← België

Arrest 191306 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 12/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.306 Rolnummer: A. 166219/VII-34617 Zaak: Arrest 191306 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 12/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-20 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-29 22:07 Fiche Arrest nr 191.306 van 12 maart 2009 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.306 van 12 maart 2009 in de zaak A. 166.219/VII-34.

  1. In zake : de stichting HUBI en VINCIANE, stichting van openbaar nut, gevestigd te LEUVEN, Brouwersstraat 1, bus 10 tegen : de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant, die woonplaats kiest bij advocaat M. VAN DIEVOET, kantoor houdende te BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de stichting HUBI en VINCIANE, stichting van openbaar nut, op 12 september 2005 heeft ingediend om de vernieti- ging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 7 juli 2005 waarbij haar een provinciale subsidie in het kader van het provinciaal reglement inzake de toekenning van subsidies internatio- nale samenwerking wordt geweigerd; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het verzoekschrift tot voortzetting van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 5 februari 2009 waarbij wordt bepaald dat de zaak met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, door één lid van de kamer wordt behandeld; VII-34.617-1/5 Gelet op de beschikking van 5 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 maart 2009; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van gedelegeerd bestuurder P. VAN ASSCHE en voorzitter C. VAN ASSCHE, die verschijnen voor de verzoekende partij, en van advocaat F. VAN DIEVOET die, loco advocaat M. VAN DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur W. WEYMEERSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  3. De rechtspleging De verzoekende partij dient ter terechtzitting een pleitnota in. Een dergelijk stuk is niet voorzien in het toepasselijke procedurereglement. Om die reden dient deze pleitnota uit de debatten te worden geweerd.
  4. De feiten 2.
  5. Op 30 december 2004 dient de verzoekende partij een aanvraag in tot het verkrijgen van een provinciale subsidie in het kader van de internationale samenwerking. 2.
  6. De "adviescommissie ontwikkelingssamenwerking" stelt dat de verzoekende partij niet in aanmerking komt voor subsidiëring aangezien zij geen vzw is maar een instelling van openbaar nut en zij bovendien geen deel uitmaakt van het samenwerkingsverband "CDI-Bwamanda-Memisa". VII-34.617-2/5 2.
  7. Op 7 juli 2005 wordt dan het thans bestreden besluit genomen. Er wordt geen subsidie toegekend. Dit besluit is meer bepaald als volgt gemotiveerd : "Zoals bepaald in artikel 9 van het provinciaal reglement inzake de toekenning van subsidies voor internationale samenwerking (werd) de subsidieaanvraag voor advies voorgelegd aan een adviescommissie ontwikkelingssamenwerking. Volgens artikel 1 van dit reglement dient de kandidaat-subsidietrekker een erkende N.G.O. te zijn, of een vzw die werkt in een samenwerkingsverband met een erkende NGO. Stichting Hubi en Vinciane, Brouwersstraat 1/10, 3000 Leuven voldoet hieraan niet en komt daarom niet in aanmerking voor subsidies".
  8. De ontvankelijkheid 3.
  9. In de memorie van antwoord verwijst de verwerende partij naar artikel 16 van de statuten van de verzoekende partij, volgens hetwelk voor rechtsvorderingen de raad van beheer namens de stichting als eiser of als verweerder optreedt, door de zorg van de voorzitter of een daartoe aangewezen lid van de raad. Zij stelt niet te weten of een algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid werd gedelegeerd aan één of meer bestuurders. Zij kan in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad "geen één- of meerhandtekeningsclausule terugvinden". Zij besluit dat het verzoekschrift dat enkel werd ondertekend door Piet VAN ASSCHE in zijn hoedanigheid van "afgevaardigd beheerder" niet ontvankelijk is. 3.
  10. In de memorie van wederantwoord stelt de heer Piet VAN ASSCHE, afgevaardigd beheerder van de verzoekende partij, die namens die verzoekende partij het verzoekschrift en de memorie van wederantwoord heeft ondertekend, dat hij als afgevaardigd beheerder nauwkeurig de leden van de raad van beheer "tijdens en buiten de vergaderingen van deze raad op de hoogte (heeft) gehouden en de goedkeuring (heeft) gekregen van alle te ondernemen stappen". Hij voegt er aan toe : "Wij durven te hopen dat de Raad van State het standpunt van de verwerende partij niet volgt en voorrang geeft te beslissen over de essentie van deze procedure namelijk de interpretatie van de negatieve beslissing van de Bestendige Deputatie van de Provincie Vlaams Brabant". 3.
  11. De statuten van de verzoekende partij, zoals die aan de Raad van State werden meegedeeld, bepalen in artikel 16 dat de raad van beheer namens de stichting als eiser of als verweerder in rechtsvorderingen optreedt door de zorg van de voorzitter of van een daartoe aangewezen lid van de raad. VII-34.617-3/5 In deze statuten wordt ook bepaald dat Luc EYCKMANS als voorzitter wordt aangeduid, doch slechts tot 31 december
  12. Er werden geen wijzigingen van de statuten meegedeeld. De verzoekende partij legt evenmin een document voor waaruit blijkt dat een lid van de raad van beheer belast werd met de "zorg" in rechtsvorderingen op te treden. Het is in dat verband onvoldoende te stellen dat de leden van de raad van beheer nauwkeurig op de hoogte werden gehouden. Dit werd met zoveel woorden uiteengezet in het verslag van de eerste auditeur die adviseert het beroep als niet ontvankelijk te verwerpen. De vaststellingen en gevolgtrekkingen van de eerste auditeur worden niet weerlegd door de verzoekende partij, die er zich toe beperkt de voortzetting te vragen van de rechtspleging. Het beroep is niet ontvankelijk, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  13. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  14. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf maart tweeduizend en negen, door : de HH. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, VII-34.617-4/5 D. DECOCK. E. BREWAEYS. VII-34.617-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.306 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.