← België

Arrest 191252 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 10/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.252 Rolnummer: A. 189100/XIV-30447 Zaak: Arrest 191252 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 10/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-18 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 21:40 Fiche Arrest nr 191.252 van 10 maart 2009 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.252 van 10 maart 2009 in de zaak A. 189.100/XIV-30.

  1. In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat S. MICHOLT, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Maria Van Bourgondiëlaan 7B tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Russische nationaliteit, op 25 juli 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 13.448 van 30 juni 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 3152 van 31 juli 2008 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur R. VAN DEN EECKHOUT, op grond van artikel 19 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 4 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 februari 2009; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat H. VAN NIJVERSEEL die, loco Advocaat S. MICHOLT verschijnt voor de verzoekende partij en van Attaché Kr. GOOSSENS, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-30.447-1/3 Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Over de ontvankelijkheid van het beroep. 1.
  3. Overwegende dat in een enig middel, afgeleid uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en van artikel 39/76 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, verzoekster laat gelden dat in de huidige Vreemdelingenwet aan de kandidaat-vluchteling in het kader van zijn procedure voor de Raad voor Vreemdelingenbe- twistingen tegen de afwijzende beslissing van het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen niet de mogelijkheid gegeven wordt om te antwoorden op de repliekmemorie van het Commissariaat-generaal, dat bijgevolg de rechten van verdediging van een kandidaat-vluchteling worden geschonden gezien deze niet meer kan antwoorden op de argumentatie van het Commissariaat-generaal voor de Raad voor Vreemdelingenbe- twistingen, dat daarenboven ook het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden aangezien dit wel mogelijk is met betrekking tot de annulatieberoepen waar de verzoekende partij wel degelijk nog de kans heeft om te antwoorden op de argumentatie van de tegenpartij, dat in tegenstelling tot het annulatieberoep de kandidaat-vluchteling niet de mogelijkheid heeft om tijdens de procedure met volle rechtsmacht nieuwe elementen voor te leggen noch te antwoorden op de argumentatie van de verwerende partij, dat over deze problematiek minstens volgende vraag aan het Grondwettelijk Hof dient te worden gesteld: “Schendt artikel 39/76 van Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen gewijzigd door artikel 175 van de wet van 15 september 2006 tot hervorming van de Raad van State en de oprichting van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, artikel 10 en 11 van de Grondwet juncto het algemeen rechtsbeginsel van de rechten van verdediging en die de mogelijkheid van de vreemdeling afneemt om nieuwe elementen voor de administratieve rechter voor te leggen tijdens de hangende procedure?”; 1.
  4. Overwegende dat, in zoverre verzoekster aanvoert dat de rechten van verdediging en het gelijkheidsbeginsel zijn miskend doordat zij niet in de mogelijkheid is gesteld om te antwoorden op de argumentatie van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, het om een nieuw middel gaat, dat zij nagelaten heeft te gelegener tijd aan het oordeel van de feitenrechter te onderwerpen, en derhalve niet in aanmerking kan worden genomen; dat, in zoverre zij laat gelden dat de rechten van verdediging en het gelijkheidsbeginsel zijn geschonden doordat tijdens de procedure met XIV-30.447-2/3 volle rechtsmacht voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geen nieuwe elementen mogen worden aangebracht, het middel niet dienend is; dat noch uit het rechtsplegingsdos- sier, noch uit het bestreden arrest kan worden afgeleid dat men verzoekster verhinderd zou hebben nieuwe gegevens aan te brengen of dat de door haar aangevoerde nieuwe gegevens zouden zijn geweerd; dat het enig middel niet ontvankelijk is; dat er dan ook geen reden bestaat om in deze -zoals door verzoekster gevraagd- het Grondwettelijk Hof te raadplegen; 1.
  5. Overwegende dat, aangezien het enig middel niet ontvankelijk is, het beroep zelf niet ontvankelijk is;
  6. Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; dat het cassatieberoep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  7. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien maart tweeduizend en negen, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, B. TETTELIN, griffier. De griffier, De voorzitter, B. TETTELIN. A. BEIRLAEN. XIV-30.447-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.252 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.