id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.462 Rolnummer: A. 183384/XIV-29551 Zaak: Arrest 191462 - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen - 16/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-26 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 22:36 Fiche Arrest nr 191.462 van 16 maart 2009 Vreemdelingen - Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen Beslissing : Voortzetting Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.462 van 16 maart 2009 in de zaak A. 183.384/XIV-29.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat S. VAN ROSSEM, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Boomgaardstraat 93 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Nepalese nationaliteit, op 18 mei 2007 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 12 april 2007 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen; Gelet op de beschikking nr. 913 van 5 juli 2007 waarbij het cassatiebe- roep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 19 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur M. VAN LIMBERGEN, op grond van artikel 19 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 9 oktober 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 december 2007; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HAEGEMAN, die loco advocaat S. VAN ROSSEM verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché XIV-29.551-1/3 L. DECROOS, die verschijnt voor de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en staatlozen; Gehoord het advies van auditeur M. VAN LIMBERGEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel onder meer opwerpt dat de vordering volgens de motivering van de bestreden beslissing niet- ontvankelijk is omdat het belang door fraude is aangetast en dat aldus volledig ten onrechte niet over de erkenning als vluchteling noch over de vraag tot subsidiaire bescherming is geoordeeld;
- Overwegende dat het algemeen rechtsbeginsel “fraus omnia corrumpit” er niet aan in de weg staat dat een vreemdeling, ten overstaan van wie door de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen een beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus is genomen, over het vereiste belang beschikt om die beslissing met een beroep bij de toenmalige Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen aan te vechten, tenzij zou blijken dat het beroep tot nietigverklaring zelf door bedrog is aangetast; dat de eventuele ongegrondheid van het beroep bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, niet volstaat om dat beroep als niet-ontvankelijk omwille van het voornoemd algemeen rechtsbeginsel te beschouwen en om geen uitspraak te doen over de erkenning als vluchteling en over de subsidiaire beschermingsstatus; dat de verzoekende partij er immers belang bij had om de vaststelling aan te vechten dat zij de Belgische autoriteiten op intentionele wijze zou hebben misleid en dat zij die vaststelling ook bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen heeft aangevochten; dat het middel in die mate niet kennelijk ongegrond is; Overwegende dat, nu de kamer het niet eens is met de conclusies van het verslag, het cassatieberoep overeenkomstig de artikelen 13 tot 18 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State wordt voortgezet, BESLUIT: Artikel
- XIV-29.551-2/3 Het cassatieberoep wordt voortgezet overeenkomstig de artikelen 13 tot 18 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie- procedure bij de Raad van State. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien maart tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-29.551-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.462 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.936 ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.203.903 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.