blijkt dat deze bordjes er gedurende tientallen jaren niet hebben gestaan, namelijk gedurende de 32-jarige ambtstermijn van veldwachter BUYSE (...). Verzoeker ontkent dit wel in zijn verklaring dd. 08.07.97 (zie strafdossier, (...)), maar moet toch impliciet toegeven dat de bordjes er niet altijd hebben gestaan gezien hij er zich toe beperkt te stellen dat ze reeds ‘lang vóór de opruststelling’ van de Veldwachter stonden. Hoe dan ook, de affirmatie van het eigendomsrecht kan nooit afbreuk doen aan het ontstaan van de openbare erfdienstbaarheid van overgang, gezien deze erfdienstbaarheid te onderscheiden is van het verwerven van het eigendomsrecht van de bedding door verjaring. 3. Rekening houdend met dit vaststaand gegeven, kan verzoeker niet staande houden belang te hebben bij de vernietiging van het bestreden besluit, aangezien dit niets anders inhoudt dan een bevestiging van de bestaande feitelijke toestand met de eruit voortgevloeide rechtsgevolgen in een officieel plan, te weten het bezwaard zijn van de X-11.528-6/10 bestaande kasseiweg en bermen met een openbare erfdienstbaarheid van doorgang. Afgezien van het feit dat deze beslissing de rechtszekerheid ten goede komt, wijzigt ze voor de verzoeker niets aan de bestaande toestand, zoals ook duidelijk is aangegeven in het bestreden besluit van 17.11.1997 (zie de alinea’s 4 tot en met 6 van het overwegend gedeelte). Enkel wanneer de hogere overheid beslist de gevraagde machtiging tot onteigening te verlenen, zou dit nieuwe rechtsgevolgen met zich meebrengen, gezien zulk besluit kan leiden tot daadwerkelijke wijziging van het eigendomsrecht, met de daaruit voortvloeiende rechten voor de onteigenende overheid. Zoals hiervoor (...) uiteengezet, kan verzoeker zulk besluit slechts bestrijden nadat de hogere overheid effectief deze machtiging heeft verleend. De gevorderde vernietiging zal geen enkele weerslag hebben op het vaststaande en verkregen recht van openbare doorgang, ter vrijwaring waarvan een strafprocedure werd gestart. 4. Zelfs in de onjuiste hypothese dat er geen recht van openbare doorgang zou bestaan, dient te worden vastgesteld dat de vaststelling van een rooilijnplan als zodanig hoe dan ook geen onmiddellijke tastbare gevolgen kán hebben voor de verzoeker. Op grond van het rooilijnplan alleen - en zolang er geen onteigeningsbeslissing is genomen - kan de verzoeker er in die hypothese immers niet toe verplicht worden het verkeer op zijn eigendom toe te laten, of de uitvoering van openbare werken te dulden. De vernietiging van het bestreden besluit kan de verzoeker dus in geen enkele hypothese enig voordeel verschaffen, zodat hij niet getuigt van het vereiste belang (...)”. 2.2.2. Beoordeling van de exceptie Als gevolg van de in kracht van gewijsde gegane uitspraken van de strafrechter (nr. 1.6) en de burgerlijke rechter (nr. 1.7) is komen vast te staan dat de betrokken kasseiweg geen openbare maar wel een private weg is. Als eigenaar heeft de verzoeker belang bij het aanvechten van een besluit waardoor op zijn perceel een rooilijn wordt vastgesteld, aangezien krachtens artikel 100, § 5 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening er geen stedenbouwkundige vergunning kan worden verleend voor het bouwen, plaatsen van vaste inrichtingen of herbouwen op een stuk grond dat door een rooilijn is getroffen. 3. De gegrondheid van de vordering 3.1. Het aangevoerde vierde middel In het vierde middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke X-11.528-7/10 motivering van de bestuurshandelingen en van het algemene rechtsbeginsel dat aan publieke overheden de plicht oplegt hun beslissingen formeel en materieel te motiveren. In het verzoekschrift wordt het middel onder meer als volgt toegelicht: “In de bestreden beslissing wordt uitgegaan van talrijke onjuiste, minstens betwistbare premisses en argumenten, derwijze dat het besluit van 17 november 1997 ontoereikend gemotiveerd is. # 1. Geen openbare weg 1. Verwerende partij gaat al te lichtvaardig uit van de hypothese dat de kasseiweg onbetwist een openbaar karakter heeft en over zijn volledige breedte van de weg (én zijn bermen) een recht van openbare doorgang zou hebben. 2. Niets is echter minder vanzelfsprekend, en dit om volgende redenen : 2.1. De familie De Brabandere, waaronder verzoeker, heeft de voetweg nr. 22 alsdusdanig steeds gerespecteerd, maar heeft zich tegelijk het privaat karakter van de (rest van
- de)kasseiweg voorbehouden en veruitwendigd, aanvankelijk door slagbomen -waarvan de restanten ter plaatse nog duidelijk zichtbaar zijn-,vervolgens door het aanbrengen aan de beide uiteinden van een naambord met de vermelding ‘private weg’ en tenslotte ook nog door het aanbrengen van verkeershinderende paaltjes. 2.2. Verwerende partij kan zich niet beroepen op een inbezitname animus domini, noch op een regelmatig onderhoud van de betwiste weg. De kasseiverharding bevindt zich trouwens nog steeds in de oude en oorspronkelijke toestand, naar alle waarschijnlijkheid van vóór de aantekening van de weg op de Atlas der Buurtwegen. Deze toestand staat in schril contrast met de straatverharding van de omgeving en levert het levend bewijs op dat de kasseiweg door de gemeentelijke overheid nooit werd beschouwd als een verbindingsweg en nooit deel heeft uitgemaakt van het openbaar domein. 2.3. Tot onlangs heeft verwerende partij nooit betwist dat de kasseiweg wel degelijk een private weg was. In dit verband mag uitdrukkelijk verwezen worden naar het verslag van de verkeerscommissie dd. 28 november 1995 waarin de betwisting kasseiweg ter sprake komt en hierover wordt gesteld : ‘Deze private weg blijkt niet volledig privaat te zijn. Bij nazicht is gebleken dat hier een voetweg overloopt van 1,5 m breedte. De eigenaar van dit straatje kan bijgevolg deze straat niet volledig afsluiten ... ... dat hij op eigen initiatief bordjes ‘private weg’ kan plaatsen en eventueel ook een bord C 1 met uitgezonderd fietsers. Indien betrokkene de doorgang wil afsluiten moet hij in elk geval een vrije doorgang laten van 1,5 meter’. 2.4. Verzoeker legt nog een verklaring voor van een buurtbewoonster, mevrouw Delaere, die in 1980 op de wijk Ter Couteren kwam wonen, en die uitdrukkelijk getuigt dat er op dat ogenblik bordjes ‘private weg’ geplaatst waren aan de beide kanten van de kasseiweg. Recent werd één van de bordjes wegens vetusteit vernieuwd, terwijl het andere zich nog in zijn originele toestand bevindt. 2.5. Tenslotte heeft verwerende partij zélf het zogenaamd vervangend tracé van de voetweg nr. 26 (waarmee voorheen voetweg nr. 22 één geheel uitmaakte) ter hoogte van de Rijksweg precies op dezelfde manier afgebakend als verzoeker thans doet, m.n. met twee paaltjes. 3. Op heden is er een strafprocedure lopende waarbij de essentiële vraag is of de weg al dan niet een privaat of openbaar karakter heeft. Er wordt trouwens in de bestreden beslissing verwezen naar de strafprocedure. X-11.528-8/10 Het is onaanvaardbaar dat verwerende partij nog vooraleer de strafrechter uitspraak doet een rooilijnplan aanvaardt vanuit een -stellig betwiste- hypothese dat de kasseiweg (en verzoeker zwijgt dan nog over de ‘berm’) over zijn volledige breedte én over de ‘bermen’ een openbaar karakter zou hebben, ten zeerste quod non ! (...) # 5. Geen deugdelijke verantwoording voor de onteigening. 1. Verwerende partij verantwoordt de geplande onteigening door een verwijzing naar het feit dat verzoeker zich verzet tegen de kwalificatie van de kasseiweg (met bijgaande ‘berm’) tot een openbare weg. 2. Een onteigeningsprocedure, die enkel maar ten algemene nutte kan gebeuren (art. 16 van de Grondwet), is echter niet noodzakelijk om een vrije doorgang te verzekeren indien de basishypothese van verwerende partij, m.n. een ‘vaststaand publiek karakter van de kasseiweg’ inderdaad zo vaststaand is. De procedure die op rechtstreekse dagvaarding van verwerende partij wordt gevoerd voor de Politierechter volstaat dan. Indien het juist zou zijn dat de kasseiweg een openbaar karakter heeft, quod non, dan zal de strafrechter verzoekende partij verplichten de openbare doorgang toe te laten, terwijl verwerende partij dan de nodige onderhoudswerken zou kunnen uitvoeren. 3. Met andere woorden, noch de noodzaak van een rooilijn, noch een noodzaak tot onteigening, wordt in de bestreden beslissing naar voldoening gemotiveerd”. 3.2. Beoordeling van het vierde middel De materiële motiveringsplicht brengt mee dat het bestreden besluit moet steunen op draagkrachtige motieven die in feite en in rechte aanvaardbaar zijn, die pertinent zijn en die de genomen beslissing moeten verantwoorden. Het uitgangspunt van het bestreden besluit is dat de betrokken kasseiweg beschouwd moet worden als een openbare weg. Als gevolg van de in kracht van gewijsde gegane uitspraken van de strafrechter (nr. 1.6) en de burgerlijke rechter (nr. 1.7) is komen vast te staan dat de betrokken kasseiweg geen openbare maar wel een private weg is. Aangezien het uitgangspunt van het bestreden besluit onjuist is voldoet het niet aan de materiële motiveringsplicht. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Vernietigd wordt het besluit van 17 november 1997 van de gemeenteraad van Harelbeke waarbij het rooilijnplan met bijhorend onteigeningsplan voor een deel van de Vierkeerstraat te Bavikhove definitief wordt X-11.528-9/10 goedgekeurd en de erop aangegeven gronden worden opgenomen in de stadswegenis. Artikel 2. De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien maart 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. CLEMENT, staatsraad, S. DE TAEYE, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-11.528-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.245 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.74.004 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div