← België

Arrest 191661 - Milieuvergunningen - 19/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.661 Rolnummer: A. 173950/VII-36169 Zaak: Arrest 191661 - Milieuvergunningen - 19/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-26 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 23:10 Fiche Arrest nr 191.661 van 19 maart 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.661 van 19 maart 2009 in de zaak A. 173.950/VII-36.

  1. In zake : de VZW HOORNWERK, die woonplaats kiest bij advocaat D. CORNELIS, kantoor houdende te GENT, Baarledorpstraat 93 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Stockhouderskasteel, Gerard Davidstraat 46, bus
  2. tussenkomende partij : de stad IEPER, die woonplaats kiest bij advocaat H. BARON, kantoor houdende te IEPER-ELVERDINGE, Sint-Livinusstraat
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VZW HOORNWERK op 14 juni 2006 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 4 april 2006 waarbij de beroepen, aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 29 september 2005, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de tussenkomende partij om een nieuwe multifunctionele fuifzaal, gelegen aan de Leopold III-laan 16 te Ieper, te exploiteren, ongegrond worden verklaard, de beroepen beslissing wordt bevestigd en de milieuvergunning wordt verleend; Gelet op het arrest nr. 163.205 van 5 oktober 2006 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; VII-36.169-1/8 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 18 december 2006 ingediend door de stad IEPER; Gelet op de beschikking van 20 december 2006 die de tussen- komst van de stad IEPER toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories van de verzoekende en de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 10 februari 2009 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 12 maart 2009; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. DE JONGH die, loco advocaat D. CORNELIS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat S. CALLENS die, loco advocaten B. STAELENS en H. BARON verschijnt voor de verwerende respectievelijk tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; VII-36.169-2/8 OVERWEEGT WAT VOLGT :
  4. De feiten 1.
  5. Op 27 juni 2005 dient de tussenkomende partij een milieuvergun- ningsaanvraag in voor de exploitatie van een multifunctionele fuifzaal, gelegen aan de Leopold III-laan 16 te Ieper, met, onder meer, een totale oppervlakte toegankelijk voor het publiek van 735 m², bestaande uit een "multifunctionele zaal met fuifzaal met sas (551 m²), refter/chill out (134 m²) en sanitair blok (50 m²)". Voor deze zaal werd op 4 november 2005 door de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar een voorwaardelijke stedenbouwkundige vergunning verleend. 1.
  6. De inrichting is, volgens het gewestplan "Ieper-Poperinge", vastgesteld bij koninklijk besluit van 14 juli 1979, gelegen in een gebied voor dagrecreatie en volgens het bijzonder plan van aanleg "Kasteelwijk", goedgekeurd op 21 september1992, in een sportpark met specifieke zone voor dagrecreatie met onder meer gebouwen in functie van vergaderen, vrijetijdsactiviteiten en spelaccom- modaties. De uitgebrachte adviezen zijn gunstig en op 29 september 2005 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen de gevraagde milieuvergunning voor een termijn van twintig jaar. 1.
  7. Tegen deze beslissing wordt administratief beroep aangetekend door onder meer de verzoekende partij. Deze heeft als statutair doel : "(...) de ruimtelijke draagkracht van de wijken omheen het BPA Kasteelwijk te vrijwaren en het stede(n)bouwkundig karakter omheen het Hoornwerk te bewaren en zo een verhoging van de woon- en leefkwaliteit na te streven. De vereniging kan daartoe alle daden stellen die dit doel bevorderen en op alle wijzen samenwerken met andere verenigingen die ditzelfde doel ondersteunen. Inzonder(heid) kan de vereniging opkomen en alle noodzakelijke procedures opstarten tegen (stede(n)bouwkundige) projecten in de onmiddellijke nabijheid van en binnen het BPA Kasteelwijk die niet verenigbaar zijn met de bestem- ming van deze zone, die een (gehele of gedeeltelijke) bestemmingswijziging zouden inhouden van de zone en/of die de ruimtelijke draagkracht van de omliggende wijken zouden overschrijden (...)". 1.
  8. De adviezen die in het kader van de beroepsprocedure worden verleend, zijn alle gunstig. VII-36.169-3/8 1.
  9. Op 4 april 2006 verklaart de verwerende partij de beroepen ongegrond en bevestigt zij de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen. Dit is de bestreden beslissing. De voor het huidige geschil relevante motieven luiden als volgt : "(...) Overwegende dat de nieuwe inrichting naast het sportcomplex zal komen te liggen; Overwegende dat de nieuwe zaal een capaciteit zal hebben van 750 personen; dat er reeds een parkeerplaats (voor maximaal 234 voertuigen) aanwezig is ter plaatse aan de nabijgelegen sporthal; dat dit aantal parkeerplaatsen te gering is om aan de capaciteit van de zaal te voldoen; dat er minstens 375 parkeerplaatsen moeten voorzien worden; dat het stadsbestuur hierop heeft geanticipeerd door op de vergadering van de Provinciale Milieuvergunningscommissie een voorontwerp-RUP met een kaart van nieuwe parkeerplaatsen te overhandigen; dat hierin 165 nieuwe parkeerplaatsen voorzien worden, waarvan 90 plaatsen tussen de sporthallen, 60 plaatsen in het verlengde van het skatepark en 15 plaatsen voor het zwembad; dat dit het toekomstig aantal parkeerplaatsen rondom de zaal op een totaal van 399 brengt; dat dit aantal voldoende is om een capaciteit van 750 personen op te vangen; dat het niet opportuun is om de aanleg van de extra 165 parkeerplaatsen als bijzondere voorwaarde op te leggen, zoals gevraagd door de beroepindieners, daar het bedoelde RUP zich nog in een uitvoeringsfase bevindt, en het aldus juridisch onmogelijk is rekening te houden met dit voorontwerp in het beschikkend gedeelte van de milieuvergunning; (...) Overwegende dat de aanvraag ook maatregelen opsomt om het omgevingsgeluid van mensen die de zaal in- en uitgaan te beperken, namelijk: - de voorziening van een chill-out-room, waar mensen langs moeten alvorens het gebouw te verlaten; - de parking voor motorvoertuigen ligt langs de zijde van de Leopold III-Iaan, waardoor enkel fietsers en voetgangers doorkunnen tot aan het gebouw zelf; hinder door manoeuvrerende voertuigen, dichtklappende portieren, autoradio's en dergelijke wordt daardoor beperkt voor de omliggende woonwijk (Vaubanstraat); - de voorziening van stewards binnen en buiten de zaal, die preventief een oogje in het zeil zullen houden om lawaaioverlast en veiligheidsproblemen te voorkomen; (...) Overwegende dat de aanspraken en bezwaren aangehaald door de beroepindieners bijkomend als volgt kunnen worden geëvalueerd: - de exploitatie van de inrichting moet te allen tijde de geluidsnormen van titel II van het VLAREM respecteren; - voorgaande overwegingen tonen aan dat er diverse isolerende maatregelen zullen worden genomen tot beperking van het lawaai en dit op advies via een akoestische studie door een erkend milieudeskundige in de discipline geluid en trillingen; - er zullen stewards worden ingezet die een oogje in het zeil houden en die bij eventuele overlast de nodige maatregelen kunnen treffen om dit te doen stoppen; (...)". VII-36.169-4/8
  10. Ten gronde 2.
  11. De verzoekende partij roept als tweede middel de schending van de materiële motiveringsplicht en machtsoverschrijding in doordat de bestreden beslissing werd genomen op grond van materieel onjuiste feiten. Zij bekritiseert daarbij het feit dat ondanks het vastgestelde tekort aan parkeerplaatsen, het voorzien in voldoende parkeercapaciteit, gelet op een bestaand ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna : RUP), niet als bijzondere voorwaarde is opgelegd, dat er wordt voorbijgegaan aan de uitdrukkelijk in de bouwvergunning opgenomen voorwaarde "dat het doorgaand verkeer door de Leopold III-laan voor motorisch verkeer moet worden afgesloten voorbij het biotoop", dit wil zeggen ter hoogte van de fuifzaal, en dat er lawaaioverlast zal ontstaan bij het sluiten en het openen van de deuren van het complex en wanneer de fuifgangers de zaal verlaten. 2.
  12. In de memorie van antwoord verwijst de verwerende partij in zake de parkeerproblematiek naar artikel 102 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening (hierna : D.R.O.). Zij stelt dat een voorlopig vastgesteld ontwerp van RUP ingevolge die bepaling een rechtsgrond kan zijn voor de weigering van een vergunning, zodat a fortiori moet worden aangenomen dat de vergunningverlenende overheid ook positief kan anticiperen op een RUP. Wat de verkeershinder betreft, betoogt zij dat niet valt in te zien in welk opzicht de materiële motiveringsplicht zou zijn geschonden. Zij betoogt daarbij dat de afsluiting van de Leopold III-laan, opgenomen als vergunningsvoorwaarde in de stedenbouwkundige vergunning, precies gebeurt om de doorgang van wagens van fuifgangers door de woonwijken te vermijden, en dat de afsluiting tot gevolg heeft dat de zaal enkel vanuit het zuiden, met name vanaf de Karel Steverlyncklaan en via de Jaime Picanollaan, bereikbaar is, en ook via dezelfde weg kan worden verlaten. Betreffende de parking voor motorvoertuigen langs de Leopold III-laan meent zij dat de motivering van de bestreden beslissing juist is, aangezien precies door de afsluiting van de Leopold III-laan "geen of toch beduidend minder passage (door de woonwijken) te verwachten valt". VII-36.169-5/8 Wat de geluidsoverlast betreft, verwijst de verwerende partij naar de aanwezigheid van een sas voor de toegang en de uitgang van het publiek, de zogenaamde "chill-out-room", en naar de stewards binnen en buiten de zaal, die preventief een oogje in het zeil zullen houden om lawaaioverlast en veiligheidsproblemen te voorkomen. 2.
  13. De tussenkomende partij stelt in haar verzoekschrift tot tussenkomst dat de activiteiten van de polyvalente zaal gericht zijn op jongeren, die hoofdzakelijk met de fiets komen, door de ouders worden afgezet of met vrienden meerijden. Zij meent dat de behoefte aan parkeerplaatsen slechts een fractie bedraagt van de maximumcapaciteit van de zaal en dat er in de onmiddellijke omgeving al voldoende mogelijkheden zijn om de 131 extra parkeerplaatsen die de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen vooropstelt, op te vangen. 2.
  14. De verwerende partij stelt in haar laatste memorie nog dat zij in vertrouwen is voortgegaan op de uiteenzettingen van de stad Ieper en dat de wettigheidskritiek daarop niet kan worden begrepen als een schending van de materiële motiveringsplicht. 2.
  15. In de bestreden beslissing erkent de verwerende partij dat er een parkeerprobleem is. Zij legt echter geen milieuvergunningsvoorwaarden op die dit probleem moeten verhelpen. Het RUP waarnaar zij verwijst, is nog slechts een voorontwerp. Er bestaat geen zekerheid dat dit RUP, als het ooit tot stand komt, het parkeerprobleem zal oplossen. Het argument dat de verwerende partij put uit artikel 102 van het D.R.O. gaat niet op. Deze bepaling opent de mogelijkheid om een vergunning te weigeren als de aanvraag onverenigbaar is met een voorlopig vastgesteld ontwerp van RUP. Deze bepaling moet verhinderen dat vergunningen worden verleend die indruisen tegen een RUP dat in ontwerp is, want dit zou de realisatie van het RUP kunnen ondermijnen. Deze bepaling laat echter niet toe op een positieve wijze te anticiperen op een RUP. VII-36.169-6/8 In de beroepschriften werd gesteld dat de inplanting van de inrichting vanuit het oogpunt van de verkeersproblematiek onverantwoord is, en dat de pro forma verklaring van de aanvrager dat de doorgang van wagens richting het centrum zal worden afgesloten om de overlast voor de omgeving te beperken, niet volstaat. In de bestreden beslissing wordt niet specifiek op de verkeersproblematiek ingegaan. Bij de bespreking van de geluidshinder wordt in de bestreden beslissing stilgestaan bij een aantal maatregelen, die in de vergunningsaanvraag worden opgesomd, om het omgevingsgeluid van de mensen die de zaal in- en uitgaan te beperken. Het gaat hier echter niet zozeer om maatregelen in verband met verkeers- maar wel om geluidshinder. Uit de bestreden beslissing noch uit het administratief dossier blijkt dat de problematiek van de verkeershinder werd onderzocht, hoewel deze door de verzoekende partij werd ingeroepen. Wat de geluidsoverlast betreft, wordt in de bestreden beslissing onder meer gesteld dat de vergunningsaanvraag maatregelen opsomt om het omgevingsgeluid van mensen die de zaal in- en uitgaan te beperken, met name : "de voorziening van stewards binnen en buiten de zaal, die preventief een oogje in het zeil zullen houden om lawaaioverlast en veiligheidsproblemen te voorkomen". Dit wordt evenwel niet als een bijzondere milieuvergunningsvoorwaarde opgelegd, zodat de omwonenden weinig garanties hebben. De verwerende partij heeft, bij het verlenen van de vergunning, geen rekening gehouden met concreet door de beroepsindieners aangebrachte problemen of heeft gemeend dat deze problemen zullen worden opgelost door omstandigheden die louter hypothetisch zijn. Hieruit blijkt dat de bestreden beslissing wordt gedragen door ondeugdelijke motieven. Het tweede middel is gegrond, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  16. Vernietigd wordt besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 4 april 2006 waarbij de beroepen, aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 29 september 2005, houdende het verlenen van de VII-36.169-7/8 milieuvergunning aan het gemeentebestuur van de stad Ieper om een nieuwe multifunctionele fuifzaal, gelegen aan de Leopold III-laan 16 te Ieper, te exploiteren, ongegrond worden verklaard, de beroepen beslissing wordt bevestigd en de milieuvergunning wordt verleend. Artikel
  17. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel
  18. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien maart tweeduizend en negen, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, D. DECOCK, griffier. De griffier, De voorzitter, D. DECOCK. L. HELLIN. VII-36.169-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.661 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.163.205 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.