← België

Arrest 191926 - Milieuvergunningen - 26/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.926 Rolnummer: A. 165192/VII-34482 Zaak: Arrest 191926 - Milieuvergunningen - 26/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-08 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 00:11 Fiche Arrest nr 191.926 van 26 maart 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.926 van 26 maart 2009 in de zaak 165.192/VII-34.

  1. In zake :
  2. Marc BALCAEN,
  3. Sabine DE JAEGER,
  4. Wim SNOECK, die woonplaats kiezen bij advocaat Gw. VERMEIRE, kantoor houdende te GENT, Voskenslaan 301 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  5. tussenkomende partij : An DHONDT, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN WYNSBERGE, kantoor houdende te LEUVEN, Diestsevest
  6. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marc BALCAEN, Sabine DE JAEGER en Wim SNOECK op 13 augustus 2005 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur van 6 juni 2005 houdende uitspraak over het beroep door hen aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 9 december 2004, houdende het gedeeltelijk inwilligen van het verzoek tot wijziging van de geldende exploitatie- voorwaarde opgelegd in het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 27 januari 2000, waarbij aan An DHONDT een milieuvergunning wordt verleend voor het exploiteren van een kippenhouderij, gelegen aan de Hanestraat 7 te Nazareth; VII-34.482-1/4 Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 11 oktober 2005 ingediend door An DHONDT; Gelet op de beschikking van 14 oktober 2005 die de tussenkomst van An DHONDT toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. PROVOOST, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 10 februari 2009, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 12 maart 2009; Gelet op de mededeling van het verslag aan de partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. WINDERICKX die, loco advocaat Gw. VERMEIRE verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat J. SIMENON die, loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat K. VAN WYNSBERGE, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  7. De gegevens van de zaak Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : VII-34.482-2/4 1.
  8. De tussenkomende partij exploiteert een kippenhouderij aan de Hanestraat 7 in Nazareth en de verzoekende partijen wonen naast de inrichting. De betwisting betreft de vergunningsvoorwaarden die zijn opgenomen in de milieuver- gunning van de inrichting. 1.
  9. De stallen staan in agrarisch gebied, de bedrijfswoning en de toegangsweg bevinden zich in woongebied met landelijk karakter. De verzoekende partijen wonen in woongebied met landelijk karakter. De lopende vergunning (verlenging) werd op 6 maart 1987 verleend aan de vader van de tussenkomende partij, huidige exploitante, voor het houden van 50.000 kippen, voor een termijn van twintig jaar. Later wordt het bedrijf opgesplitst; de tussenkomende partij heeft de exploitatie van 30.000 kippen overgenomen. 1.
  10. Op 2 augustus 2004 vragen de verzoekende partijen een wijziging van de vergunningsvoorwaarden. Zij beogen daarmee een installatie ter bestrijding van geurhinder te horen opleggen. 1.
  11. Op 9 december 2004 besluit de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen om bijzondere voorwaarden toe te voegen aan de vergunning. 1.
  12. De verzoekende partijen achten de voorwaarden onvoldoende, en tekenen administratief beroep aan. 1.
  13. Op 6 juni 2005 wordt het beroep van de verzoekende partijen verworpen. 1.
  14. Aangezien de lopende vergunning verstrijkt op 5 maart 2007 dient de tussenkomende partij op 1 maart 2006 een vergunningsaanvraag in voor de verdere exploitatie en verandering van de inrichting. 1.
  15. Op 7 september 2006 wordt de gevraagde vergunning verleend door de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen , en, na een administratief beroep vanwege de verzoekende partijen, op 9 maart 2007 bevestigd in beroep. Tegen deze hernieuwing wordt door de verzoekende partijen een annulatieberoep ingediend. Deze zaak is gekend onder A. 183.323/VII-36.985; VII-34.482-3/4
  16. Het voorwerp van het beroep Overwegende dat de termijn van de vergunning waarop de vraag tot wijziging van de voorwaarden betrekking had, verstreken is op 5 maart 2007; dat het voorwerp van het beroep van de verzoekende partijen bijgevolg is verdwenen zodat hun beroep doelloos is geworden; dat zulks niet aan het toedoen van de verwerende partij te wijten is, BESLUIT: Artikel
  17. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  18. De kosten van het beroep, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een derde. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig maart tweeduizend en negen, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-34.482-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.926 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.