id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.458 Rolnummer: A. 189626/XIV-30595 Zaak: Arrest 191458 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 16/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-09 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 22:34 Fiche Arrest nr 191.458 van 16 maart 2009 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.458 van 16 maart 2009 in de zaak A. 189.626/XIV-30.
- In zake : XXX, die woonplaats kiezen bij advocaat S. MICHOLT, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Maria van Bourgondiëlaan 7B tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX en XXX, van Irakese nationaliteit, op 9 september 2008 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 15.107 van 22 augustus 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 3413 van 15 oktober 2008 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 19 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 11 december 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 februari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. VANHERCK, die loco advocaat S. MICHOLT verschijnt voor de verzoekende partijen en van attaché A. VAN DE VOORDE, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-30.595-1/3 Gehoord het eensluidend advies van auditeur R. VAN DEN EECKHOUT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partijen in een enig middel de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet en van artikel 39/76 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, (Vreemdelingenwet) opwerpen en aanvoeren dat zij niet de gelegenheid hebben gehad op de repliekmemorie van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen te antwoorden, dat daardoor de rechten van verdediging worden geschonden, dat ook het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden omdat een verzoekende partij in annulatieberoepen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen wel op de argumentatie van de tegenpartij kan antwoorden, dat de vreemdeling-asielzoeker ook niet de kans heeft om nieuwe elementen voor te leggen en dat over die problematiek minstens een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof moet worden gesteld; Overwegende dat uit de stukken waarop de Raad van State vermag acht te slaan niet blijkt - en de verzoekende partijen ook niet aanvoeren - dat zij voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de in het middel vermelde grieven betreffende de beweerde schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet hebben aangevoerd, noch dat zij een antwoord op de repliekmemorie van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen hebben willen indienen; dat het middel in die mate niet-ontvankelijk is; Overwegende dat artikel 39/76 van de Vreemdelingenwet wel degelijk de mogelijkheid voorziet om nieuwe gegevens voor te leggen, doch dat de door de verzoekende partijen neergelegde stukken door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in de punten 2.5 en 2.7 van het bestreden arrest op omstandig gemotiveerde wijze als niet bewijskrachtig zijn beoordeeld; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de door de verzoekende partijen ingediende stukken dus in zijn beoordeling heeft betrokken, zodat het middel in die mate feitelijke grondslag mist; dat de beantwoording van de prejudiciële vraag dienaangaande niet dienstig voor de oplossing van het geschil is; Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; dat het cassatieberoep wordt verworpen, XIV-30.595-2/3 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien maart tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-30.595-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.458 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.