id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.716 Rolnummer: A. 153392/IX-4587 Zaak: Arrest 191716 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 23/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-03-27 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 23:29 Fiche Arrest nr 191.716 van 23 maart 2009 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.716 van 23 maart 2009 in de zaak A. 153.392/IX-
- In zake : Dirk VEREYCKEN, die woonplaats kiest bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt (VSOA), gevestigd te BRUSSEL, Lang Levenstraat 27-29 tegen :
- het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), vertegenwoordigd door de afgevaardigd bestuurder,
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dirk VEREYCKEN op 8 juni 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van - de beslissing blijkend uit een bijlage gehecht aan een brief van 9 april 2004 waarbij het nieuw vastgestelde resultaat van het tweede gedeelte “in basket” van de competentiemeting van de verzoeker voor de competentie “beslissen” wordt vastgesteld op 11/20 en hij niet geslaagd wordt verklaard voor die competentiemeting; - de beslissing waarbij hem op grond van de eerste beslissing de competentietoelage wordt geweigerd; - de uit de eerste beslissing blijkende impliciete weigering om hem geslaagd te verklaren voor de competentie “beslissen” van het tweede gedeelte van de competentiemeting en voor het geheel van de competentiemeting; - de uit de eerste bestreden beslissing blijkende impliciete weigering om de competentie “beslissen” van het tweede gedeelte van de competentiemeting en het resultaat van de competentiemeting als geheel op een correcte wijze vast te stellen; Gezien de memorie van antwoord van de eerste verwerende partij en de memorie van wederantwoord en toelichtende memorie van de verzoekende partij; IX-4587-1/3 Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 20 oktober 2008; Gezien de laatste memorie van de eerste verwerende partij; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 20 januari 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. In het auditoraatsverslag is te dezen deels de onontvankelijkheid, deels de verwerping van het beroep voorgesteld. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partij medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. IX-4587-2/3 Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 23 maart 2009, door : de HH. B. THYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. B. THYS. IX-4587-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.716 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.