id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.544 Rolnummer: A. 190568/X-13977 Zaak: Arrest 191544 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 17/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-30 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 22:52 Fiche Arrest nr 191.544 van 17 maart 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.544 van 17 maart 2009 in de zaak A. 190.568/X-13.
- In zake :
- Marc VANDEVENNE,
- Linda ELSEVIERS, die woonplaats kiezen bij advocaat J. STIJNS, kantoor houdende te 3001 LEUVEN, Philipssite 5 tegen :
- de gemeente HERENT, die woonplaats kiest bij advocaat W. DE CUYPER, kantoor houdende te 9100 SINT-NIKLAAS, Vijfstraten 57,
- de deputatie van de provincieraad van VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaat D. SOCQUET, kantoor houdende te 3080 TERVUREN, Merenstraat
- tussenkomende partijen :
- de v.z.w. TOVERBERG,
- de b.v.b.a. ‘T WIMPELHOF, die woonplaats kiezen bij advocaat L. NACHTERGAELE, kantoor houdende te 3020 HERENT, Rijweg
- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat Marc VANDEVENNE en Linda ELSEVIERS op 3 december 2008 hebben ingediend, en waarin zij de schorsing van de tenuitvoerlegging vorderen van :
- het besluit van 10 juni 2008 van de gemeenteraad van Herent houdende definitieve vaststelling van deelplan 3 “Manege Toverberg” van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “zonevreemde sport- en recreatie 1e fase” van de gemeente Herent,
- het besluit van 31 juli 2008 van de deputatie van de provincie van Vlaams-Brabant houdende goedkeuring van het voormelde gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 6 oktober 2008, X-13.977-1/8 Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 9 februari 2009 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 20 februari 2009; Gehoord het verslag van staatsraad J. CLEMENT; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. CORNELISSEN, die loco advocaat J. STIJNS verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat E. DEVYLDER, die loco advocaat W. DE CUYPER verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat D. SOCQUET, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat L. NACHTERGAELE, die verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- Rechtspleging. Met verzoekschriften van 30 december 2008 hebben de v.z.w. TOVERBERG en de b.v.b.a. ‘T WIMPELHOF gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Er is grond om de verzoeken in te willigen.
- Feiten 2.
- Ten noorden van de Toverbergstraat te Herent bevindt zich een manege. De terreinen hiervan zijn overeenkomstig het op 7 april 1977 vastgestelde X-13.977-2/8 gewestplan Leuven gesitueerd in agrarisch gebied, en voor een klein deel in woongebied. 2.
- Op 29 juni 2004 keurt de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de gemeente Herent goed. Als bindende bepaling wordt daarin de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de zonevreemde sport en recreatie voorzien. 2.
- Op 18 december 2007 stelt de gemeenteraad van Herent het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor zonevreemde sport en recreatie voorlopig vast. Het deelplan 3 betreft de ‘manege Toverberg’. 2.
- Ter gelegenheid van het openbaar onderzoek, dat loopt van 21 januari tot en met 20 maart 2008, worden 17 bezwaarschriften ingediend, waarvan er 15 betrekking hebben op het deelplan
- Ook de verzoekende partijen dienen bezwaar in. 2.
- Op 11 maart 2008 geeft het agentschap RO Vlaanderen een gunstig advies over het deelplan
- 2.
- Op 20 mei 2008 brengt de Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening van Herent een gunstig advies uit voor het deelplan
- De Commissie stelt voor het door de verzoekende partijen ingediende bezwaarschrift als ongegrond te verwerpen. 2.
- Op 10 juni 2008 stelt de gemeenteraad van Herent het gemeentelijk RUP voor zonevreemde sport en recreatie definitief vast. Dit is het eerste bestreden besluit, waarin onder meer het volgende wordt gesteld: “Artikel 4: Het college van burgemeester en schepenen neemt kennis van de uitgebrachte adviezen door het Agentschap R-O Vlaanderen, de Bestendige Deputatie en de GECORO over het deelplan 3 Manege Toverberg m.b.t. het herbestemmen als zone voor recreatieve bebouwing en verharde openluchtterreinen, zone voor weiden en bijhorigheden. Het Agentschap R-O Vlaanderen geeft een gunstig advies. De Bestendige Deputatie kan met de voorgestelde inplanting, in zuidelijke richting, niet instemmen, de centrale inplanting dient verder onderzocht te worden. De GECORO heeft een gunstig advies uitgebracht over de zuidelijke inplanting. Er zijn 15 bezwaarschriften ingediend voor het deelplan 3 Manege Toverberg. De GECORO verwerpt het merendeel van de bezwaarschriften. Bij het bezwaarschrift handelend over de X-13.977-3/8 inplanting is de GECORO van oordeel dat dit, door de stellingname van de bestendige Deputatie, ontvankelijk is. Het college van burgemeester en schepenen beslist het deelplan 3 Manege Toverberg aan te passen met de centrale inplanting (scenario 2) van de zone voor recreatieve bebouwing en verharde openluchtterreinen. Hierdoor wordt rekening gehouden met de grotere afstand tot Bertembos en sluit het aan bij het woongebied. De bestaande erosieproblematiek wordt door de bebouwing en de aanleg van de weiden sterk gereduceerd. Voor de inplanting van de constructies dient de bouwlijn en/of bouwvrije strook t.o.v. de weg bepaald te worden. Het bestuur beslist het deelplan 3 Manege Toverberg aan te passen aan de opmerkingen en bezwaren en ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad”. Het vastgestelde deelplan 3 voorziet ten noorden en ten zuiden van de Toverbergstraat een “zone voor recreatieve bebouwing en verharde openluchtterreinen”. Artikel 1, § 2 van de stedenbouwkundige voorschriften bepaalt het volgende in verband met de plaatsing van de gebouwen in de voornoemde zone: “De gebouwen mogen uitsluitend ten noorden van de Toverbergstraat ingeplant worden. Een geïntegreerde inplanting van alle gebouwen die deel uitmaken van en noodzakelijk zijn in functie van de bedrijfsvoering wordt vooropgesteld”. Op de plaats van de gebouwen van de bestaande manege voorziet het deelplan 3 een “zone voor buffer” en een “zone voor weiden”. De Toverbergstraat wordt bestemd tot “zone voor openbare wegenis”, waarvoor de stedenbouwkundige voorschriften als volgt luiden: “§
- Bestemming Openbare wegenis. Behoud en herstel van voetweg nr.
- §
- Inrichting De breedte van de voetweg bedraagt 4,96 m. In deze zone zijn alle constructies en werken toegelaten noodzakelijk voor de inrichting, de veiligheid en het beheer van het openbaar domein. Er worden maatregelen opgelegd waardoor doorgaand autoverkeer niet mogelijk is. De wegenis wordt uitgevoerd in halfverhardingen (steenslag, dolomiet, grint, grastegels...)”. 2.
- Op 31 juli 2008 keurt de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan “zonevreemde sport en recreatie 1e fase” van de gemeente Herent goed, met uitzondering van een gedeelte van een stedenbouwkundig voorschrift van deelplan 2 voor de tennisclub “De Vloer”. Dit is het tweede bestreden besluit, waarin onder meer het volgende wordt gesteld : “Deelplan 3: Manege Toverberg Manege Toverberg ligt in agrarisch gebied volgens het gewestplan, in de samenhangende structuur van natuurkerngebied, bos en open agrarische X-13.977-4/8 landschapskamers volgens het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Binnen de samenhangende structuur van natuurkerngebied, bos en open agrarische landschapskamers dienen sport- en recreatie-infrastructuur zich uitsluitend binnen of aan de rand van de gebouwde gebieden te bevinden en dient een landschappelijk integratie voorop te staan. De voorliggende planopties voorzien in een herlokalisatie van de manege in zuidelijke richting, weg van het door bebouwing omsloten binnengebied waar nu de activiteiten gesitueerd zijn. Daarmee wordt opgeschoven in de richting van het habitatrichtlijngebied (SBZ-H) en een gebied van het Vlaams ecologisch netwerk bij Bertembos. Een deel van het agrarisch gebied, momenteel bebost en deel uitmakend van Bertem- en Eikenbos wordt aangesneden. Het Bertembos en omgeving werd tevens beschermd als landschap. De percelen zuidelijk van de Toverbergstraat worden op de biologische waarderingskaart weergegeven biologisch waardevol. Het bestaat uit soortenarm permanent cultuurgrasland met populierenaanplant en plaatselijke ondergroei. In het oosten en zuiden wordt daarnaast aangesloten bij een biologisch zeer waardevol zuur eiken en eikenbeukenbos. Verder wenst men de manege-infrastructuur uit te breiden met een binnenpiste en een buitenpiste. De site wordt omzoomd met een buffer. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek dat liep van 21 januari tot en met 20 maart 2008 stelde de deputatie dat niet kan ingestemd worden met de genomen optie (een inplanting ten zuiden van de Toverbergstraat). Het voorgestelde scenario van een centrale inplanting, waarbij de bebouwing aansluitend ten noorden van de Toverbergstraat wordt ingeplant en de buitenpistes ten zuiden kan wel ondersteund worden. Het plan werd hiernaar aangepast, zodat de inplanting nu dichter aansluit bij het woongebied en verder verwijderd is van het Bertembos. Het Agentschap R-O Vlaanderen formuleerde geen opmerkingen. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek werden 15 bezwaarschriften ingediend. De gemeenteraad van Herent heeft de bezwaren voldoende behandeld en -op advies van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening- op gemotiveerde wijze weerlegd. Het deelplan 3 Manege Toverberg, zoals definitief aanvaard door de gemeenteraad van de gemeente Herent op 10 juni 2008, geeft geen aanleiding tot opmerkingen omdat de gekozen opties kwalitatief ruimtelijk onderbouwd en uitgewerkt zijn en dit plan kadert binnen de ruimtelijke principes van het ruimtelijk structuurplan Vlaams-Brabant”.
- Grondvoorwaarden voor de schorsing - moeilijk te herstellen ernstig nadeel 3.
- Algemeen Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. X-13.977-5/8 3.
- Het aangevoerde nadeel De verzoekende partijen formuleren hun moeilijk te herstellen ernstig nadeel als volgt: “De tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing brengt verzoekers onmiskenbaar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel toe. De bestreden beslissing laat immers toe dat een vergunning voor de uitbreiding van de manege Toverberg kan bekomen worden. Aangezien de vergunningsaanvraag gelegen is binnen een RUP dient deze bovendien niet meer onderworpen te worden aan een openbaar onderzoek. Voorgaande houdt in dat door de inwerkingtreding van het Deelplan III elke verdere inspraak van de omwonenden onmogelijk gemaakt wordt. Dit terwijl het Deelplan III een uitbreiding voorziet van de infrastructuur van de manege, zowel ten zuiden, als ten noorden van de Toverbergstraat. Het is daar waar er een oppervlakte van niet minder dan 9.000m² voorzien wordt voor de oprichting van toekomstige nieuwe infrastructuren. Ter realisatie hiervan zal binnen het deelplan III het beboste gebied ten zuiden van de Toverbergstraat ontbost moeten worden. Door de inwerkingtreding van het Deelplan III zal de vergunningsaanvraag niet tegengehouden kunnen worden, waardoor het woongenot van de omliggende woonentiteiten, waaronder verzoekers woning, ernstig in het gedrang gebracht wordt. De woonkwaliteit van verzoekers zal ongetwijfeld geschaad worden. De impact van de uitvoering van het project voor de omgeving is niet te onderschatten. Het nadeel dat zal bestaan uit het dagelijks gestoord worden in de levensgang en rust, zal quasi onmogelijk te herstellen zijn. Bovendien zal de schade die toegebracht wordt aan het landschappelijk waardevol gebied, alsook aan het natuurkerngebied, het habitatrichtlijngebied, het VENgebied en het Bertembos onomkeerbaar zijn. De vernietiging van het bestreden besluit zal alleen een werkelijk nuttig effect kunnen ressorteren, wanneer ook de schorsing wordt uitgesproken. Immers, de loutere vordering tot vernietiging verhindert niet dat in tussentijd vergunningen verleend kunnen worden op basis van het in werking getreden RUP. Tegen de tijd dat een arrest nopens het verzoek tot vernietiging zou zijn tussengekomen, zouden de verkregen vergunning daarenboven al volledig uitgevoerd kunnen zijn, waardoor verzoekers voor een voldongen feit komen te staan. Het moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan dan ook onmogelijk ontkend worden. Rekening houdend met het hierboven weergegeven feitenrelaas en de datum van neerlegging van huidig verzoekschrift, staat het onbetwistbaar vast dat verzoekster werkelijk zo snel mogelijk het nodige heeft gedaan om deze zaak aanhangig te maken”. X-13.977-6/8 3.
- Beoordeling van het aangevoerde nadeel 3.3.
- In het administratief kort geding komt het een verzoekende partij toe om op concrete wijze, en met de nodige precisie en overtuigingskracht uiteen te zetten welke de aard en de omvang is van het nadeel dat zij dreigt te zullen lijden indien het voor de Raad bestreden besluit zou worden ten uitvoer gelegd. 3.3.
- In zoverre wordt aangevoerd dat de bestreden beslissing toelaat dat een vergunning voor de uitbreiding van de manege Toverberg kan bekomen worden, beperken de verzoekende partijen zich tot de stelling dat voor hen als omwonenden hun “woongenot (...) ernstig in het gedrang gebracht wordt” en dat ze “dagelijks gestoord (zullen) worden in de levensgang en rust”. Dergelijk niet geconcretiseerd nadeel kan niet worden aangenomen. Aan die vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat het totale ruimtebeslag van de te verplaatsen manege 9.000 m² bedraagt, noch door het feit dat er ontbost zal moeten worden. De aangevoerde onomkeerbare schade toegebracht aan het landschappelijk waardevol gebied, het natuurkerngebied, het habitatrichtlijngebied, het VEN-gebied en het Bertembos kan niet als een nadeel in hoofde van de verzoekende partijen worden aangenomen omdat de uiteenzetting in het verzoekschrift precisie mist, al was het maar omdat deze gebieden en dit bos op het eerste gezicht niet gelegen zijn binnen het plangebied van het bestreden ruimtelijk uitvoeringsplan. 3.3.
- De verzoekende partijen gaan er blijkbaar van uit dat -gelet op het bestaan van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan- een toekomstige aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning vrijgesteld zal zijn van een openbaar onderzoek op grond van artikel 3, § 2 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen. Het aangevoerde nadeel is abstract en hypothetisch en komt eerder voort uit het voornoemde reglementair besluit dan uit het bestreden besluit. 3.3.
- Geen van de aangevoerde nadelen kan worden aangenomen. Er is niet voldaan aan één van de door artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de X-13.977-7/8 tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten te bevelen. Deze vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De verzoeken tot tussenkomst van de v.z.w. TOVERBERG en de b.v.b.a. ‘T WIMPELHOF in het administratief kort geding worden ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de tussenkomst wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien maart 2009, door : de H. J. CLEMENT, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. S. DE CLERCQ, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DE CLERCQ. J. CLEMENT. X-13.977-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.544 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.209.388 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div