id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.660 Rolnummer: A. 146511/VII-31415 Zaak: Arrest 191660 - Milieuvergunningen - 19/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-26 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 23:10 Fiche Arrest nr 191.660 van 19 maart 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.660 van 19 maart 2009 in de zaak A. 146.511/VII-31.
- In zake : de NV ISB, die woonplaats kiest bij advocaat W. MERTENS, kantoor houdende te BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : de deputatie van de provincie Limburg. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV ISB op 14 januari 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 13 november 2003 waarin akte wordt genomen van de melding van de overname door de verzoekende partij van de milieuvergunningen met betrekking tot een perceel, gelegen aan de Boskantstraat 63 te Leopoldsburg; Gelet op het arrest nr. 184.778 van 26 juni 2008 waarbij de debatten worden heropend, het door de auditeur-generaal aan te wijzen lid van het auditoraat wordt gelast met een aanvullend onderzoek van de zaak en de zaak wordt verwezen naar een voltallige kamer; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 10 februari 2009 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 12 maart 2009; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-31.415-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat D. SOETEMANS die, loco advocaat W. MERTENS verschijnt voor de verzoekende partij, en van bestuurssecretaris I. WILLEMS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT :
- De feitelijke gegevens van de zaak werden reeds uiteengezet in het arrest van de Raad van State nr. 184.778 van 26 juni
- 2.
- In een eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 42 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (hierna : Vlarem I), luidens hetwelk een vergunning geldig blijft voor de duur ervan indien een vergunde inrichting door een andere exploitant wordt overgenomen. Samengevat komt het middel er op neer dat de verplaatsing, binnen de vergunde inrichting, van een aantal kippen van de kleine stallen naar de grote stal destijds niet vergunningsplichtig was, zodat die verplaatsing moet worden geacht te zijn vergund en in het bestreden besluit de aktename van de melding niet kan worden beperkt tot 25.000 legkippen. De verzoekende partij stelt in essentie dat op 15 april 1982 een vergunning werd verleend voor 39.000 kippen, waaronder twee keer 7.000 kippen in twee kleinere stallen. Weliswaar werd van in het begin in de grote stal een legbatterij geïnstalleerd voor 37.440 leghennen, doch deze verplaat- sing was volgens de verzoekende partij niet vergunningsplichtig. Bijgevolg moet de verplaatsing worden geacht vergund te zijn, zodat er volgens haar geen reden was om de aktename van de melding van de overname te beperken tot 25.000 kippen. De aktename had volgens de verzoekende partij betrekking moeten hebben op 39.000 legkippen. VII-31.415-2/4 2.
- In de laatste memorie stelt de verzoekende partij dat het auditoraatsverslag onder meer verwijst naar bepalingen uit het algemeen reglement voor de arbeidsbescherming (hierna : ARAB), waarop de bestreden beslissing echter niet is gesteund. 2.
- De opmerking in de laatste memorie van de verzoekende partij betreffende het feit dat in de bestreden beslissing niet wordt verwezen naar bepalingen uit het ARAB, heeft geen uitstaans met de argumentatie in het auditoraatsverslag, die betrekking heeft op de vergunning van 15 april
- De bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg verleende op 15 april 1982 aan Alfons LUYCKX een vergunning voor de exploitatie van twee kippenstallen van elk 7.000 legkippen en een nieuwe stal van 25.000 legkippen. Deze vergunning werd verleend met toepassing van het ARAB. Uit artikel 3 van het ARAB, zoals het gold ten tijde van de basisvergunning, blijkt dat bij de aanvraag een plan dient te worden gevoegd, onder meer met betrekking tot de schikking van de lokalen. Met toepassing van artikel 5 van het ARAB kunnen de vergunningsaanvraag en de bijgevoegde plannen tijdens het openbaar onderzoek worden ingezien. Ingevolge artikel 12 van hetzelfde reglement moet een vergunning, samen met het plan dat bij de vergunningsaanvraag was gevoegd, worden toegestuurd aan de met het toezicht belaste technische ambtenaar. Hieruit blijkt dat het vergunningsbesluit en de plannen als één geheel moeten worden gelezen, wat te dezen betekent dat niet alleen een bepaald aantal dieren is vergund, maar dat ook is bepaald hoeveel dieren in welke stal mogen worden ondergebracht, wat vanzelf- sprekend een rol speelt bij het beoordelen van de hinder. De rechtsvoorganger van de verzoekende partij had een vergunning voor het onderbrengen van twee keer 7.000 dieren in twee kleinere stallen en 25.000 dieren in de grotere stal, en hij had geen vergunning om 39.000 dieren in de grootste stal onder te brengen. Als de uitbater dat toch doet, verandert hij datgene wat vergund was. Er werd dus nooit een vergunning verleend om in één stal 39.000 dieren onder te brengen. Door in een grote stal 39.000 kippen in plaats van er de toegestane 25.000 onder te brengen, gaat de verzoekende partij in tegen de bestaande vergunning. VII-31.415-3/4 De bestreden beslissing heeft bijgevolg artikel 42 van Vlarem I, dat betrekking heeft op de overname van een vergunning, niet geschonden. De aktename van de melding van een overname op grond van artikel 19, 2/, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning vergunt geen verandering in de zin van artikel 27, § 2, van dat decreet. Het middel is niet gegrond. Een gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing op grond van een ander middel kan de verzoekende partij dan ook niet het beoogde voordeel opleveren, zodat de vordering niet ontvankelijk is wegens gebrek aan belang, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien maart tweeduizend en negen, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-31.415-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.660 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.778 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div