← België

Arrest 191725 - Penitentiair recht - 23/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.725 Rolnummer: A. 189492/IX-6039 Zaak: Arrest 191725 - Penitentiair recht - 23/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-01 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 23:33 Fiche Arrest nr 191.725 van 23 maart 2009 Justitie - Penitentiair recht Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.725 van 23 maart 2009 in de zaak A. 189.492/IX-

  1. In zake : Driss BARHIHI die woonplaats kiest bij advocaat V. VAN HOUTTE, kantoor houdende te DENDERMONDE, Brusselsestraat 108 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Driss BARHIHI op 29 augustus 2008 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de beslissing tuchtsanctie gewezen door de directeur van de gevangenis te HASSELT d.d. 30 juli 2008”; Gelet op de kennisgeving van de memorie van antwoord aan de verzoekende partij op 17 oktober 2008; Gelet op de kennisgeving door de hoofdgriffier, op 2 februari 2009, van de mededeling bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT: Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijnen voor het toesturen van de memorie van wederantwoord of van de aanvullende memorie niet eerbiedigt. IX-6039-1/3 Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoeker heeft de hoofdgriffier te dezen melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State. De verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. In de kennisgeving aan de verzoeker, op grond van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is meegedeeld dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Te dezen dient vastgesteld te worden dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. OM DIE REDENEN BESLIST DE Wnd. VOORZITTER : Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. IX-6039-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 23 maart 2009, door : de H. D. MOONS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. D. MOONS. IX-6039-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.725 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.