← België

Arrest 191305 - O.C.M.W. - 12/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.305 Rolnummer: A. 148950/VII-31838 Zaak: Arrest 191305 - O.C.M.W. - 12/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-20 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 22:06 Fiche Arrest nr 191.305 van 12 maart 2009 Sociale zaken en volksgezondheid - O.C.M.W. Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.305 van 12 maart 2009 in de zaak A. 148.950/VII-31.

  1. In zake : het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Watermaal-Bosvoorde, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BOURTEMBOURG, kantoor houdende te BRUSSEL, Zwitserlandstraat 24 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Watermaal-Bosvoorde op 17 maart 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 14 november 2003 houdende gelijkstelling van voorzieningen, gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met de in het kader van de zorgverzekering van rechtswege erkende voorzieningen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur I. VOS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 5 februari 2009 waarbij wordt bepaald dat de zaak met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de gecoördi- neerde wetten op de Raad van State, door één lid van de kamer wordt behandeld; VII-31.838-1/4 Gelet op de beschikking van 5 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 maart 2009; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. VANDEVOORDE die, loco advocaat J. BOURTEMBOURG verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat S. CALLENS die, loco advocaat B. STAELENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur I. VOS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : Het bestreden besluit werd inmiddels, met ingang van 9 november 2007, opgeheven door artikel 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 9 november 2007 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 september 2001 houdende de erkenning, de registratie en de machtiging, en houdende de aansluiting, de aanvraag en de tenlasteneming in het kader van de zorgverzekering en tot opheffing van de besluiten betreffende de gelijkstelling van voorzieningen, gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met de in het kader van de zorgverzekering van rechtswege erkende voorzieningen. Op 11 maart 2008 heeft het auditoraat aan de raadsman van de verzoekende partij gevraagd om zo spoedig mogelijk mee te delen of zijn cliënt nog belang meent te hebben bij de nietigverklaring van het bestreden besluit en, desgevallend, waarin dit belang heden volgens hem nog bestaat. Deze vraag werd herhaald op 24 april
  3. Een verzoekende partij heeft in principe geen belang meer om de nietigverklaring van een reglementair besluit te vorderen dat in de loop van het geding werd opgeheven en -zoals te dezen- vervangen door een ander besluit, tenzij zij vooralsnog aannemelijk maakt dat zij een actueel belang bij het beroep heeft behouden. Een verzoekende partij moet, wil zij haar belang bij het ingestelde beroep bewaren, een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor haar proces VII-31.838-2/4 vertonen. Om die reden moet zij haar medewerking verlenen telkens haar daartoe wordt verzocht. Dit impliceert dat wanneer haar belang in vraag wordt gesteld, het aan haar staat daarover een standpunt in te nemen. Wanneer zij verzuimt om te antwoorden op brieven vanwege het auditoraat die informeren naar haar actueel belang, geeft de verzoekende partij geen blijk van een voortdurende en ononderbro- ken belangstelling voor het door haar ingeleide beroep. Te dezen heeft de auditeur tweemaal bij de verzoekende partij geïnformeerd naar haar actueel belang. Geen van beide brieven werd beantwoord. De verzoekende partij geeft bijgevolg geen blijk van een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor het door haar ingediende beroep en toont minstens haar actueel belang niet aan. In haar laatste memorie, ingediend na de inzage van het auditoraatsverslag waarin om die reden tot de verwerping van het beroep wordt besloten, stelt zij enkel : "Mijn cliënt heeft kennis genomen van het verslag van uw auditoraat. Ze heeft eraan niets toe te voegen". Het beroep is onontvankelijk, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-31.838-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf maart tweeduizend en negen, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-31.838-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.305 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.