← België

Arrest 191932 - Milieuvergunningen - 26/03/2009

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 maart 2009 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.932 Rolnummer: A. 190366/VII-37285 Zaak: Arrest 191932 - Milieuvergunningen - 26/03/2009 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2009-04-08 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-30 00:14 Fiche Arrest nr 191.932 van 26 maart 2009 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Vernietiging Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 191.932 van 26 maart 2009 in de zaak A. 190.366/VII-37.285. In zake : de BVBA PHILIP MORRIS RESEARCH LABORATORIES, die woonplaats kiest bij advocaat B. MARTENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 106 tegen : de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant, die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN ALSENOY, kantoor houdende te BRUSSEL, A. Dansaertstraat 92. ------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het enig verzoekschrift dat de BVBA PHILIP MORRIS RESEARCH LABORATORIES op 26 december 2008 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging en de vernietiging te vorderen van het besluit van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant van 23 oktober 2008 waarbij haar beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven van 18 april 2008, houdende de weigering om haar milieuvergunning voor het laboratorium voor proefdieren, gelegen aan het Grauwmeer 14 te Leuven, te veranderen, slechts gedeeltelijk gegrond wordt verklaard; Gelet op het arrest nr. 188.278 van 27 november 2008 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerleg- ging van het besteden besluit wordt verworpen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. SOURBRON, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van VII-37.285-1/8 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrecht- spraak van de Raad van State en op grond van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op de beschikking van 19 februari 2009, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 19 maart 2009; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat W. VANDENBERGHE die, loco advocaat B. MARTENS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. VAN ALSENOY, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur P. SOURBRON; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : 1. De feiten 1.1. De verzoekende partij exploiteert aan het Grauwmeer 14 te Leuven een onderzoekslaboratorium waar de effecten van tabaksrook op levende organismen worden onderzocht. Daartoe worden proefdieren (muizen en ratten) gebruikt. De basisvergunning voor de inrichting werd op 5 juli 2001 verleend door de verwerende partij voor een periode van twintig jaar. Tot het voorwerp van voormelde vergunning behoren onder meer "dierlokalen met plaatsen voor maximum 1.600 muizen en ratten". 1.2. Op 21 januari 2008 dient de verzoekende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven een aanvraag in voor de verandering VII-37.285-2/8 van de bestaande inrichting. Naast het in overeenstemming brengen van de technische installaties met de actueel geldende indelingslijst bij het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem I), strekt de aanvraag er in hoofdzaak toe het aantal plaatsen voor proefdieren te verhogen tot 6.850. 1.3. Met een besluit van 18 april 2008 weigert het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven de gevraagde vergunning. Als reden voor de weigering wordt opgegeven dat "de uitbreiding van de activiteiten om ethische redenen niet aanvaardbaar is". 1.4. Op 21 mei 2008 stelt de verzoekende partij bij de verwerende partij beroep in tegen voormeld weigeringsbesluit. Het beroep wordt op 28 mei 2008 ontvankelijk verklaard. 1.5. In het kader van de beroepsprocedure worden verschillende adviezen uitgebracht :

  1. a)de afdeling Milieuvergunningen adviseert op 23 juni 2008 gunstig over de aanvraag;
  2. b)op 24 juni 2008 verleent de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar eveneens gunstig advies over de aanvraag; de exploitatie van de inrichting wordt geacht verenigbaar te zijn met de geldende gewestplanbestemming van gebied voor milieubelastende industrieën;
  3. c)door de Provinciale Milieuvergunningscommissie wordt op 2 juli 2008 voorgesteld om het beroep gegrond te verklaren en de gevraagde milieuvergunning te verlenen voor een termijn die samenvalt met de geldigheidsduur van de basisvergunning. 1.6. Op 3 juli 2008 neemt de verwerende partij een besluit waarbij de behandelingstermijn van het beroep met één maand wordt verlengd. 1.7. Tijdens de verlengde behandelingstermijn hecht de federale ministerraad zijn goedkeuring aan een ontwerp van koninklijk besluit waarbij experimenten op dieren voor de ontwikkeling van tabaksproducten worden verboden. Het ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 november 2001 houdende verbod op sommige dierproeven voor wat betreft de uitvoering van dierproeven voor de ontwikkeling van tabaksproducten" VII-37.285-3/8 wordt op 16 september 2008 voor advies voorgelegd aan de afdeling wetgeving van de Raad van State. Op 7 oktober 2008 heeft de afdeling wetgeving zijn advies uitgebracht (nr. 45.200/3). 1.8. Met het thans bestreden besluit van 23 oktober 2008 willigt de verwerende partij het beroep van de verzoekende partij slechts gedeeltelijk in. De vergunning wordt verleend met uitzondering van de gevraagde verhoging van het aantal stalplaatsen voor proefdieren. Het besluit van 23 oktober 2008 wordt met voorliggend annulatieberoep bestreden. Het bevat volgende motieven : "Evaluatie van het beroepschrift: (...) De dierproeven zijn inderdaad al vergund sinds 2001 onder de toenmalig van toepassing zijnde rubriek 51: biotechnologie: wetenschappelijk onderzoek op genetisch gemodificeerde proefdieren ( klasse 1). In de exploitatie worden uitsluitend Specific Pathogen Free (SPF)-ratten en muizen gebruikt. De rubriek 51 voor biotechnologie werd door wijziging van de indelingslijst (Belgisch Staatsblad van 01.04.2004) opgesplitst in 2 subrubrieken. De activiteiten van het labo worden voortaan getypeerd als de manipulatie van transgene dieren van risiconiveau 1 voor onderzoeksdoeleinden. Rubriek 51.1.1 genetisch gemodificeerde organismen is hiervoor van toepassing. Deze rubriek is trouwens slechts meldingsplichtig klasse 3 zodat de gehele uitbating voortaan ingedeeld is in klasse 2. Er wordt nu een uitbreiding gevraagd van het aantal dieren tot mogelijke maximale bezettingscapaciteit. De regularisatie (aanpassing aan de bestaande toestand) van de vergunning was nodig omdat de basisvergunning verleend werd vooraleer de inrichting te Leuven effectief in uitbating was. (...) De ministerraad van de federale regering heeft op 12 september 2008 een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd tot wijziging van het KB van 30 november 2001 dat experimenten met dieren voor de ontwikkeling van tabaksproducten verbiedt aangezien het gebruik van dieren voor het ontwikkelen van tabaksproducten niet strikt noodzakelijk is. Rekening houdend met dit nieuwe gegeven acht de deputatie het opportuun om de uitbreiding van het aantal proefdieren tot een totaal van max. 6.850 stalplaatsen voor ratten en muizen te weigeren maar de regularisatie van de technische aanhorigheden te vergunnen. (...) Verslag van het onderzoek (...) De veranderingsaanvraag heeft geen planologisch wijzigende impact. De exploitatie betreft een laboratorium voor het verrichten van wetenschappelijk onderzoek naar de biologische activiteit van testsubstanties (sigarettenrook, of bestanddelen van sigaretten) in levende cellen en proefdieren. Er is specifieke aandacht voor respiratoire en cardiovasculaire risico's en aandoeningen. De veranderingsaanvraag betreft een regularisatie en actualisatie van de vergunningstoestand. (...) VII-37.285-4/8 De voornaamste verandering betreft de stijging van het aantal stalplaatsen voor proefdieren. Na de gevraagde uitbreiding zouden in totaal 6850 muizen en ratten gehuisvest kunnen worden. Momenteel is de uitbating vergund voor max. 1600 proefdieren (stalplaatsen). (...) De ministerraad van de federale regering heeft op 12 september 2008 een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd tot wijziging van het KB van 30 november 2001 dat experimenten met dieren voor de ontwikkeling van tabaksproducten verbiedt aangezien het gebruik van dieren voor het ontwikkelen van tabaksproducten niet strikt noodzakelijk is. Er is een overgangsperiode van 2 jaar na publicatie in het Belgisch Staatsblad voorzien zodat men lopende experimenten kan afsluiten. Rekening houdend met dit nieuwe gegeven acht de deputatie het opportuun om de uitbreiding van het aantal proefdieren tot een totaal van max. 6850 stalplaatsen voor ratten en muizen te weigeren. Aangezien de overige aanpassingen/regularisaties gebeuren in klasse 3- en klasse 2 -rubrieken, met een beperkte milieuimpact komen deze met naleving van de in de basisvergunning opgelegde vergunningsvoorwaarden wel voor vergunning in aanmerking. Er bestaat bijgevolg aanleiding toe het beroep van de exploitant deels in te willigen en de vergunning voor de technische aanhorigheden te verlenen voor een termijn tot 5 juli 2021, datum waarop de basisvergunning vervalt. (...)". 1.9. Inmiddels is in het Belgisch Staatsblad van 15 december 2008 het koninklijk besluit waarop het bestreden besluit doelt bekendgemaakt. Het gaat om het koninklijk besluit van 28 oktober 2008 tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 november 2001 houdende verbod op sommige dierproeven voor wat betreft de uitvoering van dierproeven voor de ontwikkeling van tabaksproducten. Artikel 2 van dat besluit bepaalt dat het in werking treedt "op de eerste dag van de maand volgend op de tweede verjaardag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad". 2. Ten gronde 2.1. In een tweede middel voert de verzoekende partij de schending aan "van de hiërarchie der rechtsnormen volgend uit artikel 159 van de Grondwet, van het wettigheidsbeginsel en het legaliteitsbeginsel in combinatie met een schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het continuïteitsbeginsel, het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, het redelijk- heidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het pertinentiebeginsel en het verbod op machtafwending". Zij voert onder meer aan dat het bestreden besluit steunt op een ontwerp van koninklijk besluit, maar dat de verwerende partij daarbij negeert dat de nieuwe regeling een overgangstermijn van twee jaar bevat zodat haar het recht VII-37.285-5/8 wordt ontnomen deze overgangsperiode -die loopt tot 31 december 2010- te gebruiken. Daarmee weigert de verwerende partij een hogergeplaatste norm na te leven. Zij wijst er in essentie op dat een milieuvergunning niet gebaseerd mag worden op toekomstige wetgeving die dan ook nog miskend wordt omdat de federale overheid het verbod op dierproeven met minstens twee jaar heeft willen uitstellen. 2.2. De verwerende partij stelt in haar nota met opmerkingen dat het verbod op dierproeven niet zonder meer voor twee jaar uitgesteld wordt, maar dat er -zoals blijkt uit het verslag aan de Koning- een overgangsperiode ingesteld wordt om "zoals in casu bestaande experimenten te laten aflopen". Zij wijst erop dat de verzoekende partij voort dierproeven mag uitvoeren zoals eerder vergund. 2.3. Het bestreden besluit steunt essentieel op de overweging dat de federale regering een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd heeft waarbij dierproeven verboden worden voor de ontwikkeling van tabaksproducten en dat het dienvolgens opportuun is om de gevraagde uitbreiding van de milieuvergunning voor het stallen van proefdieren te weigeren. 2.4. Daargelaten de vraag of de verwerende partij zich voor het weigeren van de gevraagde uitbreiding kon steunen op een reglement dat nog in voorbereiding was, en aldus aannemend dat een bestuur bij het treffen van een beslissing over een milieuvergunning ook oog kan hebben voor op handen zijnde wijzigingen aan de reglementering, moet worden vastgesteld dat het koninklijk besluit van 28 oktober 2008 slechts in werking treedt "de eerste dag van de maand volgend op de tweede verjaardag van zijn bekendmaking", dit is op 1 januari 2011. Pas vanaf die dag zijn dierproeven voor de ontwikkeling van tabaksproducten verboden. 2.5. Zoals uiteengezet in het verslag aan de Koning bij dat besluit -Belgisch Staatsblad 15 december 2008, p. 66 344- wordt de uitwerking van de nieuwe regeling uitgesteld om lopende studies te beëindigen. Dat betekent dat de verwerende partij, wenste zij de op handen zijnde nieuwe reglementering correct toe te passen op de situatie van de verzoekende partij, moest nagaan of de gevraagde verhoging van het aantal dieren minstens binnen dat kader niet verantwoord kon worden. Uit het aan de Raad van VII-37.285-6/8 State overgemaakte dossier blijkt niet dat de verwerende partij die afweging gemaakt heeft. Door dit niet te doen maar integendeel de aangevraagde uitbreiding zonder meer te weigeren, heeft de verwerende partij de opgezette nieuwe regeling verkeerd op de situatie van de verzoekende partij geïmplementeerd. 2.6. Het middel is gegrond. De betwisting kan worden opgelost volgens de procedure van de korte debatten. Dienvolgens heeft de vordering tot schorsing geen voorwerp, OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel 1. Vernietigd wordt het besluit van de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant van 23 oktober 2008 waarbij het beroep van de BVBA PHILIP MORRIS RESEARCH LABORATORIES ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Leuven van 18 april 2008, houdende de weigering om haar milieuvergunning voor het laboratorium voor proefdieren, gelegen aan het Grauwmeer 14 te Leuven, te veranderen, slechts gedeeltelijk gegrond wordt verklaard in de mate haar geweigerd wordt het aantal proefdieren te verhogen. Artikel 2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 3. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel 4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. VII-37.285-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig maart tweeduizend en negen, door : de H. A. VANDENDRIESSCHE, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. A. VANDENDRIESSCHE. VII-37.285-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.191.932 Gerelateerde publicatie(
  4. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.188.278 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.