id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.255 Rolnummer: A. 188737/XIV-30396 Zaak: Arrest 191255 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 10/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-18 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-29 21:41 Fiche Arrest nr 191.255 van 10 maart 2009 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.255 van 10 maart 2009 in de zaak A. 188.737/XIV-30.
- In zake : XXX, wonende te 3000 LEUVEN, Emile Mathieustraat 1/302 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraanse nationaliteit, op 26 juni 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 12.275 van 4 juni 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 3025 van 8 juli 2008 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gelet op het verzoek tot voortzetting teneinde te worden gehoord van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 3 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 februari 2009; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; XIV-30.396-1/3 Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat A. NAVASARTIAN verschijnt voor de verzoekende partij en van Attaché Kr. GOOSSENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat artikel 14, derde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State bepaalt: “De memorie van wederantwoord of de toelichtende memorie heeft de vorm van een samenvattende memorie waarin alle argumenten van de verzoekende partij op een rij worden gezet. Behoudens wat de ontvankelijkheid van het beroep en van de middelen betreft, doet de Raad van State uitspraak op basis van de samenvattende memorie”; dat deze bepaling nodig werd geacht gezien de beperkte tijd waarover de Raad van State beschikt om over toelaatbaar verklaarde cassatieberoepen uitspraak te doen en de voorrang welke bijgevolg aan de behandeling van deze beroepen moet worden gegeven; dat de kamer bij wie dergelijk beroep aanhangig is daarover immers uitspraak dient te doen binnen zes maanden na de beschikking over de toelaatbaarheid (artikel 20, § 4 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State); dat, gelet op deze vrij korte termijn in de memorie van wederantwoord de argumentatie moet worden samengevat die ter vernietiging van de aangevochten beslissing wordt aangebracht zodat de organen van de Raad van State hieraan geen tijd meer hoeven te besteden; dat alleen al aan de hand van dit processtuk het duidelijk moet zijn welke de precieze argumentatie van de verzoekende partij is; dat dit inhoudt dat de aangevoerde cassatiemiddelen er minstens summier doch volledig in worden opgenomen; dat de memorie van wederantwoord niet beantwoordt aan het bepaalde in artikel 14, derde lid, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 en het beroep bijgevolg moet worden verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. XIV-30.396-2/3 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien maart tweeduizend en negen, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, B. TETTELIN, griffier. De griffier, De voorzitter, B. TETTELIN. A. BEIRLAEN. XIV-30.396-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.255 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.