id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.467 Rolnummer: A. 187582/XIV-30268 Zaak: Arrest 191467 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 16/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-09 Raadplegingen: 64 - laatst gezien 2026-06-29 22:38 Fiche Arrest nr 191.467 van 16 maart 2009 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.467 van 16 maart 2009 in de zaak A. 187.582/XIV-30.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat L. LUYTENS, kantoor houdende te 1090 BRUSSEL, Lakenselaan 53 tegen : de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Libanese nationaliteit, op 21 maart 2008 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het arrest nr. 7468 van 19 februari 2008 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; Gelet op de beschikking nr. 2629 van 23 april 2008 waarbij het cassatieberoep toelaatbaar wordt verklaard; Gelet op artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. VANDER ELSTRAETEN, op grond van artikel 16 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 16 oktober 2008 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 december 2008; Gehoord het verslag van staatsraad C. ADAMS; XIV-30.268-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat L. LUYTENS, die verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché S. BOTTU, die verschijnt voor de commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur M. STERCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de verzoekende partij België binnenkomt op 11 april 2005 en zich op 12 april 2005 vluchteling verklaart; dat de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op 26 november 2007 beslist dat de verzoekende partij niet als vluchteling in de zin van artikel 48/3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) kan worden erkend en niet voor subsidiaire bescherming in de zin van artikel 48/4 van die wet in aanmerking komt; Overwegende dat de verzoekende partij op 12 december 2007 tegen die weigeringsbeslissing beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aantekent; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep met een arrest van 19 februari 2008 verwerpt; dat dit het bestreden arrest is; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in een enig middel de schending van artikel 1 van het internationaal verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951, (Vluchtelingenverdrag) van de artikelen 48/3 en 48/4 van de Vreemdelingenwet, van artikel 149 van de Grondwet, van de rechten van verdediging en de “manifeste appreciatiefout” opwerpt; dat de verzoekende partij in een eerste onderdeel aanvoert dat het vluchtrelaas ten onrechte ongeloofwaardig wordt bevonden, dat zij voldoende feitelijke gegevens heeft aangevoerd om haar vrees te gronden, dat zij ook na het officiële vertrek van Syrië uit Libanon nog schrik heeft van de geheime diensten en dat de ontsnapping niet ongeloofwaardig kan worden bevonden enkel omdat er een 4x4-wagen bij de controlepost stond die geacht wordt de verzoekende partij en haar bus te hebben kunnen volgen, terwijl het om een zeer bergachtig gebied ging en de verzoekende partij de bus heeft achtergelaten en in het donker te voet verder ging tot zij op de hoofdweg kwam; dat de verzoekende partij in een tweede onderdeel aanvoert dat het bestreden arrest niet verwijst naar een medisch attest volgens hetwelk de verzoekende partij sedert haar polytrauma van 31 december 2005 geheugenstoornissen heeft, dat het zich beperkt tot de vermelding dat de XIV-30.268-2/4 verzoekende partij slachtoffer werd van een brand en daarbij ernstig gewond werd, doch dat dit niets verandert aan de vaststelling dat het vluchtrelaas ongeloofwaardig is, dat de revalidatiearts nochtans heeft bevestigd dat de verzoekende partij sedert het polytrauma van 31 december 2005 mnetische problemen heeft, dat dit een essentieel gegeven is bij het beoordelen van een als ongeloofwaardig gekwalificeerd vluchtverhaal en dat het bestreden arrest dit element op grond van de motiveringsplicht minstens had moeten vermelden en had moeten motiveren waarom de vaststelling dat er mnetische stoornissen zijn, niets verandert aan de vaststelling dat het vluchtrelaas ongeloofwaardig is; 2.
- Overwegende dat het eerste onderdeel uitsluitend op de appreciatie van de geloofwaardigheid van bepaalde verklaringen uit het vluchtrelaas en aldus op de grond van de zaak betrekking heeft; dat de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is om in de beoordeling van de feiten te treden; dat het eerste onderdeel van het middel niet-ontvankelijk is; Overwegende dat het bestreden arrest is gesteund op de motieven dat de verzoekende partij niet aannemelijk maakt met een vals paspoort te hebben gereisd, (punt 2.3.) dat Syrië zich sedert 30 april 2005 volledig uit Libanon heeft teruggetrokken zodat de vrees van de verzoekende partij voor vervolging door de Syrische veiligheidsdiensten niet aannemelijk is, (punt 2.4.) en dat het relaas van het beweerde incident van 28 maart 2005 totaal ongeloofwaardig is (punt 2.5.); dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bij die beoordeling uitdrukkelijk de tegenstrijdigheden die blijken uit verklaringen van nà het trauma van de verzoekende partij van 31 december 2005, buiten beschouwing laat door te overwegen “dat, daargelaten de vastgestelde tegenstrijdige en vage verklaringen die in wezen in het verzoekschrift niet worden weerlegd, het relaas van de beweerde feiten totaal ongeloofwaardig overkomt”, hetgeen dan verder wordt uitgewerkt; dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zich dus niet op de in de beslissing van de commissaris-generaal van 26 november 2007 in aanmerking genomen tegenstrijdigheden steunt, zodat hij ook enkel “volledigheidshalve” kon opmerken “dat zo verzoeker in december 2005 het slachtoffer werd van een brand en daarbij ernstig werd gewond dit niets veranderd (sic) aan de vaststelling dat zijn vluchtrelaas ongeloofwaardig is”; dat daarmee aan de motiveringsplicht als vormvereiste voor jurisdictionele beslissingen is voldaan en dat het tweede onderdeel van het middel in die mate ongegrond is; Overwegende dat de verzoekende partij niet aangeeft op welke wijze de overige aangehaalde bepalingen of beginselen zouden zijn geschonden; dat het middel in die mate niet-ontvankelijk is; XIV-30.268-3/4
- Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State; dat het cassatieberoep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zestien maart tweeduizend en negen, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, J. CASNEUF, griffier. De griffier, De voorzitter, J. CASNEUF. C. ADAMS. XIV-30.268-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.467 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.