← België

Arrest 191441 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.441 Rolnummer: A. 169902/X-12682 Zaak: Arrest 191441 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-27 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 22:28 Fiche Arrest nr 191.441 van 16 maart 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.441 van 16 maart 2009 in de zaak A. 169.902/X-12.

  1. In zake :
  2. Peter MAUL,
  3. Marie ZIRKEL, die woonplaats kiezen bij advocaat K. LENS, kantoor houdende te 2800 MECHELEN, Grote Nieuwedijkstraat 417 tegen : de gemeente ROTSELAAR, die woonplaats kiest bij advocaat B. BEELEN, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Justus Lipsiusstraat
  4. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Peter MAUL en Marie ZIRKEL op 31 januari 2006 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 24 oktober 2005 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente ROTSELAAR waarbij hun weekendverblijf gelegen te Werchter, Olifant, kadastraal bekend sectie D, nr. 257/w wordt opgenomen in het vergunningenregister als bouwovertreding; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 9 januari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 6 februari 2009; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; X-12.682-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat S. BOGAERTS, die loco advocaat K. LENS verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat J. VANSTIPELEN, die loco advocaat B. BEELEN verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
  5. De feiten De verzoekende partijen zijn eigenaar van een weekendverblijf in de gemeente Rotselaar. Het betreffende onroerend goed is volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan Leuven, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 april 1977, gelegen in natuurgebied. Op 24 oktober 2005 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Rotselaar om een reeks weekendverblijven, waaronder dit van de verzoekende partijen, “als bouwovertreding” in het vergunningenregister op te nemen. De motivering van deze beslissing luidt: “
  6. Het College, Overwegende dat de 42 chalets (waarvan lijst in bijlage) zonder wettelijke stedenbouwkundige vergunning opgericht werden in natuurgebied in de periode tussen 1962 en
  7. Overwegende dat volgens artikel 96, §4 tweede lid van het DRO, deze constructies (gezien de periode van oprichting) eventueel in aanmerking kunnen komen voor een opname in het vergunningenregister met het vermoeden van geacht vergund te zijn; Overwegende dat deze vakantieverblijven door Rohm in 2002 als bouwovertreding geverbaliseerd werden; Gelet op artikel 146 van DRO waarin natuurgebieden als kwetsbare gebieden worden gecatalogeerd; Aangezien de overtredingen in kwetsbaar gebied gelegen zijn, treedt normaliter de vijfjarige verjaring niet in. Deze overtredingen zijn immers een voortdurend misdrijf. Beslist: Art. 1 : De weekendverblijven, waarvan overzicht in bijlage, op te nemen in het vergunningenregister als bouwovertreding en het proces-verbaal te laten gelden als wettelijk bewijs van het tegendeel van het weerlegbaar vermoeden van vergund te zijn”. X-12.682-2/5
  8. De ontvankelijkheid De verwerende partij werpt in haar memorie van antwoord de volgende exceptie van onontvankelijkheid op: “Verwerende partij is de mening toegedaan dat verzoekende partijen geen belang hebben om de bestreden beslissing aan te vechten nu dit geen voor vernietiging vatbare akte of reglement is overeenkomstig art. 14§1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dd. 12 januari 1973; Verwerende partij is de mening toegedaan dat er geenszins sprake is van een akte in de zin van een bestuurshandeling met individuele strekking die rechtsgevolgen ressorteert; Verwerende partij is eveneens de mening toegedaan dat het geen reglement betreft in de zin van art. 14§1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; (...) Dat aldus het vergunningenregister overeenkomstig art. 96 een geïnformatiseerd gegevensbestand is over de perceelsgebonden informatie; Dat hieruit dus geen individuele gevolgtrekkingen uit voortvloeien voor de betrokkenen; Dat het hier dus in wezen geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling betreft overeenkomstig art. 14§1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en derhalve het verzoekschrift tot nietigverklaring van de bestreden beslissing als onontvankelijk dient te worden afgewezen; Bovendien en louter volledigheidshalve wenst verwerende partij ook nog op te merken dat het vergunningenregister nog niet werd overgemaakt aan de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar zoals art. 191 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening dd. 18.05.1999 voorschrijft; Er is met andere woorden nog geen verslag van de gewestelijk stedenbouwkundige ambtenaar voorhanden zodat hic et nunc de bestreden beslissing nog maar een voorlopige beslissing is en zeker geen eindbeslissing. Het is nog maar in een voorbereidende fase en derhalve is het verzoekschrift tot nietigverklaring tegen de bestreden beslissing niet ontvankelijk”. Luidens artikel 96, § 1, eerste en tweede lid van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna: DRO) is het vergunningenregister een “geïnformatiseerd gegevensbestand over de perceelsgebonden informatie met betrekking tot de ruimtelijke ordening en de stedenbouw op het grondgebied van een gemeente” dat “voor het hele grondgebied van de gemeente minstens de (in deze bepaling opgesomde) informatie per kadastraal perceel” bevat. Onder Hoofdstuk I “Informatieverplichtingen” van Titel IV van hetzelfde decreet in artikel 134, § 3 is bepaald dat het vergunningenregister toegankelijk is voor het publiek en dat er uittreksels uit verkregen kunnen worden. Uit deze bepalingen blijkt dat het vergunningenregister een louter informatief karakter heeft, dat de inhoud ervan “geen invloed (heeft) op de stedenbouwkundige status” van het betrokken onroerend goed (Memorie van Toelichting, Parl. St. Vl.P. 1998-1999, stuk 1332, nr. 1, 79, en Verslag, Parl. St. Vl. X-12.682-3/5 P. 1998-1999, stuk 1332, nr. 8, 17) en dat de vermeldingen in het vergunningenregister aldus geen constitutief, maar een louter declaratoir karakter hebben. Luidens artikel 98 DRO is het college van burgemeester en schepenen overigens verantwoordelijk voor de overeenstemming van het vergunningenregister met de stukken die erin moeten worden opgenomen. Uit hetgeen voorafgaat volgt dat een vermelding in het vergunningenregister -ook al zou deze niet terecht zijn- de werkelijke rechtstoestand van het betrokken eigendom niet vermag te wijzigen. A fortiori zijn beslissingen die worden genomen met het oog op het opmaken van het vergunningenregister geen voor vernietiging vatbare akten. Nog daargelaten de vraag of het bestreden besluit geen voorbereidende handeling is, is het beroep derhalve niet ontvankelijk.
  9. De kosten In hun laatste memorie vragen de verzoekende partijen om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, omdat deze liet uitschijnen dat haar beslissing een eindbeslissing was en zij zodoende de verzoekende partijen had misleid. Gelet op de redenen waarom in dit arrest tot de onontvankelijkheid van het beroep wordt besloten, kan op deze vraag niet worden ingegaan. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. X-12.682-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien maart 2009, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, P. LEFRANC, staatsraad, J. VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, Mevr. T. TEMMERMAN, griffier. De griffier, De voorzitter, T. TEMMERMAN. R. STEVENS. X-12.682-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.441 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.