← België

Arrest 191913 - Overheidsopdrachten - 26/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.913 Rolnummer: A. 188917/XII-5495 Zaak: Arrest 191913 - Overheidsopdrachten - 26/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-02 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-30 00:07 Fiche Arrest nr 191.913 van 26 maart 2009 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.913 van 26 maart 2009 in de zaak A. 188.917/XII-

  1. In zake :
  2. de NV B.CEC,
  3. de NV S.C.E.S.,
  4. de NV ARCH & TECO ARCHITECTUUR, BV OVV, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap BSA in oprichting, die woonplaats kiezen bij advocaat Chr. Poppe, kantoor houdende te Sint-Denijs-Westrem, Pieter Van Reysschootlaan 2 tegen : de NV WATERWEGEN EN ZEEKANAAL, die woonplaats kiest bij advocaat B. Schutyser, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de nv B.CEC, de nv SCES, de nv ARCH & TECO ARCHITECTUUR, BV OVV, samen vormend de tijdelijke handelsvennootschap BSA in oprichting, op 10 juli 2008 hebben ingediend om de schorsing en de nietigverklaring te vorderen van de “gunningsbeslissing door de Waterwegen en Zeekanaal NV dd. 26 juni 2008 inzake Bestek 16EGGE/08/03 betreffende het leveren van technisch en administratieve bijstand voor opmaken van ontwerp- of aanbestedingsdossiers van infrastructuurprojecten met Waterwegen en Zeekanaal NV als bouwheer (Medegedeeld bij schrijven van 30 juni 2008, Referte B.1054/U.08.2051)”; Gelet op het arrest nr. 186.508 van 25 september 2008 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoekende partijen op 15 oktober 2008; XII-5495-1/3 Gelet op de kennisgeving aan verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Gelet op het feit dat verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : Naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij de kennisgeving van het tussenarrest aan verzoekende partijen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van de tekst van voornoemd artikel 17, § 4ter, alsook van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december
  6. Verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen is verworpen, zodat te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt. XII-5495-2/3 OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  7. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  8. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 525 euro, komen ten laste van verzoekende partijen, elk voor een derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig maart 2009, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5495-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.913 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.186.508 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.